Episode Transcript
[00:00:06] Hartelijk welkom allemaal voor de tweede lezing in de serie over het thema wat we na de vakantie zullen aanhouden binnen ons werk. God is trouw en ben jij dat ook? De vorige keer hebben we gefocust op de trouw van God en de Bijbel wat doorgegaan om te kijken wat dat betekent en vandaag zullen we wat meer focussen op de trouw van onszelf.
[00:00:36] En ik wil dat doen aan de hand van de boek Esther, daar gaat het niet alleen maar over onze trauma, toch ook wel.
[00:00:43] Temidden van ook een gebeuren waarvan je zou kunnen zeggen, waar is God nou aanwezig? God is wel trouw, maar ze kan soms ook zo verborgen zijn, zeg maar.
[00:00:54] Ik ga niet het hele boek Esther met u lezen, maar om het in volgevlucht door te nemen.
[00:00:59] Koning Ars Fierce, we zitten in de vijfde eeuw, in het midden van de vijfde eeuw, ergens in het grote Persie. Dat is de grote supermacht in die tijd.
[00:01:09] En in het Midden-Oosten zeg maar, en zeker aan de oostelijke helft van het Midden-Oosten, Klein-Azië en Egypte, het hoort er allemaal bij.
[00:01:17] En daar heerst koning Arosferos en die heeft zijn vrouw Vasti verstoten, omdat ze in zijn ogen zich niet goed gedroeg.
[00:01:26] En dan komt er een nieuwe vrouw en dat blijkt Esther te zijn en dat is de stiefdochter, dus de aangenomen dochter van een zekere Mordegai.
[00:01:36] En dat loopt dan zo. Er wonen een heleboel joden in het grote rijk.
[00:01:40] En dan is er nog iemand anders. Dat is Haman, de agarchid. Iemand die aan het hof van koning Arsferos, en dat was iemand die stond onder de gode, net onder de gode voor het gevoel van de mensen, tot zeer grote hoogte reist.
[00:01:56] En zich dan druk maakt om Niet om iedereen die dat begrijpt en iedereen die voor hem buigt en iedereen die hem bejubelt, maar voor die ene man die aan de poort van de koning zit, aan de poort van het paleis van de koning, Mordegai, die weigert te bukken voor Haman. En dan neemt Haman de plan om Mordegai ter dood te brengen en had een grote paal oprichten.
[00:02:21] In zijn achtertuin, daar moet hij aan gespietst worden als het zover is, maar niet alleen maar, daar gaan gelijk ook alle joden.
[00:02:28] En dat vraagt hij aan de koning, hij betaalt er geld voor en er wordt het lot geworpen op welke dag dat dan zal moeten gaan gebeuren. En er komt zelfs een officieel decreet, wat een paar weken later, nadat het lot geworpen is, het poer geworpen is, op de dertiende Nissan.
[00:02:47] En dan gaat het er heel slecht uitzien voor Israël. En dan gaat Moragai, die gaat via de bode Hatak, ...gaat hij naar Esther toe en die zegt, je moet wat doen, je moet ingrijpen, want straks gebeurt iets vreselijks. Er staat een genocide op de agenda.
[00:03:06] En als jij niks doet, dan gebeurt er misschien niks. Hoewel, zegt Mordecai... Als jij niks doet, dan zal God toch wel op een andere manier ons verlossen.
[00:03:16] En dan gaat uiteindelijk Esther toch naar de koning. Ze richt een feestmaal aan.
[00:03:22] En dan vertelt ze nog niet wat er aan de hand is. Dat doet ze pas tijdens het tweede feestmaal. En tussen die tweede feestmaal in kan de koning niet slapen. En dan gaat hij de kronieken lezen. En dan leest hij dat Mordegai hem een keer gered heeft. Hij heeft een moordaanslag ontdekt. En de koning heeft hem daar nooit voor beloond. En dan wordt Mordegai beloond.
[00:03:46] En dan van het een komt het ander. Als Esther dan naar de koning toe gaat en vertelt wat er aan de hand is, dan spaart de koning het Joodse volk. Hij kan zijn wet niet intrekken, want het is een wet van mede en perse.
[00:04:00] Maar de Joden mogen zich wel verdedigen.
[00:04:03] En dan eindigt de geschiedenis zelfs. met de dood van Haman en met de opmerking dat er in die tijd heel veel mensen jood willen zijn. Ze zijn jaloers op de positie die Mordegai inmiddels gekregen heeft aan het hof en ze zijn ook jaloers op de joden zelf.
