Episode Transcript
[00:00:06] Geachte kijkers en luisteraars van de lezingen van Christen voor Israël, hartelijk welkom bij de lezing van vandaag.
[00:00:15] Heeft u dat ook wel eens, dat binnen uw kerk of gemeente, als je het over Israël hebt, dat mensen dan tegen je zeggen, ach, al die aandacht voor Israël dat gaat ten koste van de aandacht voor Jezus.
[00:00:28] We hebben toch alleen maar Jezus nodig. Hij is het enige die we nodig hebben.
[00:00:32] En al dat hobby met Israël, dat doet Jezus tekort en dat leidt alleen maar af. Misschien maakt u daar ook wel eens mee dat mensen dat zeggen.
[00:00:42] Dan klinkt het alsof Jezus eigenlijk niets met Israël te maken heeft.
[00:00:46] Als Jezus inderdaad alleen maar mijn persoonlijke heiland en verlosser is en hij verder niets met Israel heeft, dan zou die kritiek terecht zijn.
[00:00:58] Anderen zeggen dan daarentegen, ja maar wacht, Jezus is toch een jood? Hij is toch in Israël geboren? Zijn moeder was een joodse vrouw. Dus naar het vlees, zeg maar, naar het lichaam, is Jezus een joodse man.
[00:01:10] Dat is zo, zeker.
[00:01:12] Een criticus zou kunnen zeggen, ja maar, Jezus moest nou eenmaal op aarde geboren worden. Hij moest nou eenmaal mens worden.
[00:01:20] Hij had ook in Brazilië geboren kunnen worden en dan zou hij naar Braziliaanse regels zijn opgevoed.
[00:01:28] Wat ik vandaag met u wil nagaan is dat Jezus niet alleen maar een Jood was en is, maar dat hij ook in Israël geboren moest worden en dat hij zichzelf ook helemaal heeft geplaatst binnen alle verbonden en beloften voor Israël.
[00:01:48] Jezus is dus veel meer dan alleen een Joodse man.
[00:01:54] Om een voorbeeld te noemen, op een dag ging Jezus naar de synagoge in Nazareth, de plaats waar hij is opgevoed.
[00:02:03] En dan mocht hij de tekst van die Sabbat lezen.
[00:02:08] En dan las hij uit Jezaja 61.
[00:02:12] En ik lees met u het gedeelte uit de Lukas 4, waar dit wordt beschreven. Dan staat er in Lukas 4, en hij kwam in Nazareth, waar hij opgevoed was.
[00:02:23] En hij ging naar zijn gewoonte op de dag van de Sabbat naar de synagoge.
[00:02:28] En hij stond op om te lezen.
[00:02:30] En aan hem werd het boek van de profeetje Zaja gegeven.
[00:02:34] En toen hij het boek opengedaan had, vond hij de plaats waar geschreven stond.
[00:02:39] De geest van de heren is op mij, omdat hij mij gezalfd heeft.
[00:02:44] Hij heeft mij gezonden om aan armen het evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn.
[00:02:55] om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de heren te prediken.
[00:03:08] En als Jezus dan die tekst gelezen heeft, dan zegt Jezus eigenlijk, Heden, is dit alles voor uw ogen vervuld. Met andere woorden, Hij die mij in dat gedeelte, dat betrekt Jezus op zichzelf en zegt eigenlijk, ik ben diegene die dat kon brengen.
[00:03:30] Ik ben diegene die blinde ogen opent, die de gevangenen weer terugbrengt naar die vrij laten, terugbrengt naar hun land.
[00:03:39] Ik ben diegene, het is voor uw ogen vervuld.
[00:03:44] Jezus plaatst zichzelf dus in die tekst.
[00:03:48] Dat is dus meer dan alleen toevallig in Israël zijn geboren.
[00:03:54] En als we nou kijken naar die tekst zelf in Jezaja 61, dan komt die tekst daarvoor, maar er staat in die tekst nog wat meer.
[00:04:04] Want daar staat datzelfde in wat Jezus heeft gelezen.
[00:04:08] En dan staat er om alle treurenden te troosten aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zou worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting voor de Heer om hem te verheerlijken.
[00:04:32] Zij zullen verwoeste plaatsen vanweleer opbouwen, de woeste plaatsen van vroeger weer oprichten, de verwoeste steden vernieuwen, die verwoest lagen van generatie op generatie.
