Podcast 1 januari • Ds. Henk Poot - Israël in het hart van het Evangelie (deel 2)

January 01, 2026 00:37:04
Podcast 1 januari • Ds. Henk Poot - Israël in het hart van het Evangelie (deel 2)
Christenen voor Israël
Podcast 1 januari • Ds. Henk Poot - Israël in het hart van het Evangelie (deel 2)

Jan 01 2026 | 00:37:04

/

Show Notes

In deze tweede aflevering van de serie over Israël in het hart van het evangelie verdiepen we ons in de vraag wat er gebeurt als Israël uit het centrum van het evangelie wordt weggehaald. Wat verandert er in hoe we de Bijbel lezen als we gaan inzien dat God een toekomst voor de aarde heeft? Hoe verandert ons beeld van God, van Jezus en van de Heilige Geest als we de trouw van God aan Israël uit het oog verliezen? 

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:06] Speaker A: Welkom bij deze tweede aflevering van de studie over Israël in het hart van het evangelie. We hebben de vorige keer heel wat dingen bij de kop gehad om te zeggen hoe ik zelf lang geleden op zoek was naar Israël in het Nieuwe Testament en dacht dat dat Bijbelse geschiedenis was, dat dat voorbij was. En hoe er langzamerhand steeds duidelijker werd dat de dingen toch heel anders liggen. En van daar gaan we daarop verder. En voordat we dat zullen doen, wil ik met u in gebed gaan. [00:00:48] Speaker A: Heemelse Vader, we willen leven bij uw woord. [00:00:54] Speaker A: We willen ook als kerk, als gemeente van Jezus Christus, willen we trouw zijn aan waar u trouw aan bent. En dan spreken we over Israël. Over het volk waarvan u zegt, ik heb jullie geformeerd, zelf geformeerd, om mij lof te brengen. U heeft Israël de Bijbel gegeven. de profeten, de apostelen. U bent al zo lang met Israël onderweg en we merken dat Israël ook aan alle kanten aangevochten wordt. Mensen staan ervan te kijken dat uw volk telkens opnieuw verguist wordt en het mikpunt van van van agressie is. [00:01:37] Speaker A: En eigenlijk is er maar één antwoord toch dat dat het komt omdat het het volk alles met u te maken heeft en dat uw volk de Messias de wereld in gebracht heeft. Wat is het nodig ook voor de kerken, ook voor de gemeenten om uw volk lief te hebben en niet het evangelie te verkondigen met de rug naar uw volk toe? Wat zouden we uw volk en de Bijbel niet alleen tekort doen, maar wat zouden we ook u tekort doen als we dat zouden doen? [00:02:11] Speaker A: We bidden u, Heere God, wilt u ons leiden door uw Heilige Geest, ook bij deze nieuwe afrondende studie. Om Jezus' wil. Amen. [00:02:22] Speaker A: Eigenlijk heb ik het de vorige keer al terloops genoemd en ik heb het ook al in eerdere studies al gezegd. De volgelingen van de Heere Jezus hebben zich niet gelijk georganiseerd in het gisterdom. Dat duurde nog even. Zeker als het gaat om de Joodse christenen. Ze geloofden dat Jezus de Messias is en dat wat hij verkondigde waar was. En dat het Koninkrijk niet bij zou komen. En dat hij het nieuwe verbond had gesloten door zijn bloed. En dat ze daardoor deel aan te hebben gereinigd zouden zijn van alle zonden. En dat ze mochten leven door de Heilige Geest. [00:03:04] Speaker A: De volgelingen van de Heer Jezus komen bij elkaar onder de koepel van de synagoge. Ik denk dat je dat moet zeggen. Maar dat verandert na het jaar 70. Na het jaar 70 heb je de bloedige oorlog van Rome tegen Israël gehad. Daar ga ik nog niet over uitweiden, dat heb ik een andere keer geloof ik gedaan. Maar