[00:04:22] Een stukje uit Esther 4. Toen men Mordechai dit bericht van Esther had medegedeeld, zei Mordechai dat men Esther antwoorden moest. Beeld u niet in. Esther is al dertig dagen niet bij de koning geweest en ze durft dat eigenlijk niet. Want je kan niet zomaar ongevraagd bij de koning naar binnen stappen. Die man die eet zelfs, heeft zelfs een apart dieet en ontmoet zijn gasten alleen achter een soort scherm, zeg maar. Dat is een soort halfgod. Je kan zomaar niet bij de koning naar binnen gaan en dan zegt hij, beeld u niet in dat gij alleen van al de joden zult ontkomen, omdat gij in het paleis van de koning bent, want als gij in deze tijd blijft zwijgen, dan zal er voor de joden wel van andere zij de redding en uitkomst opdagen, maar gij en uw vaders huis zult omkomen. En wie weet of gij niet juist met het oog op deze tijd de koninklijke waardigheid gekregen hebt.
[00:05:16] En toen zei Esther dat men morgen zou antwoorden, ga heen, verga de alle joden die in Suzan zich bevinden, en vastonmijnend wil. Eet nog drinkte drie dagen, zo minst nachts als desdaags. Ook ik en mijn dinaressen zullen op dezelfde wijze vasten. En dan zal ik tot de koning gaan, ondanks het verbod. Kom ik om, dan kom ik om.' Moragai dan ging heen en handelde overeenkomstig alles wat Esther hem geboden had.
[00:05:44] Boek Esther... Is het boek, zou je kunnen zeggen, van Israël in de diaspora, in de ballingschap. En in die ballingschap lijkt God verborgen te zijn.
[00:05:58] Dat lijkt ook logisch.
[00:06:00] Want de Heer woont met zijn heerlijkheid, met z'n Shechina in Sion. Psalm 132. Ik heb Sion begeerd, daar zal ik voor eeuwig wonen. Of Ezekiel 43, om maar een paar plaatsen te noemen. Dit is de plaats van mijn voedselen, de plaats van mijn troon. Hier zal ik wonen in het midden van de kinderen Israëls tot in eeuwigheid.
[00:06:24] Datronomium, het vijfde boek van de Tora, zegt als Israël zondigt en zich van mij afkeert, dan zal ik hem verstrooien onder de nazi's en ik zal hem verlaten en ik zal mijn aangezicht voor hen verbergen.
[00:06:40] Nou in die situatie zit Esther, zit Mordechai, zitten alle joden.
[00:06:46] God is verborgen.
[00:06:50] Sommige rabbijnen zeggen dat de ballingschap niet alleen een straf is, daar is hij ooit bij begonnen, de Babylonische ballingschap, later overgegaan in de Persische ballingschap, maar het is ook een zonde op zich.
[00:07:02] Heel veel joden, ook in de tijd van het Nieuwe Testament trouwens, heel veel joden zijn niet in de diaspora terechtgekomen omdat ze als gevangenen werden meegevoerd, die tijd ligt van groot gedeelte achter ons. Ik geloof dat het alleen een tijd in 60 jaar voor Christus gebeurd is door Rome, maar dan gaat het om tienduizenden Joden. Heel veel Joden hebben het land verlaten omdat ze het daar te armetierig vonden. En die hebben letterlijk hun economische heil in de rest van de wereld gezocht.
[00:07:36] En in die situatie wordt het boek Esther geboren.
[00:07:41] Letterlijk betekent dat ook. Esther betekent ik ben verborgen.
[00:07:47] Ik ben verborgen. De naam van God komt in het hele Bijbelboek niet voor.
[00:07:53] Het enige boek van de Bijbel waar dat zo is, waar je ook zoekt, de naam van God is verborgen, is weg.
[00:08:03] En dat kan.
[00:08:04] Dat gevoel kennen mensen misschien in deze tijd ook wel. Het kan bij ons ook zo voelen dat je trouw de Bijbel leest en je gaat naar de gemeente, je gaat naar de kerk en je verlangt te leven door de Heilige Geest, maar ergens ben je toch ver van huis.
[00:08:21] Op een of andere manier klopt het allemaal niet zo.
[00:08:25] Misschien niet in de eerste plaats door de zonde, maar misschien wel door de omstandigheden van het leven, door de drukte, door de chaos van de wereld waar we in leven, dat het niet tastbaar is, zeg maar. Dat hij niet tastbaar is. Sommige mensen zeggen weleens, een de heer heeft tot mij gesproken, je kijkt zo iemand aan en je denkt, dat herken ik gewoon niet, dat heb ik nooit.
[00:08:47] Dat je de woorden van die psalm 42 herkent. Even als een moede hinde naar het klare water smacht, smacht mijn ziel om God te vinden die ik ademloos verwacht.
[00:09:00] In diezelfde psalm, o mijn ziel, wat ben je onrustig in mij.
