Jeruzalem Mijn Stad – Het hart van Gods heilsplan

June 13, 2026 00:45:13
Jeruzalem Mijn Stad – Het hart van Gods heilsplan
Christenen voor Israël
Jeruzalem Mijn Stad – Het hart van Gods heilsplan

Jun 13 2026 | 00:45:13

/

Show Notes

Waarom noemt God Jeruzalem "Mijn stad"? In deze Bijbelstudie neemt ds. Willem Glashouwer ons mee in de bijzondere plaats van Jeruzalem door de Bijbel heen: van Melchizedek en Abraham tot de tempel, de profeten en de toekomstverwachting. Waarom heeft God deze stad gekozen als de plaats waar Hij Zijn Naam wil laten wonen en welke betekenis heeft dat voor Israël, de kerk en Gods heilsplan? Een studie over Gods trouw, Zijn beloften en de blijvende betekenis van Jeruzalem.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:07] Het onderwerp is Jeruzalem, de stad Jeruzalem en alles wat eraan vastzit. [00:00:14] Ik ben op dit moment bezig met weer een brochure te produceren en die gaat heten Jeruzalem mijn stad. [00:00:22] Die zal binnenkort ook wel hier in Nijkerk weer te krijgen zijn. [00:00:27] En als je daar zo intensief mee bezig bent, dan ontdek je de consequenties van het denken over Jeruzalem. Want eerlijk gezegd heeft de christenheid niet zoveel met Jeruzalem. Ja, daar zijn de heilige plaatsen. [00:00:45] Het is waar Jezus gewandeld heeft, gesproken, waar hij gekruisigd is, waar hij is opgestaan uit de doden. [00:00:54] Waar die ten hemel gevaren is vanaf de Olijfberg aan de oostzijde van Jeruzalem. [00:01:01] En nog zoveel meer dingen die zich daar in Jeruzalem, rondom Jeruzalem en in Israël hebben afgespeeld. Maar een diepere theologische betekenis. [00:01:14] Dat tref je in de christenheid nauwelijks aan en dat is al heel vroeg begonnen in die christenheid. [00:01:22] Toen Jezus gekomen was, toen hij zijn werk volbracht had, Toen hij tegen zijn discipelen zei, nou jullie blijven hier in Jeruzalem wachten op de uitstorting van de heilige geest en dan stuur ik jullie de wereld in zodat je vanuit Jeruzalem in steeds wijdere kringen, Judea, Samaria, tot aan de uitersten van de aarde het evangelie kunt gaan verkondigen. [00:01:50] En daarmee de indruk wekkend alsof ze Jeruzalem de rug toekeren en zich nu richten op de wereld. [00:02:00] En in het theologisch denken over Jeruzalem ontdek je al heel vlug dat de vroege kerk zei ja, dat is eigenlijk een gepasseerd station. [00:02:13] Het was natuurlijk een bijzondere stad en vanwege die heilige plaatsen is het nog een bijzondere stad, maar Een bijzondere positie in het heilsplan van God heeft Jeruzalem niet en trouwens ook de Joden niet. Die waren weliswaar het uitverkoren volk, totdat ze nee zeiden tegen Jezus en toen heeft God nee gezegd tegen de Joden, zei de kerk. [00:02:40] Maar wij, de kerk, de christenheid, we hebben ja gezegd tegen Jezus. En nou zijn wij het nieuwe uitverkoren volk van God, het nieuwe Israël, het nieuwe Jeruzalem, daar richten we ons op. Jeruzalem, die aardse stoffige stad met alles wat er gebeurt, is eigenlijk niet meer van belang. [00:03:05] Als je Jeruzalem hoort moet je denken aan het nieuwe Jeruzalem, aan het hemels Jeruzalem. [00:03:12] We zijn op weg naar een beter land, we zijn op weg naar een betere stad, de hemelse stad. [00:03:19] En zo ontwikkelde zich dat denken in de christenheid wereldwijd en in de eeuwen die daarop volgden met een enkele uitzondering naar bleef dat zo. [00:03:37] Daarom is het denk ik heel goed om te beseffen hoe de Allerhoogste denkt over Jeruzalem. [00:03:44] Hij noemt het mijn stad. [00:03:48] En als je dan leest in Psalm 132, dan ontdek je wat een diepe, innige en innerlijke relatie de Allerhoogste God, de Schepper van hemel en aarde, heeft met Jeruzalem. [00:04:06] Psalm 132, vers 13 en 14, want de Heere heeft Sion, Berg Sion, Berg Moria, Tempelberg, Hij heeft die berg, heeft Zion verkoren, verkozen. [00:04:21] Hij heeft het zich ter woning begeerd. Mijn huis. [00:04:26] Daar. [00:04:27] In Jeruzalem. [00:04:29] Dit is mijn rustplaats. [00:04:32] Voor hoe lang? [00:04:34] Voor immer. Dat betekent voor eeuwig. [00:04:37] Hij heeft die band met Jeruzalem en heeft zijn plannen met Jeruzalem en die strekken zich uit van nu aan tot in eeuwigheid. [00:04:48] Hier zal ik wonen, zegt hij, want