Het Koninkrijk aan een ander volk gegeven • Moeilijke teksten over Israël #4

May 02, 2026 00:34:12
Het Koninkrijk aan een ander volk gegeven • Moeilijke teksten over Israël #4
Christenen voor Israël
Het Koninkrijk aan een ander volk gegeven • Moeilijke teksten over Israël #4

May 02 2026 | 00:34:12

/

Show Notes

In Mattheüs 21 vertelt Jezus een gelijkenis over een heer des huizes die een wijngaard plant. De wijnbouwers aan wie hij de wijngaard vervolgens verhuurt, doden zijn knechten en zelfs zijn zoon. Jezus maakt duidelijk dat deze gelijkenis het over de leiders van Israël ging. Maar zegt Jezus met deze gelijkenis dat het Koninkrijk van God van Israël weggenomen en aan een ander volk gegeven wordt, of zit de vork anders in de steel? Ds. Kees van Velzen legt het uit in deze Bijbelstudie.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:06] Fijn dat u kijkt naar deze uitzending. Lieve mensen, beste mensen, we zijn met een serie bezig die gaat over moeilijke teksten in verband met Israël. [00:00:17] Zijn die er dan? Dat hebt u al in deze serie kunnen merken. [00:00:21] Ik heb de eer om hier ook iets over te mogen zeggen. [00:00:24] En dus ben ik gaan nadenken. Wat vind ik nou zelf een moeilijke tekst om over te hebben? [00:00:30] Waar zou je kunnen gaan twijfelen? Ja, maar zien wij wel het goed met Israël? Klopt het wel wat wij denken? [00:00:38] En ik zal die tekst noemen en daarna het verband. We vinden het in Matthäus hoofdstuk 21 en dan begin ik bij vers 43, we vallen er midden in, ik probeer straks uit te leggen wat er aan de hand is. Maar dit is het tekst, de moeilijke tekst dus. [00:00:56] Daarom zeg ik u dat het koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. [00:01:11] Die tekst, en daarom raakt het mij dat zo, zag ik onlangs, het was in een Engelstalige uitzending overigens, waarbij die vraag langskwam en degene die daar zat om alles uit te leggen zei, deze tekst toont absoluut aan dat Israël het Joodse volk dat het een gepasseerd station is. Want, er staat toch duidelijk, het Koninkrijk van God wordt van jullie? [00:01:40] Joodse mensen weggenomen en het zal aan een volk worden gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt en wie anders dan de kerk van de Heerde Jezus Christus zou dat volk kunnen wezen. [00:01:53] Ik weet niet hoe u of jij hiernaar luistert omdat je zegt ja wauw, misschien hoor je de tekst voor het eerst, misschien al veel vaker, maar hoe kan het nou dat de Heerde Jezus, want daar gaat het over, Hij is aan het woord, zegt Jullie, wordt het van jullie afgenomen en het wordt gegeven aan een volk. En soms wil je erbij zeggen aan een ander volk. Zie daar de tekst. Zie daar, mag ik het zo zeggen, de uitdaging. Gelovend in godswoord de Bijbel. [00:02:21] Het begint in vers 33 en ik ga dit gedeelte lezen en straks bespreken. [00:02:30] Luister naar een andere gelijkenis. [00:02:33] Er was iemand, een heer des huizes, die een wijngaard plantte. [00:02:38] Hij zette er een heining omheen, groef er een wijnpersbak in uit en bouwde een toren. [00:02:44] En hij verhuurde hem al landbouwers en ging naar het buitenland. [00:02:50] Toen de tijd van de vruchten naderde, stuurde hij zijn dienaren naar de landbouwers om zijn vruchten te ontvangen. [00:02:57] En de landbouwers namen zijn dienaren, sloegen er één, doodden een ander en steenigden een derde. [00:03:04] Nogmaals stuurde hij andere dienaren, meer in aantal dan de eerste, en ze deden met hen hetzelfde. [00:03:11] Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei, voor mijn zoon zullen ze ontzag hebben. [00:03:20] Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden onder elkaar, Dit is de erfgenaam. [00:03:28] Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden. [00:03:32] Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen ze hem buiten de wijngaard en doden hem. [00:03:40] Vraag. Wanneer dan de heer van de wijngaard komen zal, wat zal hij met die landbouwers