[00:04:44] Vreemden zullen klaarstaan en u kunnen wijden.
[00:04:48] U zult genoemd worden Priester van de Heren. Men zal u noemen Dienaren van onze God.
[00:04:54] U zult het vermogen van de heidevolken eten. U zult u beroemen in hun luister. In plaats van dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel. En zo gaat die tekst verder. Dat betekent dus dat de profetie over het troost voor Israël, de terugkeer naar het land, Israël, het opbouwen van het verwoeste land, vreugde brengen aan gevangenen, blinde de ogen openen.
[00:05:25] Jezus leest die tekst, plaatst zichzelf daarin en zegt eigenlijk ik ben degene die dat voor Israël gaat doen.
[00:05:35] Dan ben je dus veel meer dan alleen iemand die woont in Israël, maar dan ga je jezelf dus ook plaatsen in dat verbond en in die belofte voor Israël. Dat betekent dus dat Jezus wel degelijk een intense relatie heeft met Israël, niet alleen toen, maar ook nu.
[00:05:57] Een ander heel mooi voorbeeld is Ezekiel 37, dat is het hoofdstuk waarin gesproken wordt over de wederopstanding van Israël. Israël dat dood leek als een dal vol doodsbeenderen en waarin de Heere God dan belooft dat het volk terugkeert naar het land en dat David, mijn knecht David, hun koning zal zijn.
[00:06:20] Ezekiel 37, daar staat dan.
[00:06:24] Mijn knecht David zal koning over hen wezen.
[00:06:28] Eén herder zal er over hen allen zijn.
[00:06:32] Ze zullen wonen in het land dat ik aan mijn knecht aan Jacob gegeven heb, waarin uw vader en gewoond hebben.
[00:06:39] Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid.
[00:06:45] En mijn knecht David zal tot in eeuwigheid hun vorst zijn.
[00:06:49] Hier zien we dus een belofte van het herstel van Israël, de wederopbouw, de terugkeer van alle stammen naar het land Israël en uiteindelijk de Knecht David die hun koning zal zijn tot in eeuwigheid.
[00:07:06] Dit is nog nooit vervuld.
[00:07:08] Dit is wel in onze tijd bezig tot een vervulling te komen omdat inmiddels bijna de helft van het Joodse volk is teruggekeerd naar het land Israel.
[00:07:18] Maar mijn Knecht David is nog nooit koning geworden over Israël.
[00:07:24] En vandaag heeft Israël wel een premier en een president, maar geen mijn Knecht David. Dat gaat dus nog komen. Dat is toekomstbelofte.
[00:07:35] En als het bijzondere, Dat we dus dan weten, eens komt de Messias terug, eens komt Jezus terug, zal zijn voeten op de olijfberg zetten en hij zal koning worden vanuit Israël over de hele wereld.
[00:07:50] Dat is die knecht David, de zoon van David.
[00:07:53] En als dan Jezus eeuwen later, na Ezegiel, rondtrekt door Israël en zijn boodschap verkondigt aan de mensen, dan zegt Jezus op een gegeven moment in Johannes 10, Bij die uitspraak, één kudde, één herder, verwijst Jezus eigenlijk naar Ezekiel 37, waar de tien en de twee stammen weer samen worden gevoegd en dat ze één herder zullen hebben. En Jezus zegt dat hij die herder is, hij is de goede herder. Hij zal ze wijden.
[00:08:33] Daarmee zegt Jezus feitelijk, die koning David, die knecht David, die dan koning zal worden over Israël en over de gehele wereld, is hij zelf.
[00:08:43] Hij plaatst zichzelf dus heel bewust in deze profetie voor Israël.
[00:08:50] En daarmee wordt dan natuurlijk duidelijk dat Jezus niet alleen maar een Jood was die in Israël leefde, maar dat hij ook de Jood bij uitstek is die zichzelf in die eeuwenoude belofte plaatst en zichzelf ziet als de vervulling en de vervuller van die beloften.
[00:09:12] Iets soortgelijks had ook de engel Gabriel jaren daarvoor al tegen Maria gezegd toen ze zwanger was, waarin de engel Gabriel tegen Maria zei dat haar zoon Jezus, dat God hem de troon van zijn vader David zou geven, En dat hij koning zal zijn, dat hij zal heersen over het huis van Jacob, dat zijn de twaalf stammen, tot in eeuwigheid. Dus niet alleen Jezus zelf plaatst zich in de beloften en profetieën aan Israël, maar ook de engel Gabriel deed hetzelfde. In Matthäus 23, dan zegt de Heer Jezus, dan praat hij over zijn heengaan, En hij zegt, jij zult mij niet meer zien totdat jij zegt, gezegend hij die komt in de naam des heren. Baruch haba b'shem Adonai.