in het jaar 70, midden na 3,5 jaar van die oorlog, midden in die oorlog wordt Jeruzalem voor Woester niet alleen Jeruzalem, maar ook de tempel. En als die oorlog voorbij is, dan worden de Joden, ze krijgen ook een aparte belasting. in het Romeinse Rijk en die belasting moeten, dat was eigenlijk de vroegere belasting die ze ook in de diaspora bij elkaar haalden voor de tempel om om mee te doen aan de tempeldienst zeg maar op afstand. Maar ze moeten nu zo'n belasting betalen aan de Romeinse overheid om de tempels en de gebouwen die tijdens de burgeroorlog die er In diezelfde periode woedde in Rome om dat te herstellen. En dan wil je als, zeker als heidense volgeling van de Heer Jezus, wil je geen deel meer uitmaken van die synagogen. Je wil ze, dan moet je ook zo'n belasting betalen. Je wil iedereen duidelijk maken dat jij anders bent. [00:04:18] Speaker A: En zeker, dat is de andere kant van de medaille, is dat er ook mensen zijn in die synagoge die ons liever zien vertrekken, die het lastig vinden dat de heidenen zo'n plek opeisen binnen de kring van de synagoge, zonder dat ze werkelijk ook jood geworden zijn en zich hebben laten besnijden. En zich aan alle spijswetten houden, zeg maar, die God aan Israël geboden heeft. En dan komt er die verwijdering. En dan begint langzamerhand het christendom zich te organiseren en te institutionaliseren. Er komen kerkgebouwen waar de christenen nu gaan samenkomen en ze verwijderen zich van Israël, van het Joodse volk. En hun boodschap, dat is niet alleen maar fysiek, maar hun boodschap is... Ja, wij zitten er ook niet zo mee dat Jeruzalem verwoest is. Dat is op zichzelf wel erg natuurlijk. En dat de tempel verwoest is, maar die tempel was toch niet meer nodig. En Jeruzalem, ja, dat heeft laten zien dat het oude Israël heeft afgedaan. Dat God zijn volk opnieuw gedefinieerd heeft. en die hebben geen tempel, en je kunt daar wel bij, joden kunnen er ook bij horen, maar dan moeten ze net zo worden als wij, dan moeten ze ook geloven in Jezus. Dus eigenlijk is de verwoesting van Jeruzalem het teken van de hemel, van de Heere God, dat het oude heeft afgedaan en dat het nieuwe godsvolk bezig is om zich te formeren. [00:05:55] Speaker A: En dat niet alleen, maar dat betekent ook dat alles wat er tot nu toe gezegd en geschreven was in Israël, de Tenach, de Torah en de profeten, dat dat in een ander licht komt te staan, want die spreken een heel andere taal. Het zal niet zo lang duren of een schriftje wordt heel erg beroemd van Barnabas. Pseudo Barnabas, niet de echte Barnabas, maar die naam gaven ze eraan. En die vertelde hoe je de Bijbel anders moet gaan lezen. Hoe je de wetten anders moet gaan lezen. Want u moet zich voorstellen, het Nieuwe Testament, dat is daar allemaal nog niet zo. Het is pas rond het jaar 150 dat de kanon vastgesteld zou worden. Het evangelie is er wel en de boodschap aangaande de Heer Jezus is er wel, maar voor de rest is de Bijbel, de wetten, de profeten. En dan zegt het boekje van Barnebas, ja als God zegt, het is maar een voorbeeld, als God zegt dat je geen varkensvlees moet eten, bedoelt hij natuurlijk niet dat je geen varkensvlees moet eten, maar bedoelt hij dat je niet moet gedragen als een varken. En zo worden al die wetten vergeestelijkt. En wat je dan ziet gebeuren is dat er eigenlijk één boodschap heel centraal gaat staan in die Nieuwe Kerk. Vandaar alle nadruk ook op de zondag als