doen? [00:03:49] Ze zeiden tegen hem, hij zal die kwaadoeners een kwade dood doen sterven en zal de wijngaard aan andere landbouwers verhuren die hem de vruchten op hun tijd zullen geven. [00:04:02] Jezus zei tegen hen, hebt u nooit gelezen in de schriften de steen die de bouwers verworpen hadden? Wie is dat een hoeksteen geworden? [00:04:09] Dit is door de heren geschiet en het is wonderlijk in onze ogen. [00:04:13] Zalm 118 is dat trouwens. [00:04:16] Daarom zeg ik u, dat het koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. Onze tekst, vers 43. [00:04:26] Wie op deze steen valt, zal verpletterd worden. [00:04:31] En op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. [00:04:36] En toen de overpriesters en fariseeën deze gelijkenissen van hem hoorden, begrepen zij dat hij over hen sprak. [00:04:47] En ze probeerden hem te grijpen, maar ze waren bevreesd voor de menigten, omdat die hem voor een profeet hielden. [00:04:55] Zie hier ons dilemma. [00:04:58] Zie hier deze moeilijke tekst. [00:05:01] Wat moet je met deze tekst? [00:05:04] Laat ik het zo duidelijk mogelijk stellen. [00:05:07] Zitten wij ernaast als christenen voor Israël, als wij stellen dat het Joodse volk, dwars er alles heen, een totaal unieke positie heeft? [00:05:17] Zit ik persoonlijk ernaast als ik zeg, het geldt nog altijd, als je dit volk zegent, zul je gezegend worden. [00:05:26] En als je het vervloekt, zul je zelf vervloekt worden. [00:05:29] Zitten we ernaast als wij zeggen, de Heere God heeft dit land als eigendom gegeven aan het Joodse volk en wij, de generatie die leeft in de inmiddels 21ste eeuw, dat wij de unieke generatie zijn die voor onze ogen zien gebeuren dat God zijn belofte waar maakt. [00:05:50] En op 14 mei 1948 dat het volk thuis kwam, dat dat een vervulling daarvan is, zitten wij ernaast. Is het eigenlijk zo dat... Nee, het Joostse volk heeft in die zin eigenlijk afgedaan en de kerk, de gemeente van de Heerde Jezus Christus, waar ik trouwens heel veel van houd van die kerk, die gemeente, maar dat die in plaats is gekomen dat die Israël heeft vervangen. [00:06:12] Mijn antwoord is Het is niet zo dat Israël vervangen is. [00:06:19] Maar, dat kan ik makkelijk zeggen, u wil weten, hoe kom je daarbij? [00:06:24] We kijken naar deze gelijkenissen. [00:06:29] Het beeld wat de Heer Jezus schetst en het heeft te maken naar zijn bevoegdheid, die is voor die tijd is daar langsgekomen. Maar wat ook heel belangrijk is, is dat de Heer Jezus, dat daar de intocht in Jeruzalem was. De context van hoofdstuk 21 van Matthäus is dat. En dat er geroepen wordt door de menigte, als daar de intocht in Jeruzalem is van de Heer Jezus. Hosanna, de zoon van David, gezeend hij die komt in de naam van de Heere, Hosanna in de hoogste hemelen. En toen de Heer Jezus in Jeruzalem binnenkwam, raakte heel de stad in opschudding en men zei, wie is dat? [00:07:05] De menigste zei, dat is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea. De Heer Jezus reinigt vervolgens de tempel. Hij treedt zeer krachtdadig op. [00:07:15] En dan is daar dat moment van die verdorte vijgenbomen. Hij spreekt de Heer Jezus daartoe en die vijgenbomen die verdort, stel je voor. [00:07:23] Dan wordt de vraag gesteld van wie bent u of wie ben je, dat je dit soort dingen allemaal doet. [00:07:30] Dan vertelt hij een gelijkenis van twee zonen die allebei opdracht krijgen. [00:07:35] En daar wordt ook eigenlijk de term wijngaarde, waar dus druiven zijn enzo, wordt dan geïntroduceerd. [00:07:43] Die krijgt een opdracht, ga in die wijngaard werken. [00:07:45] En die zegt dan van nee dat wil ik helemaal niet, maar later krijgt hij berouw en gaat erin. Dan een tweede krijgt dezelfde opdracht, twee zonen van één, van de eigenaar zou je zeggen. Die zegt ik ga hier, maar hij gaat niet. Nou, wie is dan beter? En dan komt in vers 33 dus een andere gelijkenis en daar staat er was dus iemand een heer des huizes die een wijn gaat planten. En dit Leest u dat