[00:10:01] Gezegend hij die komt in de naam des heren. Dat zegt Jezus niet voor niets. Hij citeert Psalm 118.
[00:10:08] Daar lezen we diezelfde tekst. Gezegend hij die komt in de naam des herens. Wij zegen u nu vanuit het huis des heren.
[00:10:17] Die psalm is een troostpsalm voor Israël, na tijden van verdrukking en nood, maar die uitspraak in psalm 118 is ook een welkomstgroet voor de Vredevorst, de Messias, die eens zal komen. Dus als Jezus komt, zal zijn volk hem verwelkomen met de uitspraak, je zult mij niet meer zien, totdat je zegt, gezegend hij die komt in de naam des Heren.
[00:10:41] Nou, daarmee maakt Jezus dus duidelijk dat hij ook in Psalm 118 hij diegene is die straks door Israël verwelkomd zal worden als de Messias.
[00:10:54] Een ander heel sprekend voorbeeld van het feit dat Jezus zich voluit plaatst in de belofte voor Israël, is het feit dat hij zichzelf de zoon des mensen noemt, de zoon van de mensen, de mensenzoon.
[00:11:09] Met die uitdrukking mensenzoon verwijst Jezus naar Daniel 7.
[00:11:14] In Daniel 7, daar lezen we, dan krijgt Daniel, die ziet een visioen, een toekomstvisioen, en dan staat er, ik keek toe in de nachtvisioenen, En zie, er kwam met de wolken van de hemel iemand als een mensenzoon.
[00:11:28] Hij kwam tot de oude van dagen en men deed hem voor zijn aangezicht naderbijkomen.
[00:11:34] Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap en alle volken, natieën en talen moesten hem vereren.
[00:11:44] Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die hem niet ontnomen zal worden en zijn koningschap zal niet te gronden gaan.
[00:11:53] Dus straks in de toekomst, alle landen verenigd, in een Rijk van Vrede, zal die mensenzoon dé grote koning zijn van alle natieën.
[00:12:05] Als je dan verder leest in Daniel, dan zie je dat er gesproken wordt over een vierde dier.
[00:12:11] Een afschrikwekkend dier, afschrikwekkender dan alle anderen.
[00:12:15] Daarmee wordt een rijk genoemd, een koninkrijk, een nazi.
[00:12:21] En dat dier heeft een mond vol grootspraak.
[00:12:23] Het keert zich tegen het volk van de heiligen. In Daniels tijd het volk van de heiligen, dat is het Joodse volk. Hij wil ze te gronden richten en tijden en wetten veranderen.
[00:12:35] Maar, zo lezen we dan verder in Daniel, uiteindelijk wordt dat dier vernietigd door God zelf en zal aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste de koninkrijken onder de hele hemel gegeven worden.
[00:12:49] Het koninkrijk van de mensenzoon zal een eeuwig koninkrijk zijn en alles wat heerschappij heeft zal hem eren en gehoorzamen.
[00:12:58] Er komt dus eens in de toekomst een mensenzoon Die koning wordt over het volk van de heiligen van de Allerhoogste, Israël.
[00:13:07] En als Jezus dan zichzelf de zoon des mensen noemt, de mensenzoon, dan kan het niet anders dan dat Jezus met dat begrip verwijst naar Daniel 7 en zegt die grote mensenzoon die straks koning over de wereld zal worden, dat ben ik.
[00:13:26] Dan zegt hij in Matthijs 24, dan spreekt hij daar ook over, dan zegt hij, die dag in dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan mijn vader, zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
[00:13:45] En in Matthijs 26, dan zegt Jezus, Ik zeg u van nu aan zult u de zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel. Nou hier is het dus overduidelijk dat Jezus zichzelf die mensen zo noemt die voor eeuwig de koning wordt over het volk van de heiligen van de Allerhoogste en dat volk zal met hem mee regeren.
[00:14:16] In Daniel is natuurlijk dat rijk van de heiligen van de Allerhoogste, dat is natuurlijk in eerste instantie het volk Israël.