ik heb haar begeerd. [00:04:56] We willen dan maar eens... [00:04:59] proberen te ontdekken vanuit de Bijbel hoe dat zo gekomen is en hoe Jeruzalem die bijzondere plek gekregen heeft. [00:05:10] En dan moet je eigenlijk terug naar het begin en in dit geval is dat naar Genesis 14. [00:05:17] Daar lees je vanaf vers 18 en Melchizedek, de koning van Salem, Dat is voor het eerst in de Bijbel dat Jeruzalem genoemd wordt in die korte vorm. Salem, Jeruzalem. [00:05:32] Salem, shalom, vrede. [00:05:37] Jeruzalem, stad van de vrede. Hier wordt hij dus Salem genoemd. En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn. [00:05:48] Hij nu was een priester van God de Allerhoogste. [00:05:53] En hij, deze Melchizedek, zegende Abraham. [00:05:57] En zegend, zei Abraham, door God de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen, zei God de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En Abraham gaf aan deze Melchizedek van alles de tienden. [00:06:21] Abraham wist dat kennelijk, dat de tien procent God toe behoorden. [00:06:26] Er was nog geen Isaac, er was nog geen Jacob, er waren niet de twaalf zonen van Jacob die de twaalf stammen van Israël zouden gaan vormen. Dat was er allemaal nog niet. [00:06:39] En toch wist Abraham van die tienden. En hij geeft ze dan daar in Salem aan die priesterkoning van Salem. [00:06:50] Heel merkwaardig. Abram is op weg naar het beloofde land. [00:06:56] Hij is geroepen uit het Ur van de Babyloniërs, het Ur der Chaldeeën. God heeft tot hem gesproken en zegt, laat die beschaving achter je. Vertrek uit Babylon. [00:07:07] Ga naar het land dat ik je wijzen zal. Dat betekent trouwens dat dat land kennelijk in het heilsplan van God met deze wereld een grote rol speelt. [00:07:18] En dan kennelijk in dat beloofde land ook die bijzondere plek, die stad Salem. [00:07:26] Abraham treft daar deze Melchizedek aan. [00:07:30] En hij herkent in deze figuur iemand die dezelfde God dient, El Elyon in het Hebreeuws, als hij heeft geleerd toen die God tot hem sprak. [00:07:50] Hij aanvaardt deze Melchizedek als iemand die die God vertegenwoordigt. [00:07:58] En Melchizedek brengt brood en wijn. Hij was een priester van God daar op die plek in Salem. Een priester van God. [00:08:08] Natuurlijk heeft de christelijke kerk In het feit dat deze Melchizedek Abram ontmoet met brood en wijn, daar een soort identificatie gezien met Jezus Christus, die immers ons tegemoet komt met brood en wijn in de avondmaalsbediening, het laatste avondmaal of de Eucharistie of hoe we dat ook maar noemen. [00:08:35] Brood en wijn. [00:08:37] Melchizedek komt met brood en wijn. Hij was een priester van God. [00:08:45] En Abraham erkent dat hij van een hoger orde is dan Abraham zelf. [00:08:53] Moet je je even voorstellen. [00:08:55] De Stamvader van Israël, waaruit tenslotte de Heer Jezus geboren is. [00:09:01] Hij, deze Stam, die zo belangrijk is in het plan van God, erkent dat deze Melchizedek van een hogere orde is dan hij. Want hij aanvaart de zegen die Melchizedek hem geeft. [00:09:18] En later in de Hebreeuwbrief kun je lezen dat alleen het hogere Iemand kan zegenen lager dan hij. [00:09:29] Dus hij aanvaardt de zegen, aan deze priester van de Allerhoogste geeft aan hem de tienden, de tien procent. [00:09:40] Later, als Israël een volk geworden is, als daar de wet gekomen is, dan wordt het duidelijk dat die 10% aan Levi, aan de priesterschap van Israël, gegeven moet worden. [00:09:55] En de Hebraeënbrief maakt dan een merkwaardige conclusie, maar eigenlijk heel terecht, en zegt toen Abraham die 10% aan Melchizedek gaf, gaf als het ware in hem, in Abram, ook Levi, de priesterschap van Israël, aan deze Melchizedek de 10%. Ja, hoe kun je dat zo zeggen? Die was immers nog lang niet geboren. [00:10:25] En toch, hij was, zegt de Hebreeënbrief, als het ware al in principe in het zaad van Abram in zijn lendenen aanwezig. [00:10:37] Het zou alleen maar een kwestie van tijd zijn voordat Isaac, Jacob, twaalf zonen en dus ook Levi geboren zou worden. [00:10:46] Maar toen Abram de 10% gaf, gaf in hem ook Levi de 10% aan deze Melchizedek. [00:10:57] Dat is geweldig. Deze ontmoeting met Abram moet hem tot een grote troost geweest