[00:09:04] Als refrein staat het er zelfs. Met dat andere refrein wat in die psalmen 42 en 43 ook terugkeert.
[00:09:11] Dat ze om me heen zeggen, waar is uw God?
[00:09:14] Waar men de hele dag tot mij zegt, waar is uw God nou?
[00:09:18] Ja, dat kan zo zijn, dat kun je zo aanvoelen, dat kun je zo meemaken.
[00:09:26] Maar als God zwijgt, ook in onze samenleving, en zich verbergt, wat moet je er dan over denken?
[00:09:40] Er is een rabbijnse, ik denk een liberaal rabbijnse uitleg die zegt, ja zo gaat het uiteindelijk in de helft van de geschiedenis, daar moet je niet van opkijken. Er zijn drie fases en we zitten nu in de laatste en de hoogste fase.
[00:09:55] Eerst lopen we zwijgend achter God aan, we zeggen niks.
[00:10:00] Zoals Noah, die doet gewoon wat God gebiedt en die bouwt zijn ark.
[00:10:04] En die doet er honderd jaar over zonder te sputteren, zonder te klagen. Hij doet gewoon wat hem gezegd wordt, punt uit. De enige die daar spreekt is God.
[00:10:13] En dan de volgende fase is de fase van Abraham. Dan zie je Abraham naast God staan en samen kijken ze uit over Sodom.
[00:10:21] En dan begint Abraham dat gesprek met God, zelfs een discussie. Als er nou toch dertig rechtvaardigen zijn in Sodom, dan bent u toch niet onrechtvaardig om met Sodom iedereen maar te vernietigen? Ook die dertig, zo bent u toch niet?
[00:10:39] Dat mensen God tegenspreken of naar God toegaan met hun niet begrijpen en met hun klagen en hoe zit het nou?
[00:10:50] En dan is de derde fase Esther.
[00:10:53] Daar zwijgt God.
[00:10:55] En daar spreekt Esther alleen.
[00:10:59] Ja, dat wordt dan zo gezegd in een bepaalde Theologie zeg maar, maar het heeft mij niet overdacht. Ik weet niet of dat echt zo is. Of we werkelijk in een situatie terechtgekomen zijn, waarin we zoveel geleerd hebben dat God zegt, nou moet je het maar zelf doen.
[00:11:15] Maar als God zich verbergt. In wat voor een wereld zijn we dan terechtgekomen?
[00:11:23] Wie heeft dan de regie als hij er niet is?
[00:11:29] Heerst dan het toeval?
[00:11:32] Zodat ze kunnen zeggen, dan is het toevallig allemaal wat er gebeurt.
[00:11:36] Dan is er een regie.
[00:11:39] Dan gaat het zoals het gaat, dan komt het zoals het komt.
[00:11:43] Dan zit u toevallig nu te kijken.
[00:11:47] U had even tijd.
[00:11:50] U had er toevallig weer eens even zin in.
[00:11:55] Er was toevallig niks anders op de tv of...
[00:12:00] Die kwam ik toevallig tegen.
[00:12:02] En dan sta ik hier misschien ook toevallig. Ja, ik ging niet op vakantie, dus ik had tijd. En er moesten een paar livestreams komen.
[00:12:10] En dat ging toevallig over het thema. En dat vond ik toevallig wel mooi. Misschien ben ik zelf ook wel een toevalligheid.
[00:12:19] Mijn moeder komt uit Werkendam.
[00:12:22] En mijn vader komt uit Delft. Dat ligt echt niet naast elkaar, zeker vroeger niet.
[00:12:28] En het is toevallig dat ze elkaar zijn tegengekomen. En elkaar knap vonden of lief vonden.
[00:12:35] Dat is toeval.
[00:12:37] In de oude Romeinse wereld, daar zwijgen de goden ook. En dat bedenkt niet dat het gewoon een volk is, maar de intelligentia die zeggen ja. De filosofen die zeggen ja, dat alles bepaald wordt door het lot. Door het lot, door thüge.
[00:12:50] De wereld, de gebeurtenissen, de oorlogen, de honger en de wijsheid, ziekte en gezondheid, het is het lot.
[00:12:57] Het leven is, zou ik zeggen, één grote loterij.
[00:13:02] Het komt zoals het komt.
[00:13:04] Soms heb je geluk en meestal heb je pech.
[00:13:09] Of je zou kunnen zeggen dat het leven bepaald wordt door iemand die de regie pakt. Door iemand die het lot in eigen handen neemt. Zoals bij Haman en Ahasverus. Haman de reizende ster aan het firmament van Persië. Met de zegelring van de koning rijdt hij en loopt hij door de straten van de hoofdstad. En hij bepaalt wie er leeft en wie er doodgaat.