maar in ook het Bijbelboek Jesaja, dat zintje onder andere Jesaja hoofdstuk 5 vers 1. Die wijngaard is hier het symbool van Israël. Opmerkelijk is trouwens dat het als het over wijnstokken of een wijnstok gaat, dat dan als het gaat over resultaat eigenlijk steeds een negatief beeld is. Opmerkelijk. U weet ook dat de Heerde Jezus zei, Johannes 15, ik ben de ware wijnstok. Boeiend. Maar dat is weer een ander iets, een ander spoor. Dat wou ik nu even laten voor wat het is. Maar hier dus over die wijngaard. [00:08:43] Aan de inspanning van de eigenaar, de Heer des Huizes, ligt het beslist niet. [00:08:49] Hij zet er een omheining omheen. [00:08:52] Hij graaft er een wijnpersbak in. Nou, dat is prachtig. [00:08:56] Komt in de graftuin, dan kun je daar ook nog iets zien van zo'n wijnpersbak. Het bestaat eigenlijk uit twee gedeelten. [00:09:05] Daar waar de druiven ingedaan werden, dan is er een soort goot. Die druiven werden met de blote voeten aangestampt en dan stroomde het druivensap naar de plek en het zal dan gegisten. Dan wordt het wijn uiteindelijk. [00:09:20] Dus het gaat allemaal heel goed. Hij bouwt ook een toren. Nogmaals, het ligt echt niet aan die eigenaar. Die heeft serieus werk gemaakt en die maakt dat ook serieus werk van zijn weinigheid. [00:09:31] En er staat er, hij verhuurt hem. [00:09:33] Hij delegeert het aan landbouwers en hij gaat naar het buitenland. Hij vertrekt. [00:09:40] En hij komt ook niet terug. [00:09:44] Wat hij doet, wat hij regelt, doet hij vanuit het buitenland, maar dan stuurt hij zijn, je zou zeggen, dinaren, zijn werknemers naar die landbouwers om de vruchten te ontvangen. [00:09:54] Waar hij volledig recht op heeft, want uiteindelijk het is gepacht. [00:09:58] Nou, dan staat er dat er iets bizars gebeurt. Die landbouwers, die nemen zijn dinaren, slaan de een, Dat is al erg genoeg, maar dan staat er dode een ander en stenigen een derde. [00:10:11] Ook voor de toehoorders van de Heer Jezus moet het een enorme schok geweest zijn. Wat gebeurt hier? Jezus vertelt dat en het kan ook zomaar gebeuren. [00:10:22] Als je trouwens Isaiah erbij leest, 5, ik noemde het al, dan staat er dat God verwachtte van zijn wijngaard Israël, goed bestuur, staat er, het werd bloedbestuur. Hij verwachtte gerechtigheid, het werd ongerechtigheid. De Bijbel is daar heel eerlijk over. [00:10:39] Nogmaals, staat er, terug naar Matthäus 21, stuurde hij andere dienaren, maar dan meer dan de vorige keer, en ze deden met hen hetzelfde. Dus tot twee keer toe stuurt die eigenaar zijn mensen om datgene alleen maar te ontvangen waar hij volledig recht op heeft. Hij is geen dictator, hij is niet een nare man, hij staat volkomen in zijn recht. [00:11:04] En in plaats van dat hij er al meteen een eind aan maakt, dan stuurt hij zijn zoon naar hen toe... ...en dan zegt hij ja, het ging niet goed die andere keren. Ja mijn zoon, daar zullen ze ons zacht voor hebben. [00:11:16] Maar als die zat zien, de landbouwers, dan zeggen ze... ...aha, dit is de erfenaam. [00:11:23] Als wij hem te pakken nemen, dan is die erfenis voor ons. [00:11:29] We hebben die zoon, dat is een sleutelfiguur, die willen we er juist niet bij hebben. [00:11:35] En dan staat er, als ze hem gegrepen hadden, hielpen ze hem buiten de wijngaard en doodden hen. [00:11:42] We zien een rechtvaardige landeigenaar die niks bijzonders vraagt. Wij zien mensen die zouden moeten leveren. [00:11:51] Wat voor hen ook heel wat beter geworden zou zijn. [00:11:54] Maar het onbestaanbare gebeurt. [00:11:58] De erfgenaam wordt vermoord. [00:12:03] En dan stelt de Heer Jezus een vraag. [00:12:05] Wanneer dan de Heer van de Weingaard komen zal, en hij gaat dus komen, hij is niet langer in het buitenland, hij gaat komen, wat zal hij dan met die landbouwers doen? En het antwoord is duidelijk. [00:12:18] Ze zeiden, hij zal die kwaadoeners een kwade dood doen sterven en zal de Weingaard aan andere landbouwers verhuren die hem de vruchten op hun