zijn. [00:11:03] Hij is op dat moment verwikkeld in een strijd met vijf koningen, krijgsheren. [00:11:10] Die hebben zijn neef Lot en diens familie en alles wat hij heeft gevangen genomen. En Abram brengt een legertje op de been van 318 man om de strijd aan te binden met deze krijgsheren, deze koningen, om Lot en zijn familie te bevrijden. [00:11:27] Het is net nu hij op weg is naar het beloofde land, alsof de problemen zich alleen maar ophopen. [00:11:35] En dan te midden van dat alles ontmoet hij daar deze Melchizedek, die hem voorziet in wat Abraham op dat moment nodig heeft. [00:11:48] naar geest, ziel en lichaam. [00:11:52] De zegen van de Allerhoogste. [00:11:54] Brood en wijn. [00:11:57] En de toezegging dat de Allerhoogste die vijanden van Abram wel aankan. En dat hij er de overwinning over zal halen. [00:12:10] Dat typeert eigenlijk al meteen in het begin wat de functie, de rol van deze bijzondere plaats is, van Jeruzalem. [00:12:20] Op dit moment voorziet God de Allerhoogste door middel van die priesterkoning van Jeruzalem. Voorziet hij Abram in wat hij nodig heeft naar geest, ziel en lichaam. [00:12:37] We vervolgen onze speurtocht en komen dan bij Genesis 22. [00:12:42] Opnieuw Abram. [00:12:45] Hij heeft inmiddels een zoon gekregen op een wonderlijke manier. [00:12:49] Isaac is geboren, terwijl Abram 100 is en Sarah 90 en dus lang voorbij de leeftijd dat je nog kinderen kunt krijgen, heeft God, de Schepper, vanuit deze twee verstorven mensen toch dit kind geboren laten worden. [00:13:10] Isaac is eigenlijk een scheppingswonder van de Allerhoogste. [00:13:14] Later zal hij zelfs zeggen in de Bijbel dat Israël is mijn eerstgeboren zoon, die ik geschapen heb tot mijn eer, die ik geformeerd heb, die ik ook gemaakt heb. [00:13:29] Isaiah 43. [00:13:32] Dus Isaac is geboren, toch nog die beloofde zoon ontvangen. En dan komt God hem op de proef stellen en zegt tegen Abraham, neem je zoon, de enige die je lief hebt, Isaac, en ga naar het land Moria. [00:13:52] Dat is de naam van dat gebied, dat gebergte, waar hij heen moet gaan, Moria. En offer hem daar. [00:14:02] tot een brandoffer op één van de bergen die ik u noemen zal. [00:14:07] Nou dan gaat Abram, hij is daartoe bereid. Isaac is bereid om als offer te dienen. [00:14:12] Ze gaan daar naar dat gebergte. [00:14:16] Het altaar wordt gebouwd. Het offer Isaac wordt neergelegd. Abram heeft het mes in de hand om dat offer te brengen, maar dan zegt een engel van de Heer van de hemel Abram en hij zegt hier ben ik en hij zegt steek je hand niet uit naar de jongen en doe hem niets want nu weet ik dat gij God vresend zijt en uw zoon uw enige mij niet hebt onthouden. [00:14:49] En dan kijkt Abram om zich heen en dan ziet hij in de struiken een ram met zijn horens verwart en dan neemt hij dat mannelijke schaap en offert hem in plaats van Isaac. [00:15:05] En dan lees je in vers 14 van Genesis 22 en Abram noemde die plaats. [00:15:11] De Heere zal erin voorzien. [00:15:15] Waarom nog heden gezegd wordt op de berg, der zeren zal erin voorzien worden. [00:15:26] Moria. [00:15:27] Eerst Melchizedek, Salem, nu Moria en opnieuw voorziet de Allerhoogste Abram in wat hij nodig heeft op dat moment aan geest, ziel en lichaam. [00:15:44] Als we even heel snel vooruitkijken naar de bouw van de tempel onder Salomo, dan lees je in 2 Koronieken 3 dat Salomo de tempel bouwde op de berg Moria. [00:16:01] Daar vindt de identificatie plaats in dat gedeelte. [00:16:05] 2 Koronieken 3 vers 1. [00:16:11] Waardoor je weet, Moria is de Tempelberg, is de Berg Zion, is de plek waar destijds de heren al voor zag in het offer dat Abraham moest brengen. [00:16:31] Het doet je trouwens ook beseffen dat het offer van het Lam van God, de Heer Jezus Christus, dus daar ook moest plaatsvinden, omdat de Allerhoogste die plek had uitgekozen. [00:16:48] Daarna hoor je een tijdje niks meer in de Bijbel. [00:16:55] Isaac geboren, Jacob geboren, twaalf zonen van Jacob geboren. [00:17:01] Dat zijn de twaalf stammen van Israël geworden. Ze zijn beland in de slavernij van Egypte. Ze zijn eruit gegroeid tot een groot volk. [00:17:10] Ze zuchten onder het bewind van een Farao die ze keihard laat werken, slavendienst laat