[00:13:37] Dat het leven bepaald wordt door de politieke partijen, door de machthebbers, door de mensen die het sterkste zijn, die het grootste leger hebben of die het gemeens durven zijn, wie weet.
[00:13:51] Of is er achter de schermen toch nog iets anders?
[00:13:54] Iemand anders?
[00:13:57] De wijzen van Sion zeggen dat degene die de hele tijd de boodschapper is tussen Esther in het paleis en Mordecai aan de poort van de koning, dat die Hathak of die Hathag, dat dat eigenlijk Daniel is.
[00:14:14] Daniel zou dat zo zijn.
[00:14:19] En als ik aan Daniel denk, dan denk ik aan die visionen van Daniel, aan die indrukwekkende verschijning, de engel des heren die vanuit de hemel naar Daniel toegezonden wordt en die aan hem verschijnt. U kent het wel, zijn ogen waren als vuurfakkels en zijn gezicht, die schitterde als de bliksem en zijn handen en zijn voeten waren als gepolijst koper en zijn stem als de stem van vele water. En Daniel zegt, en de kleur trok weg uit mijn gezicht, Ik viel als dood aan zijn voeten en hij legde zijn hand op mij en hij zei, wees niet bevreesd, gij beminde man.
[00:14:54] Je hebt je veruitmoedigd voor God en gebeden om de terugkeer. En ik ben gekomen om te vertellen wat er gebeuren moet. Maar ik moest strijden met de engelenvorst, met de demon, de engelenvorst van Persië.
[00:15:08] Maar je zou zeggen de engelenvorst van Babel, want het is de Babylonische ballingschap waar we in het boek Daniel over spreken. Nee, de Babel gaat voorbij. Persië is de nieuwe supermacht en die zal het volk Israël laten gaan. En God wil Persië zover brengen. Maar dan moet de engelenmacht van Persië overwonnen worden.
[00:15:29] En dan wordt er gestreden. En dan staat er één engel hem tezijde en dat is de engelenmacht van Israël, Michaël.
[00:15:37] En dan overwinnen ze de engelenvorst van Persië.
[00:15:42] En dan komt de engeldersheren naar Daniel.
[00:15:46] En dat in de tijd van Esther en van Moragai, als er nog een heleboel Joden woonden in het grote Persische Rijk, dat de engelenvorst van Persie zeg maar de regie weer gepakt heeft. Hij is overwonnen en hij is verslagen, hij is getergd, omdat hij moest buigen voor de God van Israël en zijn engel en dat deze demon haman bespeelt.
[00:16:10] Dat hebben wij in Europa natuurlijk ook gekend.
[00:16:13] De oude goden, de oude Germaanse goden, die zijn overwonnen.
[00:16:19] En dan zie je in het midden van de vorige eeuw, of in het begin van de vorige eeuw, dan zie je dat die Germaanse goden als het ware weer opstaan.
[00:16:28] En waar richten ze zich dan op?
[00:16:31] Dan richten ze zich op de God van Israël en op het volk van de God van Israël. Maar goed.
[00:16:40] En Haman werpt het lot, zo ging dat in de tijd, in de maand Nisan.
[00:16:45] En niet alleen om het lot van moordigheid te bezegeren, maar gelijk ook maar het lot van alle Joden.
[00:16:53] Want ze zijn allemaal hetzelfde.
[00:16:57] Allemaal hetzelfde.
[00:16:59] Maakt niet uit of Joden nou in Suzan wonen of dat ze in Tel Aviv wonen of in Amerika wonen. Ze zijn allemaal hetzelfde. En waarom is die zo kwaad? Waarom wil die ze weg hebben?
[00:17:11] Omdat als hij door de straten rijdt in zijn prachtige gewaad en met zijn kroon op en met zijn mooie zegelring die hij van de koning gekregen heeft, dat iedereen als een knipmes voor een buig met één uitzondering De jood-morrigai.
[00:17:31] De jood in de poort van de koning.
[00:17:34] De eerste, zeg maar, die Haman telkens tegenkomt als hij uit het paleis komt, als hij weer met de koning gesproken heeft. Altijd de jood-morrigai.
[00:17:42] En dat zal zo blijven, altijd.
[00:17:45] Dat weet hij.
[00:17:47] De jood die zit aan de poort van de koning, die baagt niet voor Haman.
[00:17:51] Dat zal hij nooit doen.
[00:17:53] Die buigen niet voor Persië, niet voor Iran, die buigen niet voor de islam, die buigen niet voor de VN, die buigen niet voor het christendom. De joden buigen uiteindelijk alleen maar voor hun eigen koning, voor de messias, de gezalvde van God, de koning van de eindtijden, de besnedene, de jood.