tijd zullen geven. [00:12:29] Duidelijk. [00:12:30] Dit is volkomen logisch. Wat er is gebeurd was letterlijk moord en doodslag, was onrecht en de toehoorders die zeggen van, absoluut duidelijk. [00:12:39] Hij staat volkomen in zijn recht als hij dat doet. [00:12:43] En dan zegt Jezus tegen hen, hebt u nooit gelezen in de schriften de steen die de bouwers verworpen hadden. Die is tot een hoeksteen geworden. [00:12:54] Dit is door de heren gezien en het is wonderlijk in onze ogen. Dit komt uit psalm 118. U kunt het nalezen. Psalm 118 vermeldt dit. De heer Jezus haalt een psalm 118 aan, betrekt die in dit geval over het koninkrijk van God wat weggenomen wordt. En dan staat er iets anders, maar dat staat er dus dat er een hoeksteen die verworpen werd door de bouwers, dat is de hoeksteen geworden. Dus waar je er nou net niet van verwacht, dat wordt precies datgene die de hele constructie zal gaan dragen. Dat onverwachte, God de almachtige, hij keert dingen om. [00:13:39] En dan staat er daarom onze tekst. Zal, zeg ik u, dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. [00:13:54] En nu gaat het erover dat er iets gaat gebeuren. [00:13:59] En de Heer Jezus zegt het Koninkrijk van God zal van u, van jullie, weggenomen worden. [00:14:07] En dan zeggen mensen, dat is precies wat ze nou bedoelen. [00:14:11] Ja, het Joodse volk. Ze zijn het kwijtgeraakt. Ze hebben het verloren. Ze hebben het niet meer en zullen het ook nooit meer krijgen. [00:14:19] Laten we goed kijken. [00:14:21] Het Koninkrijk van God. [00:14:24] Vaak spreekt Matthäus over het Koninkrijk der hemelen, maar je kunt dat ook eigenlijk als een bepaald synoniem zien. [00:14:31] Het zal van u staat er, weggenomen worden. [00:14:36] Wie zijn die u eigenlijk precies? [00:14:39] Nou, dat hebben we ook gelezen. [00:14:41] Vers 45, toen de overpriesters en de fariseeën deze gelijkenissen, meervoud, dit is er een van degene die die verteld heeft, van hem hoorden, begrepen zij dat hij over hen sprak. [00:14:59] Het is voor hen zonneklaar. [00:15:01] De toepassing is voor hen helemaal duidelijk. De Heer Jezus spreekt hen aan. [00:15:07] En wie zijn dat? Dat heb ik al gezegd. [00:15:10] Dat de Heer Jezus, dat de overpriesters en oudsten van het volk komen naar hem toe en zeggen tegen hem, met welke bevoegdheid doet u deze dingen? En wie heeft u deze bevoegdheid gegeven? [00:15:25] En dan staat er, dat de Heer Jezus een tegenvraag stelt, namelijk, De doop van Johannes, van waar was die? [00:15:34] Uit de hemel of uit mensen? En dan zeggen ze tegen elkaar, want dit wordt dan lastiger voor hen, als we zeggen uit de hemel, dan zal hij tegen ons zeggen, waarom hebt u dan niet geloofd? [00:15:44] Maar als wij zeggen, uit de mensen dan zijn we bevreesd voor de menigte, want ze houden alle Johannes voor een profeet. [00:15:50] En dan staat er, ze antwoordde Jezus en zei, dat weten we niet. [00:15:54] Hij zei tegen hen, dan zeg ik u ook niet, met wat voor bevoegdheid ik dit doe. En dan komen die gelijkenissen. Dit is een discussie. [00:16:01] En het is niet bepaald de eerste keer dat dit gebeurt. [00:16:04] En dan komt er dus die zin, Dat ze begrijpen dat hij over hen spreekt. En wie zijn het? De overpriesters en de fariseeën. Oké. Even, als ik het maar zeg, methodologisch. [00:16:19] Kun je zeggen dat het hier gaat over het complete Joodse volk? Nee. [00:16:24] Want het gaat over hen. Ook als het gaat over die hoekstenen. Ze kennen, natuurlijk kenden ze Psalm 118. Dus het gaat over deze mensen. [00:16:34] Die krijgen te horen dat het over hen gaat. [00:16:38] En het koninkrijk van God zal van u weggenomen worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. [00:16:48] Oké, dan zeggen mensen ja, oké, ja, oké, farisee, schriftgeleerde, oké, het was als voorheen. [00:16:54] Maar feit is wel dat zij als vertegenwoordigers van het hele volk nu te horen krijgen dat het bij hen weggaat en dat het gaat naar een volk. [00:17:05] Oké. Dat