verrichten. [00:17:18] Om bouwwerken daar in Egypte te bouwen. [00:17:23] En dan op een gegeven moment ontfermt God zich over Israël en mag Israël, dat land van de slavernij, gaan verlaten. [00:17:39] Mozes en Aaron worden gestuurd naar de faroën van Egypte en die hebben dan een boodschap voor de faroën. [00:17:47] En die boodschap luidt, dan zult ge tot faro zeggen, zo zegt de Heere, Israël is mijn eerstgeboren zoon. [00:17:57] Daarom zeg ik u, laat mijn zoon gaan, opdat hij mij diene. [00:18:02] Zout ge echter weigeren hem te laten gaan, dan zal ik uw eerstgeboren zoon doden. [00:18:09] En dat gebeurt dan, de tiende plaag van Egypte. Omdat ze Gods eerstgeboren zoon niet wilden laten gaan, kostte het hun hun eerstgeborenen. Niet bij de Israëlieten, want die hadden het bloed van het lam op de dorpels en de bovendorpels van het huis gestreken, zodat de engel des doods daar niet binnenkwam maar alleen de eerstgeborenen bij de Egyptenaren stierven. [00:18:40] En als ze dan naar die vreselijke Tiende Plaag vertrekken om te gaan naar het beloofde land en dan komen ze bij de Schelfzee En dan vindt hij dat wonder plaats dat de Heere sterke oostenwind doet opsteken en dan veegt hij als het ware het water opzij, zodat de Israëlieten veilig er doorheen kunnen gaan. [00:19:09] En als ze dan aan de andere kant gekomen zijn en ze draaien zich om, dan zien ze hoe de faro en zijn ruiters in de zee verzwolgen worden door het terugstromende water. [00:19:23] Dat is zo'n geweldig verlossend wonder. [00:19:27] En dan lees je dat Mozes op die andere oever veilig aan de overkant een lied zingt. Een lied over de verlossing die ze hebben ervaren. [00:19:41] Ook Mirjam is daarbij betrokken met rijdansen en tambourijnen om vreugde te maken over de verlossing. Maar dat lied eindigt dan in Exodus 15 Gij brengt hen en plant hen, gebrengt hen uit Egypte naar het beloofde land, door de moestijn heen naar het beloofde land. [00:20:04] Daar plant gij hen op de berg die uw erfdeel is. De plaats die gij, Heren, tot uw woning gemaakt hebt. Het heiligdom, Heren, door uw hand gesticht. De Heer regeert voor altoos en eeuwig. [00:20:23] Mozes zegt, we zijn nu op weg, niet alleen naar dat land, maar ook naar een plaats waar uw heren uw naam zal doen wonen. Een berg die uw erfdeel is. [00:20:37] De plaats die u tot uw woningen. Mijn huis. [00:20:43] Het heiligdom. De tempel. [00:20:46] Heren door uw hand gesticht. [00:20:49] Want dat moet allemaal gebeuren en zal allemaal gebeuren zodat het allerlaatste vers dan ook werkelijkheid wordt. De Heere regeert voor altoos en eeuwig op die berg die die zelf gekozen heeft om daar te wonen. [00:21:09] Lied van Mozes. [00:21:13] Israël is veertig jaar in de woestijn. [00:21:17] Ze gaan het beloofde land binnen. In de woestijn woont God op aarde, onder de Israëlieten, in de tabernakel, in een tent. [00:21:28] Daar waren de twaalf stammen omheen gelegerd. [00:21:32] En daar in het midden dus die tent met drie afdelingen, voor- of heilige, heilige der heilige. [00:21:40] En God woonde daar. De heerlijkheid van de Allerhoogste. [00:21:45] In de vorm van die vuurkolom en die wolkkolom. Snachts als een vuur, een lichtend vuur. [00:21:53] Overdag als een wolk. [00:21:56] En hij leidde het volk door de woestijn heen naar dat beloofde land. Daar was in die tabernakel de Ark van het Verbond. [00:22:07] Dat God met Mozes en met het volk Israël op de Sinaï gesloten had met die tien geboden en al die andere geweldige beloften en geboden die je daar vindt. Joden identificeren er 613 van ge- en verboden. [00:22:23] Allemaal aanwijzingen van de Allerhoogste die die aan Israël gegeven heeft. [00:22:28] om een goed en gezond en gelukkig en een welvarend leven te kunnen leiden. Als volk, in een maatschappij, in een land. [00:22:38] Dat is allemaal gebeurd. [00:22:40] Die stenen tafels met het hart van die wet, de tien geboden, daarop gebeiteld als het ware. Door de vinger gods erop geschreven. [00:22:53] Dan komen ze bij de grens van het beloofde land. Ze gaan daar binnen. Mozes sterft. [00:22:58] Maar voordat hij sterft, zegt hij opnieuw, en je kunt dat lezen in Deuteronomium XII, maar ook in Deuteronomium XVI. [00:23:09] Dan zegt hij, nou in dat