[00:18:16] de telg uit het geslag van David, de koning met zijn slaaplokken en met zijn gedenkwasten en met zijn bedskleed die de menorah ontsteekt en die woont in Sion en die alle beloften van God vervult aan Israël, die zijn volk verzamelt en thuisbrengt en eigenlijk de engel des heren is ook.
[00:18:39] En die zit op de troon van David, joden buigen alleen voor hem.
[00:18:45] En dat zou niet zo moeten zijn.
[00:18:48] Dat verstiert het feestje van Haman en van de islam en van het christendom met zijn bleke messias die dat allemaal niet meer heeft.
[00:18:59] Ben je zo groot geworden?
[00:19:01] Dacht je dat jij het was?
[00:19:03] En dat dan één mens, één jood, één volk niet buigt?
[00:19:09] En dan wordt het losgeworpen.
[00:19:12] En het lot wordt bezegeld door haman de Jodahater, of wie het dan ook is.
[00:19:19] Haal een hout en hang hem aan een hout.
[00:19:24] Spits hem op een paal.
[00:19:29] Maar heerst het lot wel?
[00:19:33] Is het allemaal wel zo toevallig als het lijkt?
[00:19:39] Is het toevallig dat koningin Vasti verstoten wordt?
[00:19:44] Is het toevallig dat Esther dan net de mooiste en de knapste vrouw is waar Aosferos zijn oog op laat vallen?
[00:19:52] Is het toevallig dat Moragai zit aan de poort van de koning?
[00:19:57] Dat hij het complot tegen de koning ontdekt?
[00:20:01] Dat de koning hem niet beloond heeft, is dat toevallig?
[00:20:05] Is het toevallig dat Moragai de zoon van de zoon, de zoon van Kis is?
[00:20:11] Net als de vader van Sal, uit de stam van Benjamin. Net zoals Sal. Weet je wel, Sal die zijn troon verloor door de strijd met Amalek, omdat die koning Agag spaarde. U kent het wel. Is het toevallig dat Haman een Agagiet is?
[00:20:29] Een Agagiet. Is het toevallig dat juist Haman uit Ezou, Een superster wordt in Iran en dat het lot van Jacob in zijn handen ligt. In de handen van een afstammeling van Ezo.
[00:20:43] Is dat toevallig? Dat wilde Ezo toch altijd?
[00:20:48] Is het toeval dat het lot in de maand Nisan geworpen wordt? Dat is de maand toen de heren zijn volk bevrijden uit Egypte.
[00:20:56] Is het toevallig dat het decreet dat het zal gaan gebeuren, onopstotelijk, als het decreet uitgevaardigd wordt, dat dat gebeurt op de dertiende Nisan. Dat is net de datum waarop de kinderen van Israël het paaslam in hun huizen nemen.
[00:21:12] Is het toevallig dat Esther op het feest zelf, op Pasen, naar de koning gaat en daar ontvangen wordt.
[00:21:20] Dat ze op die dag een feestmaal bereidt.
[00:21:23] en dat de koning na die maaltijd niet kan slaten?
[00:21:26] Is het toevallig dat hij dan de chronieken gaat lezen? En is het toevallig dat hij dan net dat hoofdstuk leest... waar de naam Mordegai op voorkomt?
[00:21:35] Is het allemaal toevallig?
[00:21:39] Er is nog iemand die die nacht niet slaapt.
[00:21:44] De bewaarder van Israël sluimend nog slaapt.
[00:21:49] En dat is geen speling van het los.
[00:21:52] Dat is zijn immense trouw.
[00:21:57] Het is geen toeval dat dat Mordegai verhoogd wordt.
[00:22:01] Dat hij na het eerste feestmaal mag rijden op het paard van de koning.
[00:22:08] Met zijn zegelring, met zijn kleed wat de koning nog maar één keer gedragen heeft namens bij zijn troonsbestijging. Zo rijdt hij door de straten van de hoofdstad en dat de zoon van Ezou hem moet rondleiden.
[00:22:28] Het is allemaal natuurlijk, is dat allemaal niet toevallig.
[00:22:32] Niet het lot regeert, maar God in zijn trouw regeert.
[00:22:39] Veel dingen zijn voor mensen niet te begrijpen.
[00:22:43] Ook nu niet.
[00:22:45] Wat gebeurt er met Israël? Wat gebeurt er met Iran? De ene week dit, de andere week dat. Je doorziet het toch ook allemaal niet?
[00:22:53] Maar om dat nou toeval te noemen.
[00:22:57] Het zijn de dingen die voor ons verborgen zijn.
[00:23:00] En dat is iets anders.