woordje volk. In het Grieks dat woordje ethnei. Waar het woord etnologie vandaan komt, volkenkunde. [00:17:12] Mensen zeggen, maar als het gaat over etnos in de Bijbel, dan gaat het over heidevolken. Nee, soms wel, maar het gaat ook over Israël. Bijvoorbeeld, als Petrus bij Cornelis komt, lees maar in Handelingen, dan staat even het over het volk van Israël, het etnos van Israël. [00:17:30] Er staat een woord enkelvoud. Het staat niet aan de volken of de volkeren. Het gaat over één volk. [00:17:39] En wat is de essentie van dat ene volk? Dat is dat het de vruchten voortbrengt. Want dat weten we over de vruchten. Het gaat over de opbrengst van deze weinigheid. [00:17:54] De anderen hebben die vruchten niet eens gegeven. Dus God zegt er gaat iets gebeuren. Jezus zegt er gaat iets gebeuren. [00:18:00] Het wordt gegeven aan een volk. Dat wil niet zeggen het heidevolk. Sommigen vertalen het of noemen het een ander volk. Er staat niet een ander volk, er staat een volk. [00:18:10] Het verschil is dit. [00:18:12] Zij, overprieses fariseeën, brengen de vruchten niet voort. Het gaat naar een volk wat dat wel voortbrengt. [00:18:20] Wacht even. [00:18:23] Als het dan gaat over wie of wat is dat volk dan? [00:18:27] Als mensen zeggen, dat is natuurlijk de gemeente van de Heerde Jezus Christus. [00:18:31] Is dat zo? [00:18:33] Is het zo dat daarmee het Joodse volk is uitgeschakeld? [00:18:38] Dan moet ik u erbij lezen, Romeinen, hoofdstuk 11. [00:18:42] En voor diegenen onder ons, ja, ja, ik weet het wel. Ja, Romeinen, hoofdstuk 11. Ja, natuurlijk, dat zal er zeker weer bij komen. Ja, dat zal er zeker bij komen, want er staat het volgende. [00:18:55] Hoofdstuk 11 vers 23 voor Romeinen. [00:18:58] Ook zij zullen, en dacht dat over Israël, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want God is machtig, hen opnieuw te enten. [00:19:06] Want als u afgehouden bent uit de olijfboom, die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijven om geënt bent, hoeveel te meer zullen zij, die de natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom. [00:19:21] En dan gaat hij het uiterlijke pad. Dat is vers 25. [00:19:24] Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit, geheimen is, opdat er niet wijs zou zijn in eigen oog, dat is een interessante zinnetje, zodat er niet wijs zouden zijn, geen wijsneuzen zijn in eigen oog, dat er voor een verharding overal is gekomen, totdat de volheid van de heideren is binnengegaan. En zo, belangrijke zin, zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat, de verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jacob. [00:19:59] Hier wordt gesproken over Israël, hier wordt gesproken over een herstel van Israël. [00:20:04] Kun je zeggen, ja, wat je nu doet, Kees, ja, ja, je gaat nu weg bij de tekst die de lastige is, en nu kom je met een soort andere uitleg, nee, dit is het woord van God. [00:20:15] Dit staat er in de Bijbel. Dan gaat het elkaar tegen spreken, nee, maar we gaan terug. Natuurlijk gaan we terug naar Matthäus, hoofdstuk 21. [00:20:23] En dan staat er, Het wordt aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. Lieve mensen, je kunt onmogelijk van deze tekst op grond van deze tekst zeggen, het hele Joodse volk wordt voor die mee in één hoek geplaatst. [00:20:43] Heeft afgedaan. [00:20:45] En een ander volk, ja, het is geen ander, het gaat niet, maar een volk, die krijgt dat. [00:20:51] Wat hier staat is dat er een moment gaat komen dat inderdaad deze overpliezen die inderdaad instrumenteel zullen zijn samen met de Romeinen om de idees te veroordelen terwijl er niets tegen hem ingebracht kan worden. [00:21:06] Dat weten we. Maar dan moet ik denken aan een oud gedicht waar staat het zijn niet de joden die u kruisten van revies nou is dat heel mooi gezegd de eerste regels later dan wordt het wat anders maar het zijn niet de joden die u kruisten maar eigenlijk wij allemaal zegt hij daarmee wij hebben hem niet geacht zegt