land mag je het Pesachfeest vieren. Dat feest waar je gedenkt dat jullie eerstgeborenen niet gestorven zijn. [00:23:20] Zoals de eerstgeborenen van de Egyptenaren. Dat je veilig was door het bloed van het land. Dat mag je met een soort gedachtenismaal vieren met elkaar, elk jaar. En dan mag er ook een lam geslacht worden. [00:23:35] Als een zinnenbeeld voor wat er toen jullie redding gebracht heeft. [00:23:41] Waar mag je die lammeren dan slachten? Dat lammetje voor je Pesachviering. [00:23:50] Hij zegt in Deuteronomium 16, dan zult ge als Paas, ga als Pesach voor de Heer uw God Kleinvee en Runderen slachten op de plaats die de Heer uw God zal verkiezen om daar zijn naam te doen wonen. [00:24:11] Zo had Mozes dat lied geëindigd en hij zegt het hier opnieuw. [00:24:16] Alleen op die plaats mag je het lam voor Pesach slachten. In vers 5. Je zult het paas gaan niet mogen slachten in een van de steden die de Heer uw God u geven zal, maar op de plaats die de Heer uw God verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen. [00:24:36] Daar zult ge het paas gaan slachten tegen de avond. [00:24:40] Als de zon ondergaat op het tijdstip van uw uitocht uit Egypte. [00:24:46] Dat mocht dus alleen daar, op die plaats waar God zijn naam zou doen, daar mocht het alleen geslacht worden. [00:24:54] Wel nu, ze komen aan bij de grens met hun tabernakel, met de ark van het verbond. [00:25:01] Waar is de plaats die God gekozen heeft, waar Hij wil wonen? Waar zetten we die tabernakel neer? [00:25:09] Ze wisten het niet, want nergens tot op heden wordt er een plaatsnaam genoemd. [00:25:17] Dus ze hebben die tabernakel Maricilo gezet en die is nog wel eens van de ene naar de andere plaats gegaan. [00:25:26] Onder Joshua is het land veroverd. Ze hebben toen zelfs ook Een plek waar de Jebusieten woonden, een van de vele Canaanitische volkeren. Die woonden namelijk in Jeruzalem, in Jebus, zoals de stad toen genoemd werd. [00:25:42] Dat hebben ze een keer veroverd. [00:25:47] dan moet je wel de berg van 800 meter omhoog, maar ze hebben dat gepresteerd. Ze hebben die stad van de Jebusieten veroverd, maar ze zijn gewoon weer vertrokken. Dus die Jebusieten zijn gewoon weer teruggekeerd en zijn er opnieuw gaan wonen. Enfin, het duurt honderden jaren voordat Israël begrepen heeft waar de plaats moest zijn waar God zijn naam zou doen wonen. [00:26:18] Ze hebben dus eerst met Silo, Kyriatje Arim, op een gegeven moment is die ark van het verbond losgeraakt van de Tabernakel. Die hebben ze zelfs bij de Filistijnen, de aardsvijanden van Israël, neergezet. [00:26:32] En dat veroorzaakte daar zoveel ellende dat de God van de Filistijnen, Dagon, vonden ze s'morgens helemaal voorover met z'n hoofd gebroken liggen. Dus die Filistijnen zeggen, neem dat ding alsjeblieft weer mee terug. Het brengt ons alleen maar ellende. [00:26:50] Enfin... Ik denk tussen de 250 en 300 jaar duurt het voordat Israël ontdekt waar de plaats is die God heeft uitgekozen. En dan lees je dat... Koning David, en die moet je dan zo rond het jaar 1000 voor Christus plaatsen, probeert dat in te nemen vanwege die Jebusieten, een van de laatste stukjes waar Israël dan nog niet de zeggenschap over heeft. [00:27:30] Maar dat lukt niet totdat je het geheim ontdekt van een watertunnel. Die Jebusieten hadden... Jeruzalem ligt aan de rand van de woestijn, er is geen water. Dus als je een paar weken het beleg had geslagen voor die stad, moest je gewoon weggaan, want je kwam om van honger en dorst. [00:27:52] Maar die Jebusietje niet, want er was een bron. [00:27:55] Maar die hadden ze toegedekt, tunnelde naartoe. Dus zij hadden volop te eten en te drinken. En de vijanden moesten uiteindelijk afdijnsen. [00:28:05] Maar dan ontdekt David, door een van zijn legeraanvoerders, het geheim van die tunnel. Dan gaat hij door de tunnel en komt op die manier in de stad. [00:28:17] En zo verovert hij de stad Jebus. [00:28:22] Jeruzalem. [00:28:26] Koning David was een zonder zoals wij allemaal. [00:28:32] In hoogmoed heeft hij op een gegeven moment willen laten zien hoe sterk en flink en machtig hij niet was. Hij ging het volk tellen om te kunnen pochen. Kijk, ik voer het bewind over zoveel duizenden. [00:28:49] Dat