[00:14:25] Godsvolk, het Joodse volk.
[00:14:28] Nou weten we dat na de Pinksterdag, na de hemelvaart van Jezus, na de Pinksterdag, ook wij als christenen gerekend worden tot de heiligen. Paulus spreekt in zijn brieven de christen regelmatig aan als de heiligen, En in openbaring 20 lezen we zelf, zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus duizend jaar lang.
[00:14:52] Over wie gaat het dan hier, die met Christus straks regeren, wie zijn die heiligen?
[00:14:58] Nou, dan gaat het verder, dan staat er, ik zag de zielen van hem die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God.
[00:15:08] Die zielen die gedood waren om het getuigenis van Jezus, dat zijn de christenen.
[00:15:16] en zij die gedood waren om het woord van God, de Torah, daar mag je het Joodse volk onder rekenen.
[00:15:25] Je zou dus kunnen zeggen dat straks dat koninkrijk vanuit Israël komt, de heilige van de Allerhoogste, maar dat wij, christenen wereldwijd, door de eeuwen heen, al die miljarden christenen die straks mogen opstaan uit de dood, met Christus mogen meeregeren, dat we dus samen met het Joodse volk één, mogen worden.
[00:15:49] Exodus 19, daar zegt de Heerde God duidelijk tegen het Joodse volk dat zij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dus dat heilige volk, dat begrip bij Daniel refereert in eerste instantie aan Israël, maar na de verspreiding van het evengeheden wereldwijd mogen ook wij ons rekenen tot die heiligen.
[00:16:11] Betekent dus allemaal duidelijk, Jezus is niet maar een jood bij toeval.
[00:16:16] Zoals een meteoriet de ruimte, vanuit de ruimte de damkering binnenkomt en dan afhankelijk van de stand van de aarde dan ergens in zee of op land terecht komt.
[00:16:27] Nee, Jezus was bestemd geboren te worden in Israël. Hij was bestemd een Jood te zijn. Hij was bestemd de Joodse Messias te zijn en hij was bestemd om straks de koning der Joden te zijn vanuit Israël over de hele wereld.
[00:16:46] En niet alleen Jezus identificeert zich Met deze Knecht van David in de profetieën, ook de Bijbel zelf doet dat.
[00:16:57] Engel Gabriel deed het, maar ook de Bijbel zelf plaatst Jezus daarin.
[00:17:03] Een mooi voorbeeld daarvan is Isaiah 42.
[00:17:06] Daar spreekt de Heere tot de Knecht des Heeren, tot de Knecht van de Heer, tot de Messias.
[00:17:13] En dan zegt de Heere God, ik heb u geroepen in gerechtigheid. Ik zal u bij uw hand grijpen.
[00:17:19] Ik zal u beschermen en ik zal u stellen tot een verbond voor het volk en tot een licht voor de heidevolken. Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis zitten.
[00:17:37] Diezelfde gevangenen uit de kerker leiden, blinde ogen openen, dat stond ook al in die andere tekst die Jezus voorlas in Nazareth en die hij op zichzelf betrok.
[00:17:48] Nou en ook hier in Jesaja 42 hetzelfde.
[00:17:52] De komende Messias, hij zal een licht voor de volken zijn, maar hij zal ook een verbond voor het volk zijn. Een verbond voor het volk van Israël. Jezus staat garant.
[00:18:05] Jezus staat.
[00:18:06] Hij is de belichaming van het verbond van God met Israël.
[00:18:13] Dat betekent dus dat Jezus alles met Israël te maken heeft.
[00:18:17] En dat we dus nooit kunnen zeggen, ja, aandacht, bijbelstudie voor Israël, over Israël gaat ten koste van aandacht voor Jezus. Nee, het tegenovergestelde is het geval.
[00:18:30] Als ik Jezus alleen maar zie verticaal als mijn persoonlijke heiland en verlosser, wat hij ook is natuurlijk, maar zijn verbondenheid met Israël verder vergeet of negeer of ontken, juist dan doe ik Jezus tekort. Want de volle Jezus is de heiland en verlosser van mijn leven en ik hoop ook van uw leven.
[00:18:53] En hij is tegelijkertijd de eersteling van Israël, de Knecht David, de Messias en straks de grote koning van Israël.
[00:19:06] De andere profeet, Miga, schreef al in hoogstuk vijf.