de dag van de opstanding en op paas als het feest van de opstanding. En dat is dat er leven na de dood is. Als je gelooft in de Heer Jezus krijg je eeuwig leven. [00:07:29] Speaker A: En met die boodschap zal de kerk ook heel erg populair worden. Ik zeg niet dat dat niet zo is, ik denk alleen dat het een versmalling is. [00:07:41] Speaker A: De vraag die we vandaag zullen stellen, wat gaat er nou eigenlijk gebeuren als je Israël uit het hart van het evangelie weghaalt? En als je zelf als gelovig uit te volkeren in dat hart, in dat middelpunt van het evangelie gaat staan. Dat heeft enorme consequenties. Misschien dat je niet altijd bewust bent, maar dat is nogal wat. Een van de dingen die veranderen is het beeld van God. [00:08:16] Speaker A: God is niet langer meer de God van Abraham, Isaac en Jacob. Dat had God tegen Mozes gezegd. Ik ben de God van Abraham, Isaac en Jacob. Dat is mijn naam voor eeuwig. En zo wil ik aangesproken worden door alle generaties. Maar dat doet er eigenlijk niet meer zoveel toe. We hebben te maken ook, en dat is nog ernstiger denk ik, we hebben te maken met een God die de bordjes verhangt. Als Israël faalt, als Israël Het niet kan opbrengen om te geloven in de nieuwe Messias. Dan laat God dat deel van zijn volk, en dat is het grootste gedeelte, laat die vallen. En dat bordje Israël, dat hangt die ergens anders op. Dat betekent dat God dus niet echt trouw is. [00:09:07] Speaker A: Dat de beloften die hij gegeven heeft, dat die beloften eigenlijk alleen nog maar gelden als je begrijpt dat Jezus de Messias is. En dan gaat niet de genade bij God, maar dan gaat ons geloof voorop. Niet Godstraal, maar onze geloofskeuze is bepalend. De vorige keer. [00:09:33] Speaker A: Heb ik Ezekiel 16 geciteerd. En Ezekiel 16 is een heel donker hoofdstuk over de zonde van Jeruzalem. Maar dan eindigt dat hoofdstuk erin, bij alle zonde van Jeruzalem, dat God zegt, ik zal zelf verzoening doen over de zonde van mijn volk. En dat is ook de adem van het Nieuwe Testament, als je goed luistert, in ieder geval van de brieven van Paulus. Paulus zal zeggen, het gaat er niet om of je loopt of dat je wilt, het gaat erom dat God zich over je ontfermt. [00:10:05] Speaker A: Maar dat raken we een beetje kwijt. [00:10:09] Speaker A: God is wel genadig en God heeft wel Israel verkoren, maar niet zomaar. [00:10:19] Speaker A: Dan kun je inderdaad Romeinen 9, ik heb er al wel eens eerder over gesproken, maar met Peter is te zeggen, ik breng dat u in herinnering, omdat u daar verzekerd van zijn. [00:10:33] Speaker A: Romeine 9 is maar in mijn vertaling maar een raar hoofdstuk. U weet Romeine 9 tot en met 11 gaat over Israël en dan in Romeine 9 noemt Paulus de acht, ik noem het dan voorrechten van Israël op, de acht geschenken van God aan Israël, dat van hen de eredienst is en de heerlijkheid, dat wil zeggen dat God in hun midden woont en de geboden en de De beloften en de verbonden en de aardsvaders, dat heeft God allemaal aan Israël gegeven. En dan zegt Paulus, het is toch onmogelijk dat het woord van God vervallen is. Al die beloften, al die geschenken, die staan nog steeds. Maar, zegt hij, ja eigenlijk staat er geen maar, maar want, want niet alles wat Israël is Israël. [00:11:24] Speaker A: Dan zegt hij in feite, dat staat al nog wel, maar dat is tegenwoordig alleen nog maar gereserveerd voor die Joden en voor ons, dus ook voor jullie ook, die in Jezus geloven. Nou