is hoogmoed en hoogmoed komt voor de val, zegt een oud spreekwoord. Zo ook in dit geval. [00:28:56] De Heer is vertorend op deze houding van David en dan stuurt hij de pest, de engel des doods, naar Israël. Niet naar de Egypten naar, maar naar Israël. En dan sterven er 70.000 vandaan in het noorden tot Beersheba in het zuiden. [00:29:17] En dan komt de engel des heren met zijn getrokken zwaard bij Jeruzalem. En dan zegt God, doe je zwaard in je scheden. Geen oordeel aan deze plaats. [00:29:30] En dan stopt daar, op dat moment, die plaag, dat sterven door de pest, de straf van God, houdt dan op. Daar, op die plek. [00:29:44] David begrijpt nog niet goed wat het bijzondere is van die plek. [00:29:50] Maar een profeet, Gad met name, zegt, daar is iets met die plek. Die plek moet je kopen, koning David. [00:29:59] Daar is een dorsvloer, een wijngaard. [00:30:07] de dorstvloer van Ornan of Arau naar de Jebusiet en dan gaat David en koopt die plek met goud en zilver, betaalt er een enorm vermogen voor. Hij had het makkelijk militair gewoon kunnen nemen, maar hij wilde die plaats kopen, omdat Gad zei, daar moet je een altaar oprichten, daar moet je een dankoffer aan de heren brengen, dat die vreselijke pest, die plaag gestopt is. [00:30:40] Hij koopt die plek, hij legt, hij bouwt het altaar, hij legt het offer op het altaar en dan in één keer daalt vuur van de hemel neer. [00:30:54] en neemt het offer. [00:30:56] Alsof de Allerhoogste zegt, ja, dit is de plaats die ik gekozen heb om daar mijn naam te doen wonen. [00:31:06] En dan beseft David, hier moet de ark van het verbond uiteindelijk belanden. Hier moet een huis voor God gebouwd worden, zijn huis. Op deze plaats, op die berg Sion, op die berg Moria. [00:31:24] Hier gaat de Allerhoogste Israël voorzien in alles wat Israël nodig heeft, naar geest, ziel en lichaam. [00:31:33] Hij verzamelt al het hout en het goud en het zilver nodig voor de bouw, maar hij heeft teveel bloed aan zijn handen. [00:31:40] Zijn zoon Salomo mag de tempel bouwen. Die bouwt die schitterende tempel. [00:31:46] Het grote brandtofferaltaar staat klaar. [00:31:49] Salomo spreekt een prachtig gebed uit. [00:31:53] waarin hij zegt, dit is niet alleen de plek van gebed voor ons, Israëlieten, maar ook als vreemdelingen uit de hele wereld komen om hier te bidden, wil jij dan ook naar hen luisteren? [00:32:07] Je kan lezen dat de Allerhoogste zegt dat het een huis van gebed is voor alle volkeren. [00:32:14] De tempel is gebouwd, het grote brandtofferaltaar. [00:32:19] Offers liggen erop en ineens opnieuw voor de tweede keer daalt vuur uit de hemel en neemt het offer van het altaar. [00:32:32] En dan buigt het hele volk zich, want hij is goed, want zijn goede tieren, hij duurt tot in eeuwigheid. [00:32:41] Die plek in het hart van Jeruzalem. [00:32:46] gaat God zelf wonen. [00:32:49] Daar komt de kolom van wolk en vuur, daalt neer op de tempel, neemt zijn intrek in het heilige der heiligen. [00:33:01] Indrukwekkend. [00:33:03] Daar wordt dan ook tenslotte de ark van het verbond binnengedragen. Van zijn laatste plek wordt hij opgehaald om nu definitief daar in die tempel te belanden. [00:33:18] God heeft gekozen die plaats om daar zijn naam te doen wonen. [00:33:25] Die tempel is verwoest door de Babyloniërs. [00:33:31] Die hebben het goud en zilver meegenomen, maar voordat ze dat konden doen vertrok eerst de Allerhoogste zelf. [00:33:42] Hij verliet de tempel. Je kunt dat lezen bij de profeet Ezekiël. [00:33:51] Al meteen in het begin ziet Ezekiël de heren omringd door al die gerubiem en die hemelwezens. En dan op een gegeven moment dan lees je dat In Ezechiel 10, vanaf vers 4, toen verhief zich de heerlijkheid des heren, de kolom, wolk, vuur, van boven de grip begaf zich naar de dorpel van de tempel, tempel vol met wolk, rook, glans van de heerlijkheid des heren, hij komt in beweging, begeeft zich naar de drempel van de tempel, naar de deur, naar de uitgang zou je kunnen zeggen. [00:34:44] Daar staat de troonwagen gereed, die door de gerubiem, die hemelwezens, gedragen wordt. [00:34:52] En dan lees je in het volgende hoofdstuk, in hoofdstuk 11, dat de heerlijkheid van God zet zich op die troonwagen, En de