de bijbel maar hier staat dus dat het wordt gegeven aan een volk dat de vruchten voortbrengt. [00:21:37] En dan betekent dat dus dat het niet het einde van het ene volk is, het Joodse volk, maar dat er staat dat er iets gaat gebeuren ten aanzien van dat vruchtdragen. [00:21:52] Ik wil nog even iets zeggen over de gemeente. [00:21:56] Ik heb net gelezen uit Romeinenhoofd de Kelf. [00:22:00] En we hebben gelezen dat daar iets gezegd wordt van, wees niet wijs in eigen ogen. Als je echt zou denken, vervangerstheologie, joden hebben afgedaan, joodse volk vergeten ze maar. Nee, het is nu de kerk. [00:22:15] Wat staat er in het Bijbelboek openbaring over de gemeente van Ephesus? De heer Jezus zegt, je doet allerlei dingen fantastisch. [00:22:25] Maar ik heb iets tegen, je hebt je eerste liefde, hij zelf. [00:22:29] verlaten, verzaakt, bekeer je en doe weer je eerste werken. Laat die liefde opnieuw aangevuurd worden. Liefde voor de Heer Jezus, liefde voor wie hij is, voor zijn lijden, zijn sterven, zijn opstanding, zijn wederkomst. [00:22:42] Wat zegt hij dan? Anders zal ik de kandelaar weghalen. [00:22:48] Lieve mensen, als het zo zou zijn, joden vergeet het maar. Nee, het zijn de kerken, het zijn de gemeenten geworden en het is de gemeente van de Heer Jezus, dat weet ik. [00:22:59] Hoe goed hebben wij het aan de hand? [00:23:03] Als ik tegenkom dat jongeren die theologie studeren, een van de eerste dingen die ze horen, ja, het staat er wel, maar dat moet je niet zo letterlijk nemen, joh. Dat mensen zeggen, theologen, soms professoren, die zeggen ja, kijk, al het spreken van boven komt van beneden. Nee, het spreken komt van God van beneden. Dat wil de Bijbel niet meer serieus nemen. Ik hoorde een, ik zal uiteraard geen namen noemen, maar ik hoorde een verhaal onlangs van een mevrouw die tegen mij zei, als je in gesprek raakte met een predikant die had gesproken, op een uitvaart van iemand. [00:23:33] En toen zei ze van, ik vond het eigenlijk onmerkelijk dat u niet echt sprak van hoop, hemel en dergelijke. [00:23:38] Toen zei die, oh, ben je er zo heen? [00:23:41] Nee, ja, nee. [00:23:43] Toen vroeg zij letterlijk, zei ze van, maar gelooft u in de opstanding van de Heer Jezus? Wel, nee. [00:23:50] Sorry. [00:23:51] Maar als dat, als dat gezegd wordt, gedacht wordt, Zijn wij dan zo goed of past ons een beschaamd gelaat, lieve mensen? [00:24:07] Laten wij, zoals Paulus zo zegt, ga je niet verheffen. Ja, kijk eens wat ze gedaan hebben. [00:24:12] Zullen wij ervoor uittrekken, want er staat hier nog mij in, pas op dat je niet ook afgehouden gaat worden. [00:24:25] Hoe gaat het verder en hoe kunnen we aantonen, kijkend daarnaar, dat de zaak anders is? [00:24:33] Ja, dat is waar. Er komt een periode van ontzettend veel moeite voor het Joodse volk. Ja, we weten dat er dit jaar 70 na Christus dat Jeruzalem verwoest zou worden en dat het volk verspreid wordt letterlijk over heel de wereld. We weten dat in 134 na Christus de naam Jeruzalem moest verdwijnen, Aelia Capitolina. Ja, we weten dat het volk mocht, het land mocht niet meer heten Israël, maar moest dan heten Palestina. [00:24:59] We weten van... [00:25:01] Wat er is gebeurd. We weten dat er een 400 jaar durend kalifaat is gekomen. [00:25:08] In 1517 tot 1917, het Ottomaanse Turkse Rijk. [00:25:13] Waarbij alle mogelijkheden dat het volk zou terugkomen uitgesloten waren. [00:25:20] Tot 14 mei 1948. [00:25:25] Dwars tegen alles in, notabene in de toenmalende Verenigde Naties, was er een meerderheid dat het Joodse volk zijn thuisland terug zou krijgen. [00:25:36] Vele waren verbijsterd. Hoe kan dat nou? Wij dachten toch dat het Joodse volk afgedaan had? [00:25:42] Nee, het heeft niet afgedaan. Het zou zijn taal terugkrijgen. Ze zouden blijven herkend worden aan hun Joodse en besnijdenis van de jongetjes. Het houden van de feestdagen als enige volk in de hele wereld. bleven zij, hoewel ze niet meer in hun thuisland waren, bleven zij volharden