zeg ik niet dat je niet in Jezus moet geloven, maar het gaat erom of God bij het ongeloof van Israël met zijn volk gebroken heeft. En dan zegt Paulus aan het einde van Romeinen 11, en dan klopt dat toch niet, Gods genadegaven en zijn roeping zijn onberouwelijk, zegt hij. En wie heeft God ooit eerst iets gegeven waarvoor God iets terug moet geven uit hem en door hem en tot hem zijn alle dingen. God heeft hen alle onder de ongehoorzaamheid besloten om zich over hen alle te ontfermen. De verlosser zal uit Sion komen en de goddeloosheden van Jacob afwenden. [00:12:16] Speaker A: Heeft hij dat dan alleen gedaan voor dat gedeelte wat nog over is? Waarmee die verder gaat? Nee, natuurlijk niet. Je moet de Romeinen negen ook anders vertalen. Dat Paulus zegt, dit heeft Israël allemaal gekregen en het is onmogelijk dat het woord van God vervallen zou. Want zijn niet alle die van Israël afstammen Israël? En dan gaat hij vertellen dat het bij Abraham niet was. Het ging via Isaac en niet via Ismaël. En dat het bij Jacob ook anders was. Het ging via Jacob de zegeling en niet via Esau. En dat besloot God zelfs toen de kinderen nog niet eens geboren waren. Maar bij Israël, bij Jacob, zijn alle zonen gewoon zonen van Israël gebleven. Er is niemand afgevallen. Het gaat er ook niet om dat iemand loopt of iemand wil. Maar of God zich over je ontfermt. Dat beeld van God wordt dan anders. [00:13:09] Speaker A: Dat wordt anders. [00:13:11] Speaker A: We hebben dan geen God meer die dwars door alles heen trouw blijft. Ik was gisteren bezig met een stukje voor de website, God is trouw. We gaan de Bijbel door en elk Bijbelboek twee gedeelten. En dan las ik de laatste woorden van David. En als je dat dan opent, dan wordt David bezongen als de liefelijke van Israël in Israëls lofzangen en als een geweldige koning. En dan schouwt hij, ik heb geschreven, terwijl zijn ogen steeds minder gaan zien, ziet hij steeds meer. En dan ziet hij een rechtvaardiger heerser over de mensen. Dan ziet hij een rechtvaardiger heerser in de vrezen gods. En dan vertelt hij daarover hoe het dan zal zijn, dat het zal zijn als het morgenlicht wat doorbreekt, zo mooi en zo schoon. En dan zegt hij, maar niet, maar niet mijn huis. Met andere woorden, zo ben ik niet. En nogthans houdt u vast aan uw verbond. Houdt u vast, nogthans, dwars door de onbeholpenheid, om het zomaar eens te zeggen, van mijn eigen dynastie in, van al die koningen die zullen komen en niet helemaal verkeerd zullen doen. Nogthans gaat u door. En dat verbreek je als je zegt, ja, maar God heeft de bordjes vangen. Dan wordt het beeld van God anders. En dat is een ernstige zaak. Dat is niet een theologische zaak, dat is niet een dogmatische zaak. Dat is een ernstige zaak als je dat voor het aangezicht van God doet. Denk ik. Dan wordt ook het beeld van Jezus anders. [00:14:56] Speaker A: Als er staat dat hij uit het huis van Juda is, waar Lucas zo de nadruk op legt, dat Maria of Jozef uit het huis van Juda is. [00:15:05] Speaker A: Dat hij zo zit op de troon van David, ja, dan denk je, ja, dat zal wel maar... Zo zeg je dat natuurlijk niet, maar je doet er niet zoveel mee. En dat Jezus besneden is op de achtste dag, ja, dat zal wat zijn. Dat zal waarschijnlijk wel zijn omdat Jozef en Maria zulke vrome mensen waren. Dat zal de enige reden wel geweest zijn. En dat die koning over Israël zal zijn, ja, dat zal er wel, maar dat is dan van