heerlijkheid des heren steeg op uit het midden der stad en plaatste zich op de berg die ten oosten van de stad ligt, op de Olijfberg. [00:35:13] Dus de heren verlaat de tempel, laat het als het ware als een lege huls achter en dan Kunnen de Babyloniërs stad en tempel met de grond gelijk maken en alles roven wat ze er kunnen vinden? [00:35:30] Massaslachting onder de Joden, 70 jaar ballingschap is het gevolg ervan. [00:35:37] Einde verhaal. Maar nee, want de Heere heeft die plek uitgekozen voor immer en altoos, voor eeuwig. Na de ballingschap een tweede tempel. Veel kleiner. [00:35:51] Onder leiding van Sir Huub Babbel. Maar wel een echte tempel. Het is de tempel waar Jezus ingegaan is om te zijn als twaalfjarige jongen. [00:35:59] Om te zijn in de dingen van zijn vader. [00:36:02] Tempelcomplex geweldig verfraaid door koning Herodes. [00:36:09] En dan in 70 naar Christus wordt ook die tempel met de grond gelijkgemaakt door de Romeinen dit keer. [00:36:17] En opnieuw wordt het volk in ballingschap gejaagd. Een ballingschap die bijna 2000 jaar geduurd heeft. [00:36:25] Maar de Heere zegt, het is mijn stad. [00:36:28] Het is mijn volk. [00:36:29] Het is mijn berg. Het is mijn huis. [00:36:33] De plek die ik begeerd heb. En nu leven wij in de tijd... Dat we zien hoe Israël terugkeert uit de hele wereld, hoe Jeruzalem hersteld wordt. [00:36:45] We zien als het ware Gods trouw aan wat Hij zich voorgenomen heeft, aan alle verbonden die Hij met Israël gesloopt, aan alle beloften die Hij is. [00:36:55] Ze zien de trouw. [00:36:57] Maar de kerk, de christenheid ziet er eigenlijk niks van. [00:37:01] Ze begrijpen niet dat we nu op een punt zijn aangeland in de geschiedenis dat de tijd gaat aanbreken dat de laatste tempel daar gebouwd zal worden. Omdat de Heere gezegd heeft dat is de plek waar mijn naam zal wonen. En ik zal doen wat ik beloofd heb. [00:37:21] Dat betekent dat dat hele denken van die vervangstheologie, van die christenheid, de ogen en de oren van die christenheid totaal blind gemaakt heeft. Ze zien niet wat voor een bijzonder volk het Joodse volk is. Ze zien niet het bijzondere van dat land van Israël. Ze zien niet het bijzondere van die stad van Jeruzalem. [00:37:45] Met de plek waar de Allerhoogste opnieuw zijn intrek zal doen. [00:37:51] Hij zal in die laatste tempel, die straks gebouwd gaat worden, zal hij opnieuw zijn intrek nemen. [00:38:01] En ook dat ziet Ezegiel gebeuren. [00:38:05] Nadat hij eerst in die beginhoofdstukken heeft gezien, Hoe de Heerlijkheid des Heren de tempel verlaat naar de Olijfberg, in de hoofdstukken 40 tot 48 beschrijft hij die laatste tempel die er dus straks gaat komen. En dan lees je in de EZGL 43, en zie de Heerlijkheid van de God van Israël kwam uit oostelijke richting. [00:38:38] Hij was vertrokken naar het oosten, richting Oluifberg. Hij komt terug van het oosten. [00:38:44] En er was een geluid als het gedruis van vele wateren en de aarde straalde vanwege zijn heerlijkheid. [00:38:52] Ik viel op mijn aangezicht. [00:38:57] En de Heerlijkheid des Heren ging het huis binnen, zijn woning, door de poort die naar het oosten gericht was. [00:39:05] En de geest nam mij op en bracht me naar de binnenste voorhof. En zie, de Heerlijkheid des Heren vervulde het huis. [00:39:14] Hij neemt opnieuw bezit van zijn huis, van zijn tempel. En toen hoorde ik hem uit de tempel. [00:39:23] Toen hoorde ik hem uit de tempel tot mij spreken en hij zei tot mijn mensenkind, dit is de plaats van mijn voedselen. [00:39:33] Dit is de plaats van mijn troon, de plaats van mijn voedselen, waar ik wonen zal onder de Israeliten voor hoelang? Tot in eeuwigheid. [00:39:47] En dan zal vanuit Jeruzalem de vrede de ganze aarde bedekken. [00:39:53] Merkwaardig dat die heerlijkheid als heren van het oosten komt. Van de olijfberg. [00:40:00] Waar is Jezus ten hemel gevaren? Van de olijfberg. [00:40:04] Wat zeggen de engelen als die discipelen naar de hemel staren? Dan zeggen ze, wat staren jullie daar naar de hemel? Deze Jezus zal op dezelfde manier terugkomen als je hem zojuist hebt zien gaan. De wolk. [00:40:18] Geen regenwolken. De wolk, de omhulling van de heerlijkheid gods, zal hem terugbrengen. Door die wolk ging hij als het