[00:23:04] Want zegt hetzelfde boek uit de Torah, uit de Autonomium, wat ik daar net citeerde.
[00:23:10] Dat God zich verborgen houdt. Twee hoofdstukken daarvoor. De autonomie om 29 vers 29 zegt... De verborgenheden zijn bij God.
[00:23:19] De verborgenheden zijn bij God.
[00:23:23] God weet het.
[00:23:25] Er is wel iets, maar God weet het alleen. De verborgenheden zijn bij God. En misschien moeten we zeggen, de enige die dat beseft is Moragai.
[00:23:34] Zijn naam heeft...
[00:23:36] Dat is geen toeval.
[00:23:38] Zijn naam heeft dezelfde letters als die van de oppergod van Iran, Marduk. Marduk. En van Babel, de zonnegod.
[00:23:47] Maar dat is hij natuurlijk niet. Maar bij hem is het wel licht. Hij weet alles ook.
[00:23:53] Hij weet het complot.
[00:23:55] En als Hathak hem vertelt wat er in het paleis gebeurd is, dan valt het op dat hij aan Hathak vertelt wat er gebeurd is. En dat hij het weet en hij vertelt over het decreet.
[00:24:07] Mordegai weet zelfs hoeveel geld Haarman ervoor heeft neergeteld om zijn boze plan uit te voeren. Hij vertelt het aan de bode. Hij weet alles. Wie is die man aan de poort van de grote koning? Wie is die man die niet buigt?
[00:24:24] Wie is die man?
[00:24:26] Met wie heel de toekomst van zijn volk verbonden is, want omwille van hem worden ze gehaakt.
[00:24:32] Wie is die man die gespietst moet worden aan een paal?
[00:24:36] En die heus wil weten dat als Esther niet gaat, dat er van een andere kant wel verlossing zal komen. Wie is die man die naar het hout geleid moet worden, dat is opgericht om te sterven, maar die verhoogd wordt, die verhoogd wordt als Jozef, als Jezus.
[00:24:52] Is God wel zo verborgen?
[00:24:56] Als je dan morgen naar Jezus kijkt, ja... Hij is trouw in de dingen waar we soms geen touw aan vast kunnen knopen. Daarin is God trouw.
[00:25:09] Maar daar moeten we ook naartoe.
[00:25:12] Maar de naam van Esther, ik ben verborgen, slaat ook op haarzelf.
[00:25:17] Niemand weet wie ze werkelijk is.
[00:25:21] Ja, ze heet Gadassah, de liefdelijke, de mooie.
[00:25:24] En zo valt ze op.
[00:25:27] Werkwaardig, ze heeft geen vader en geen moeder.
[00:25:31] Ze is aangenomen door Moragai, die man aan de poort van de grote koning, die alles weet.
[00:25:39] Maar van Esther weten we alleen maar dat ze de begeerde bruid van de grote koning is en dat blijft ze. Ook al is ze een tijdje niet bij hem geweest.
[00:25:51] Niemand weet dat zij een jodin is.
[00:25:54] Dat weet alleen Moragai.
[00:25:56] Dat heeft ze niemand verteld.
[00:25:58] De koning niet, Hamel niet. Dat is natuurlijk niet gebeurd. Hij had niet het lef gehad. Niemand niet.
[00:26:05] Heeft ze het verstopt.
[00:26:08] Heeft ze het verstopt.
[00:26:11] En toch zelfs het moeten zeggen.
[00:26:14] En de mens gesproken is dat de clue, de oplossing. Dan krijgt het hele verhaal een andere wending. Als zij zegt wie ze is van geboorte, dan slaat ze het lot uit de handen van Hamel.
[00:26:26] Sommigen zeggen dat de verborgenheid van God misschien ook wel eens te maken zou kunnen hebben met de verborgenheid van Esther. Dat die twee samen opgaan, ik weet het niet, misschien.
[00:26:36] Tijdens de tweede maaltijd pas durft ze te zeggen, pas als Mordegai verhoogd is, dan zegt ze het. In het licht van zijn verhoging komt het eruit.
[00:26:50] Een prachtige geschiedenis ondertussen. Je leest hem bijna naar dat diepere, dat heilige niveau waar je Jezus tegenkomt en Israël als volk. Is Esther misschien het beeld van Israël?
[00:27:05] En ik, verberg ik wie ik ben in de chaos van deze tijd.
[00:27:13] Met Israël altijd met het slechtste nieuws voor de tv.
[00:27:21] Verberg ik me?
[00:27:22] Verstop ik me als het gaat om Israël?
[00:27:28] Wat is de kerk inwezen?
[00:27:31] Riefelijk? Mooi?
[00:27:33] Voor sommigen wel.