tot ziens in Jeruzalem. Ja, maar ze hebben het toch afgedaan? O ja? Hoe kan het dan dat in de afgelopen eeuw, waar sommigen zeker ouderen nog getuige van waren, de stichting van de moderne staat, Israël, 78 jaar geleden. [00:26:18] Hoe kan dat? Weet u waarom? [00:26:21] Omdat als ik verder kijk in Matthäus hoofdstuk 23, dan staat daar het volgende. Het is nog altijd dat de heer Jezus, de medechten en zijn discipelen trouwens, en de fariseeën, die neemt hij onder vuur. En hij heeft het over deze leidslieden. Ja, daar is hij heel heftig tegen. Dat klopt. Zij droegen hun verantwoordelijkheid. Ze hadden kunnen weten wie hij was. Ja, dat klopt allemaal. [00:26:47] Maar als we dan kijken, we lezen wat er staat. [00:26:51] Dat ze zeggen, als wij in de tijd, ik lees vers 30 van Matthäus 23, de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hem meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. Al dus getuigd tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben. [00:27:07] Maakt ook u dan de maat van uw vaderen vol, slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen. Daarom zie, Let op wat er nu staat. Ik zend profeten, wijzen en schriftgeleerden, jawel, naar u toe. En sommigen van hen zult u doden en kruizigen. En sommigen van hen zult u geestelen in uw synagoge en u zult hen vervolgen van stad tot stad. Omdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen, dat vergoten is op de aarde. Vanaf het bloed van de rechtvaardige abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechia, die u gedood hebt, tussen tempel en altaar. [00:27:44] Voorwaar ik zeg u, al deze dingen zullen komen over dit geslacht. Dat sluit volledig aan bij hoofdstuk 21. [00:27:52] En dan komt het. [00:27:54] De woorden van Jezus. [00:27:55] Jeluzelem, Jeluzelem, u die de profeten dood en steenigt die naar u toegezonden zijn. [00:28:02] Hoe vaak heb ik uw kinderen bijeen willen brengen. [00:28:06] op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels. [00:28:11] Maar u hebt niet gewild, voorwaar uw huis wordt als een woesternij voor u achtergelaten. [00:28:21] Zeer ernstige woorden. Historisch is dat gebeurd. [00:28:25] En dan komt die geweldige tekst in vers 39 van Matthijs 23. [00:28:32] Want ik zeg u, u zult mij van nu af niet zien, totdat, let op het woordje, totdat, u zegt, gezegend is hij die komt in de naam van de Heren. [00:28:50] Israël heeft niet afgedaan. [00:28:56] Het blijft zijn land. [00:28:58] Zijn eigendom. Mijn volk. Het verbond met hem. Lees maar in Deuteronomium. Lees het maar voor die tijd. Wat God zegt. [00:29:06] Mijn volk. Luister naar mij. Doe wat ik zeg. Gehoorzaam mij. En ze volgen de afgehoden achterna. Het heeft tot gevolg dat er verschrikkelijke dingen met hen gebeuren. [00:29:18] Verschrikkelijk. [00:29:19] En denk dat, besef dat degenen die daar instrumenteel in zijn, de volken die hen achtervolgd hebben, die hen hebben weggedreven, die worden daarvoor en zijn daarvoor gestraft. [00:29:31] Ja, het kon heel ver komen. Ja, ze zijn verspreid over heel de wereld. Maar God zegt dit, ik zal mijn verbond met hen nooit, maar dan ook nooit verbreken. [00:29:41] Onmogelijk dat dat gebeurt. [00:29:44] En ik sluit af met wat er staat in Jeremiah hoofdstuk 31. [00:29:49] En nogmaals, wij zijn de unieke generatie die voor onze ogen zien gebeuren dat dat godsenvolk thuisdenkt. [00:29:55] En de heer Jezus zegt dat er een moment komt dat Jeruzalem hem ook zal herkennen. En wat wij, als wij denken, wat ook kerken en gemeenten, die inderdaad soms dachten in plaats van Israel gekomen te zijn, wat daar helemaal niet staat, vollend, Marcus en Lucas spreken hier ook over en zeggen het zal gegeven worden aan anderen. [00:30:16] Maar daarom was datgene wat ik daar hoorde was dan het argument van ja, maar wordt het ook over een ander volk? Het gaat niet over een ander volk. Het gaat over een volk wat de vruchten voorbeent. En daarvan zegt de Heer Jezus, er komt een moment dat