ware door dat hemels gordijn. [00:40:30] Binnen in de hemelse dimensies die ons omringen. Maar de wolk zal hem opnieuw terugbrengen. En dan zal hij vanaf de Olijfberg, vanuit het oosten, de stad binnen gaan. [00:40:42] Om te zitten op de troon van zijn vader David, te midden van Israël. Om de vrede vanuit Jeruzalem over de hele wereld te brengen. En de heerlijkheid gods. [00:40:53] zal zijn intrek nemen in die laatste tempel. Eindelijk vrede op aarde. [00:41:01] Ik denk dat we heel diep moeten beseffen, ook als christenheid, wat er zich voor onze ogen afspeelt. [00:41:10] Dat we ook radicaal Al dat theologisch denken dat onze ogen verblind heeft en onze oren doof gemaakt heeft, dat we er afstand van doen, dat we ook spijt betuigen in de richting van het Joodse volk en dat we in een keer beseffen Die stad Jeruzalem en dat land, dat is niet iets politieks waar we maar even onze politieke oordelen en meningen over moeten loslaten. Dat is God in actie die de plek gaat voorbereiden om opnieuw daar zijn intrek te nemen. [00:41:49] Ik denk dat het nu of nooit is dat het het uur u is voor de hele christenheid om tot inkeer en tot omkeer te komen. [00:42:00] En dat te tonen in spijtbetuigingen, maar ook heel praktisch daden van liefdelegers Israël en het Joodse volk. En ook beseffen dat de machten der duisternis er alles aan gelegen is om juist die stad en met name die berg waar nu twee of drie moskeeën staan, dat dat de twistappel wordt. [00:42:26] dat de Heere daar zo gaat ingrijpen dat die laatste tempel daar komt om dan eindelijk voor de hele wereld vrede te brengen. [00:42:38] Wie weet hoe spoedig reeds. [00:42:44] Zullen we samen bidden. [00:42:46] Heere, we danken u dat wij die bijzondere generatie mogen zijn die met eigen ogen ziet hoe u Het land herstelt, de stad herstelt, het volk herstelt in het land. [00:42:59] Nationaal herstel eerst, maar het zal gevolgd worden door geestelijk herstel. [00:43:04] En het is alles voorbereiding hier op uw komst in heerlijkheid en vrede op aarde voor alle volken, voor alle mensen. [00:43:15] Heren, we bidden u voor de vijanden van Israël, voor die opvlammende jodenhaat. [00:43:22] die tot geweld leidt, steeds meer. [00:43:27] Heren, wilt u zich ontvermen over die vijanden van Israël, die van jongs af leren dat je Joden moet haten? [00:43:37] Heren, die machten en krachten die Hamas en Hezbollah en hoe ze ook maar heten inspireren om Joden te doden en dan beloofd wordt dat als ze dat doen, dat ze rechtstreeks binnen zullen gaan in het paradijs. [00:43:59] Heren, de machten der duisternis maken zich op voor de laatste strijd, maar Jezus komt in heerlijkheid en zijn shalom wordt wereldwijd. [00:44:11] Geef daarom dat we dat ook maar rustig, blijven uitdragen om ons heen, ook als christenen voor Israël, dat we niet bang zullen zijn, ook niet als wij ook iets gaan proeven van die agressie jegens ons, omdat we willen staan in solidariteit met uw volk en uw land en uw stad. [00:44:39] Schenk ons daartoe de kracht van de Heilige Geest, zodat het ons een vreugde wordt. [00:44:44] en we vol goede moed onze aardse levensreis voortzetten, terwijl U zorgt naar wat wij nodig hebben, naar geest, ziel en lichaam, totdat Jezus komt om alle dingen voor eeuwig nieuw te maken. [00:45:02] In zijn naam. [00:45:04] Amen.

Other Episodes

Episode

November 04, 2024 00:31:16
Episode Cover

Wierd Duk van Telegraaf: “berichtgeving over Israël in de Nederlandse media is bijzonder eenzijdig”

Hoe kun je als journalist onbevooroordeeld verslag doen van wat er in Israël en Gaza gebeurt? Wat is de rol van de journalistiek in...

Listen

Episode

January 21, 2026 00:35:27
Episode Cover

Podcast 21 januari • Wat weten we nu over Iran? “Israël is bondgenoot van het Iraanse volk”

Het nieuws stond afgelopen weken bol van de protesten in Iran tegen het regime van ayatollah Khamenei. Mensenrechtenorganisaties hebben het over ruim 4500 doden,...

Listen

Episode

November 06, 2024 00:32:49
Episode Cover

Podcast 6 november: Trump wint verkiezingen, wat betekent dit voor Israël?

Donald Trump is de 47e president van de Verenigde Staten. In de aanloop naar de verkiezingen stond het thema Israël meer dan ooit centraal....

Listen