het nieuwe Israël. En dat hij sterft als de koning der Joden, ja. [00:15:35] Speaker A: En dat was nog in een kerkblaadje, er werd kerst aangekondigd. En wat is dan kerst? Hij is gekomen om de zonde van de wereld weg te nemen. Dat is ook zo, maar dat is niet het enige. [00:15:45] Speaker A: Dat is niet het enige. Dan kun je Israel rustig weglaten. Hij is de beloofde Messias, geboren als een jood. Maar je kunt hem daar niet uit weglaten lopen, dat is hij gebleven altijd. Hij is altijd een jood gebleven, hij is altijd de zoon van God gebleven. Hij heeft dat niet laten vallen. Er is een jood die aan de rechterhand van God voor ons bid. Er is een jood die straks zou komen. Er is een jood die zou staan op de Olivenberg. Dat is geen franje. Dat is geen decor. Dat is geen een historische omstandigheid. Het had net zo goed in Siberië kunnen gebeuren of in Argentinië. Zo is het niet. Gods Zoon is ingedaald in het vlees van Israël en zo is die nog steeds. [00:16:35] Speaker A: Dan verandert ook als je Israël eruit weghaalt, uit het hart van het evangeel, verandert ook het beeld van de heilige geest. We luisterden de vorige keer bij Petrus, we hebben een profetisch woord dat zeer vast is. En oudtijds hebben mensen niet uit zichzelf gesproken, maar door de heilige geest. En wat heeft die heilige geest dan gezegd? Dat Jeruzalem weer een lof op aarde zal worden? [00:17:00] Speaker A: Heeft de Heilige Geest soms in beelden gesproken, in metaforen? Moeten wij dat gaan vergeestrukken? Moeten wij de belofte van de Heilige Geest vertalen om werkelijk tot de betekenis ervan door te dringen? [00:17:16] Speaker A: Als de heilige geest Ezechiel heeft laten zeggen dat na het dal van de dorredoodspeenderen God de verstrooide kinderen van het huis van Judah en Israel zal verzamelen en dat er een herder en een koning zal zijn die hen zal leiden, heeft de heilige geest dat dan gevat in een soort kleurrijke vertelling of zo, kleurrijke woorden, en moeten wij die eraf spellen om alleen onszelf over te houden? [00:17:47] Speaker A: Wat doen we dan met de heilige geesten eigenlijk? [00:17:51] Speaker A: Als op Pinksteren, de heer Jezus aan de rechte hand van God, als de verhoogde koning van Israël, de gaven van het nieuwe verbond uitdeelt aan zijn volk dat aanwezig is, en dan zijn de Grieken niet mensen die toevallig daar op vakantie waren, maar dan Griekse joden, joden overal vandaan en jodengenoten en proselieten, mensen die zich aangesloten hebben bij het Joodse volk, dan is dat toch niet de geboorte van een gisterenlijke kerk. [00:18:21] Speaker A: Als het gaat om de heidense gisten, dat komt de eerste keer dat daar sprake van is bij Cornelius in Handelingen 10, dat komt wel. Wij komen erbij. We moeten uitkijken om verkeerd te spreken over de heilige geest. Als we de heilige geest opsluiten binnen de kring van de kerk en zeggen dat de heilige geest ons een rein gevoel of geeft ons zekerheid of bidt voor ons en dat is ook allemaal zo, maar het is veel meer. Het is een profetisch woord. [00:18:53] Speaker A: Als Zachariah zingt, en we hebben die tekst al een paar keer genoemd in de studie, van nu zullen we bevrijd worden van alle mensen die ons haten, dan bedenkt hij dat maar niet zelf. Want het staat ervoor dat hij vervuld werd met de heilige geest, dat de heilige geest, de profetische, liet hem profiteren. Dat kun je niet zomaar... Verdoel ze, bij die lofzang van Zacharias, die