je gaat zeggen. [00:30:31] Gezegendheid die komt in de naam van de Heer. Wat ze net voor die tijd gezongen hadden toen hij en de kinderen ook Jeruzalem binnentrok. [00:30:40] Maar dan staat er het volgende. [00:30:43] Er komen dagen, spreek de heren, Jeremia 31, dat ik met het Huis van Israël en met het Huis van Jeroen een nieuw verbond zal sluiten. [00:30:54] Maar daar moeten ze eerst terugkomen. [00:30:56] En er staat er Niet zoals het verbond dat ik met hun vader gesloten heb op de dag dat ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden. Mijn verbond dat zij verbroken hebben, hoewel ik hen getrouwd had, spreekt de Heere. [00:31:13] Voorzeker. [00:31:14] Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten, spreekt de Heere, met het huis van Israël. [00:31:22] Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een god zijn en zij zullen mij tot een volk zijn. [00:31:30] Daarom breekt hij zijn volk thuis, om zijn zoon aan hem te openbaren. [00:31:34] Nog één ding. [00:31:37] De zoon werd vermoord en er was geen erfgenaam meer. [00:31:43] De Heerde Jezus werd opgepakt, gegezeld, een dorende kroon, hij werd geslagen, bespuwd. [00:31:52] Hij stierde van het kruis van Gogota. [00:31:54] Hij werd begraven. [00:31:56] Er was één groot verschil in die gelijkenis. Hij bleef niet dood, maar op de derde dag stond hij op. [00:32:05] En hij leeft. [00:32:07] En hij is altijd blijven houden van zijn volk. Want hij zal zitten op de troon van zijn vader David. Er werd al uitgegaan van Jeruzalem. Dit mag je niet vergeestelijken. [00:32:20] Het is veel mooier. De gemeente is niet in plaats van Issel gekomen, is ernaast gekomen. En wat een voorrecht dat het zal worden. [00:32:29] Eén kudde en één herder. [00:32:33] Deze tekst is niet zo'n moeilijke tekst. [00:32:36] Het gaat niet over het verwerpen, het gaat over die generatie van fariseeën die inderdaad meemaken dat waar zij de leiders dachten, dat koninkrijk ging over op een volk ook gelovige joodse mensen, ook mensen die deze dingen serieus nemen en uiteindelijk ook wereldwijd het evangeliek zouden gaan brengen. [00:32:53] Tot het grote moment dat hij de Heer Jezus terugkomt. Heer Jezus, kom haastig, zullen we samen bidden. [00:33:02] Heer God, wat is het toch een wonder dat wij als generatie van de 21ste eeuw zien dat wat bij mensen onmogelijk was, namelijk dat het Joodse volk ooit zou terugkomen, na 2000 jaar lang, dat u het volk terugbrengt. [00:33:21] Heer, dat is al een bewijs dat niet de gemeente, hoe mooi de kerk ook is en hoe zeer we daar ook van houden, niet in plaats is gekomen van Israël, maar naast Israël bestaat. [00:33:32] Heer, en dan mogen we hen zegenen en van hen houden. [00:33:36] Heer, vergeef ook wat we als kerken hebben aangedaan. Heer, bij ons is het beschaamd gelaten. [00:33:43] Heren, we vragen er een vergeving voor. Hoe kon het gebeuren dat we zo arrogant werden? Dat we het hen zo misgunden? [00:33:50] Heer, u bent dezelfde. U brengt de volk thuis. En wij zien met blijdschap en verlangen dat het grote moment, dat de verlossing er aankomt. Kom, Heren Jezus, in uw naam.

Other Episodes

Episode

April 12, 2025 00:03:23
Episode Cover

Zaterdag 12 april - Gods reddingsplan gaat door

De 40-dagentijd is een periode van bezinning. We staan stil bij het lijden van Jezus, maar ook bij Zijn diepe verbondenheid met Israël en...

Listen

Episode

September 12, 2025 00:43:49
Episode Cover

Podcast 12 september • Ds. Willem Glashouwer: “Jeruzalem is Gods sleutel tot de wereldvrede”

Jeruzalem is al duizenden jaren het middelpunt van de aandacht, ook nu. Babyloniërs en Romeinen, kruisvaarders en Ottomanen, allemaal hebben ze om de stad...

Listen

Episode

October 03, 2025 00:31:22
Episode Cover

Podcast 3 oktober • Enige Joodse hospice van Nederland in zwaar weer

Een plek waar warmte, veiligheid en kwaliteit van leven centraal staan, tot de allerlaatste dag. Dat is het ideaal van het Joods hospice Immanuel....

Listen