[00:27:35] Wie ben ik inwezen?
[00:27:37] Verstoppen we onszelf achter onze schone huid? Ik ben Gadassa?
[00:27:42] Als kerk achter ons een relevantie voor deze tijd. We willen relevant zijn voor het klimaat, voor alles wat relevant is, want anders overleven we het niet. We hebben er een instituut van gemaakt voor zieke, zwakke en zielige mensen die geholpen moeten worden. Ik zeg niet dat zieke, zwakke mensen niet geholpen moeten worden, maar als dat ons image is, een soort leger is heil, zeg maar.
[00:28:11] En waarom uit bangigheid?
[00:28:14] Of uit arrogantie?
[00:28:16] Of om je positie niet te verliezen? Waarom verstoppen we ons? Vertellen we gewoon niet wie we zijn?
[00:28:25] Stop ik maar achter mijn geld, achter mijn baan, achter mijn studie, achter mijn kinderen?
[00:28:32] Achter een bedrijf wat ik had?
[00:28:34] Of zeg ik, nee.
[00:28:38] Wie ik ben?
[00:28:39] God wilde mij.
[00:28:42] Daarom sta ik hier.
[00:28:44] Hij heeft mij geweven in de schoot van mijn moeder. Ik moest er zijn. Ik ben gedoopt in Gods naam. Ik ben een volgeling van Jezus, de koning van Israël. En niet van het Israël van 2000 jaar geleden.
[00:28:56] Ik ben geen volgeling van een historisch persoon. Ik ben een volgeling van de levende.
[00:29:02] Ik ben de volgeling van de levende koning van de Joden. Maak daar maar iets anders van. Ik geloof in een heiland die besneden is en die komt in Jeruzalem.
[00:29:12] Zijn leven vloeit in mijn ogen. Ik leef door zijn geest. Ik ben toegevoegd. Ik ben ingelijfd in Israël. Ik ben een van hen.
[00:29:24] Ik leef met Gods woord.
[00:29:28] Ik vertrouw op God en ik beleid dat mijn leven in zijn handen is, niet in het leven van het lot of wat mij mag overkomen, maar hij.
[00:29:35] Ook al begrijp ik de dingen niet, ook al lijkt hij verborgen te zijn, soms ik weet dat hij er is, ik geloof in hem, ik verlang naar hem. Dat is mijn identiteit.
[00:29:45] In Isaiah 45 lezen we dat de volkeren zich nederwerpen voor Israël.
[00:29:55] En dan zeggen ze, waarlijk bij u alleen is God.
[00:29:59] Er is geen andere, er is geen enkele andere God.
[00:30:03] Je zei ja, 45, wanneer is dat gebeurd? Dan moet je dan zeggen met de vorige lezing, ja hoor, dat is weggesleten, dat doet er niet meer toe, dat is zo lang geleden dat dat gezegd is. Nee, Gods woord is eeuwig.
[00:30:16] Dan lezen we dat de volkeren, de naties, zullen zich nederwerpen voor Israël en niet om hun high-tech, maar om hun God. En dan zeggen ze waarlijk bij u alleen is God en er is geen andere, geen enkele andere God. Voor waar? Gij zijt een God die zich verborgen houdt. Dat is zo, dat is allebei zo.
[00:30:37] Je kunt God niet aanwijzen, je kunt hem niet aanpakken, je kunt hem niet vasthouden, je kunt hem niet in je zak steken.
[00:30:47] Maar in het licht van de verhoogde Jood, Jezus zeggen we, maar ik vertrouw hem.
[00:30:54] Ik vertrouw dat hij Israël in zijn handen houdt, dat hij de demon van Iran overwonnen heeft nu al en dat hij het weet. Hij weet hoe het komt.
[00:31:05] En ik wil niet anders dan hem liefhebben en in hem geloven.
[00:31:11] En dan daagt het ook weer dat hij zo dichtbij is. Dan besef je ineens weer dat je deze dingen niet zegt terwijl hij niet in de kamer is.
[00:31:20] Zoals dat prachtige lied. Dat besef ik dan weer.
[00:31:23] Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam.
[00:31:27] Verborgen aanwezig, verborgen aanwezig deelt u mij bestaan. Wat bent u trouw.
[00:31:35] Esler heeft drie namen.
[00:31:39] Gadassa, de liefelijke.
[00:31:42] Esther, de verborgene.
[00:31:45] Maar het is ook Esther genoemd naar Ishtar, de morgenster.
[00:31:50] De ster die al schijnt als het nog donker is.
[00:31:54] En zo gebeurde het dat Israël verlost werd.
[00:31:57] En dat mag Israël zijn. Voorboden, de eerste ster die schijnt voor het aanbreken van de dag.