[00:19:10] En u Bethlehem, Evrata, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda.
[00:19:17] Uit u zal mij voortkomen, die een heerser zal zijn in Israël.
[00:19:23] Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.
[00:19:29] Jezus, de Zoon van God, van eeuwigheid bij de Vader, door wie alles is geworden.
[00:19:35] Zijn oorsprong is van eeuwig, maar in die kerstnacht is hij wel mens geworden. Geboren in Bethlehem, in Israël, in de lijn van koning David.
[00:19:48] En hij zal een heerser zijn in Israël, zegt de profeet Micha. Dus ook de Heere God zelf, door de mond van zijn profeten, plaatst zijn zoon Jezus midden in alle beloften voor Israël en benoemt hem tot de heerser en de koning straks over Israël.
[00:20:10] Jezus heeft dus alles met Israël van doen.
[00:20:15] En dat is ook de reden dat Jezus vaak citeerde uit het Oude Testament.
[00:20:20] Als hij gewoon maar toevallig in Israël geboren zou zijn, zou hij misschien minder waarde hebben gehecht aan het Oude Testament, de Tenach. Maar Jezus staat midden in het volk Israël.
[00:20:34] Hij staat midden in de verbonden en belofte voor Israël. En dus citeerde Jezus uit het Oude Testament de Tenach. En hij beschouwde dat Oude Testament ook als gezaghebbend. Dat is ook heel belangrijk te realiseren. In Lukas 10 bijvoorbeeld, dan komt er een wetgeleerde naar Jezus en die zegt, meester wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
[00:20:59] En dan zegt Jezus tegen hem, wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?
[00:21:04] Hij antwoordde en zei, u zult de Heer en uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand en uw naaste als uzelf.
[00:21:15] En Jezus zegt dan tegen hem, u hebt juist geantwoord, doe dat en u zult leven.
[00:21:22] Je ziet dus hier, dat ook bij de meest essentiële levensvragen, Jezus gezag toekent aan het Oude Testament, de Tenach. Daar staat het geschreven en daaruit citeert Jezus eerbiedig.
[00:21:37] In Marcus 12, Dan zegt Jezus op een gegeven moment, dwaalt u niet daardoor dat u de schriften niet kent en ook niet de kracht van God?
[00:21:48] Dus heer Jezus wijst erop, het is van belang dat we de schriften kennen. En die schriften waren toen nog alleen het oude testament, de tenach, en Jezus plaatst zichzelf daar middenin. We zien dus, beste Beste kijkers en luisteraars, we zien dus, Jezus heeft alles met Israël. Jezus is diep verbonden met Israël, Jezus staat niet tegenover Israël.
[00:22:16] Jezus is midden in Israël en vandaar dat dus zowel mijn persoonlijke relatie tot hem als mijn heilend en verlosser en zijn relatie tot het volk Israël en vervolgens onze relatie als kerk met Israël in dat geheel van allergrootst belang zijn. En wanneer we dat zien en dat bestuderen, dan wordt onze band met Jezus rijker. Dan wordt onze band met Israël liefdevol en stevig.
[00:22:51] En is dat alles een verrijking van ons geloof.
[00:22:56] Zullen we samen bidden.
[00:23:00] Trouwe God en Vader in de hemel, Heren, u bent de God van Israël, u bent de Vader van onze Heer Jezus Christus, Hij die de Koning van Israël is en Hij die de Heer van onze kerken en gemeenten is en die de heiland is van ons persoonlijk leven. Wij danken u, wij eren u en wij aanbidden u.
[00:23:21] En wij willen u bidden voor uw volk Israël om zegen, om bescherming van uw volk. Wilt u uw volk thuisbrengen en uiteindelijk naar uw toekomst brengen, naar uw bestemming.
[00:23:34] Wil zijn met ons als kerken, als christenen, schenk ons uw heilige geest, zodat wij de Bijbel ten volle begrijpen mogen en tot uw eer mogen leven en vruchtbaar mogen zijn.
[00:23:47] Wees zo met ons allen, heren, ook onder ons, onder mensen onder ons die zorgen hebben of die vragen hebben, die worstelen.
[00:23:56] Heer, ontferm u over hen allen. Ga met ons mee in ons leven van elke dag.
[00:24:01] en schenk ons de liefde, de vrede en de vreugde van Jezus onze Heer.
[00:24:08] Amen.