[00:32:05] Ze moeten wel zeggen wie ze is.
[00:32:07] Daar moeten ze zich niet voor schamen.
[00:32:09] Daar moeten ze niet bang voor zijn.
[00:32:11] Israël mag in deze tijd getuigen, wij zijn het uitverkoren volk van God. Wij zijn de knecht des Heren.
[00:32:20] En wij lopen, wij leven in de baan van Gods geschiedenis met deze wereld.
[00:32:25] En wij zullen de wereld vervullen met zijn vruchten.
[00:32:29] En wij mogen dat ook zijn, geen verstoppertje spelen.
[00:32:33] Omdat we bang zijn dat iemand het ontdekt.
[00:32:37] Paulus zegt dat wij lichtende sterren zijn te midden van een krom en verdraaid geslacht.
[00:32:44] Wij zijn lichtende sterren te midden van een krom en verdraaid geslacht. Niet te midden van een samenleving die het wel prima vindt, maar een samenleving die af aan het breken is alles wat heilig voor God is en die zich alleen maar gericht heeft op de economie en op het well-being van mensen.
[00:33:05] En daar schijnen we als lichtende sterren. En de vraag is, wat stralen wij uit?
[00:33:12] Petrus zegt het ook. Hij zegt, ja, we geloven in hem zonder hem te zien en we hebben hem lief zonder hem ooit gezien te hebben.
[00:33:20] Hij zegt, het is goed om je vast te houden aan Gods woord. Het is goed om je nu vast te houden aan zijn lamp, aan het profetische woord van God.
[00:33:29] Dat schijnt in een duistere plaats, totdat straks de dag aanbreekt.
[00:33:36] En de morgenster schijnt in uw harten.
[00:33:40] En dat je op die dag niet met je mond vol tanden staat, omdat je ziet dat die toch in Jeruzalem komt.
[00:33:46] En dat die eruit ziet als een Jood. De koning der Joden. En dat zijn volk voor hem baagt.
[00:33:52] En dat je dan daar een beetje staat.
[00:33:56] Nee.
[00:33:58] Het doet goed dat je je houdt aan zijn woord en zijn geest. Heere, maak mij uw wegen door uw woord en geest bekend. Leer mij hoe die zijn gelegen en waarheen gij uw treden wilt. Wij zijn mensen die wandelen op de wegen van de Heere.
[00:34:15] En wij houden ons vast aan een lamp.
[00:34:18] aan het profetische woord van God. Dat schijnt in een duistere plaats, totdat straks de grote dag aanbreekt en de morgen scher schijnt in onze harten.
[00:34:32] God is trouw.
[00:34:34] En ben jij het ook?
[00:34:36] Laten we samen bieden.
[00:34:39] God in de hemel, we komen tot u.
[00:34:42] Het is waar, u bent zo groot, u bent een verterend vuur. Er is niemand die u kan zien.
[00:34:49] Daar hebben we natuurlijk de heiligde groot voor. We kunnen u ook niet omvatten. U heeft dingen geopenbaard aan ons. Maar een heleboel verborgenheden zijn bij u. U laat ons niet alle dingen zien.
[00:34:59] U laat ons uw woord zien.
[00:35:01] U geeft ons uw geest.
[00:35:03] En in deze tijd zien we Israël in zijn benauwdheid.
[00:35:09] We zien de kop van de slang, Persië, Iran.
[00:35:12] We zien mensen die onverbloemd zeggen dat ze er op uit zijn om de staat Israël weg te vagen met alles wat daarin zit.
[00:35:22] En die zelfs in Europa en in het Westen het gemunt hebben op Joden.
[00:35:28] En dan vraagt u van ons om ons niet te verstoppen. Achter onze vroomheid, achter ons Bijbellezen, achter ons kerkgaan, achter onze worship.
[00:35:39] Maar dat we laten zien wie we werkelijk zijn.
[00:35:42] Dat we toegevoegd zijn.
[00:35:45] Dat we de God van Abraham, Isaac en Jacob dienen. De God van het universum, maar de God van Abraham, Isaac en Jacob. Die gezegd heeft, jullie zijn mijn volk. Mijn eerstgeboren zoon.
[00:35:57] We danken u dat u ons heeft ingehaald.
[00:36:01] Dat het licht gescheen heeft in ons leven. En dat we dichterbij gekomen zijn. En behoed ons ervoor het licht niet onder de tafel te zetten. Maar te laten schijnen.
[00:36:13] Niet bang.
[00:36:15] maar in wetenschap dat u trouw bent bij dagen en bij nachten, de bewaarde van Israël Sluimert nog slaapt.
[00:36:23] Ook nu niet. Dank u wel.
[00:36:26] Amen.