dan niet op zoek gaat naar dat ene zinnetje. En dat wij in heiligheid leven, om dat er dan alleen maar uit te halen en dan op jezelf te betrekken. Dan bedroef je de heilige geest. Dan bedroef je de heilige geest. [00:19:37] Speaker A: Maar als Israël wegloopt, dan verandert ook het beeld van Israël. Dat hoor je mensen ook zeggen, zijn die Israeliten uit de Bijbel, dat volk, is dat hetzelfde volk als het volk van nu? [00:19:50] Speaker A: Zo'n rare opmerking. [00:19:54] Speaker A: Alsof het volk wat we tegenkomen in de Bijbel, dat dat verdwenen is in de geschiedenis en dat de Joden van nu en de Israeliten van nu, dat dat andere mensen zijn. Met wie God eigenlijk niet zoveel heeft. Je hoort mensen dat ook zeggen, ik heb niet zoveel met Israël. Dan moet je zeggen, dus God gebruikt Israël niet meer als zijn knecht. Als er in het eerste testament staat, wie u aanraakt, raakt mijn oogappel aan, dan moeten we zeggen, ja dat telt niet meer voor Israël. Dat is nu voor iedereen of zoiets dergelijks, of voor de christenen. [00:20:34] Speaker A: Dan zeggen we dat Israël de liefde van God verspeeld heeft. Verspeeld heeft. Er is geen verschil meer tussen Belgen en tussen Joden. Ja, Paulus zegt het wel, dat er geen verschil is tussen Jood en Griek, maar dat zegt hij niet om Israël op te heffen. Waarom laat hij anders die moties besnijden als het er allemaal niet meer toe doet? Dat is geen franje. Ja, het is voor het gedoe. Maar hij zegt dat is geen verschil tussen Jood en Grieken om te zeggen het koninkrijk wordt verkondigd en ook de Grieken hebben daarin toegang. Het is niet alleen voor Israël. Die scheidsmuur is weggenomen. Kom allemaal maar binnen. [00:21:20] Speaker A: Als Israël er niet meer toe doet wordt het beeld van Israël ook vaag. Dan doet Jeruzalem er ook niet meer toe. Waarom zou het er toe doen? Waarom is Jeruzalem dan anders dan Amsterdam? Dan kun je dat gerust, en er zijn kerken die daar niet bij verblikken of verblozen. Dan kun je rustig de stad van de Grote Koning overlaten aan de islam. Dan kun je rustig de Tempelberg overlaten aan de islam. Dan kun je rustig de Oude Lijvenberg, waar de Messias zou komen, want die komt natuurlijk toch niet op de Oude Lijvenberg. Denk je dan, die kun je rustig overgeven aan de Arabieren en dan kun je ervoor zorgen dat Joden daar niet meer mogen bouwen, niet meer mogen wonen, dat Joden niet meer mogen wonen in Silo, in de berg van de Vloek en van de Zeger, dat is allemaal voorbij, dat is allemaal Oude Testament, dat is allemaal geschiedenis, dat doet er niet meer toe. Maar dan heb je dus ook Jeruzalem veranderd. Jeruzalem is geen metafoor. [00:22:15] Speaker A: Jeruzalem is niet een soort beeld van de wereldsamenleving. Jeruzalem is de navel van de aarde. Jeruzalem is de plek van het paradijs waar God naar terugkeert. Als God zegt, ik ben een gloeiende ijver voor Jeruzalem ontstoken, dan meent hij dat ook. [00:22:33] Speaker A: En dan doet ook het land daar eigenlijk niet meer zoveel toe. En dus ook niet Gods beloft aan Abraham, ik zal aan u en uw nageslacht het land tot een eeuwigdurende bezitting geven. [00:22:48] Speaker A: Ja, het is dan ook een soort beeld zeker. Dan doet er een help niet meer toe. En dan ga je inderdaad door het Eerste Testament lopen zoeken en denkt, zit er nog iets van mijn gading bij? Dan is de toekomst ook anders. Het zal niet zo lang duren of als het Gisterendom zich op dat spoor beweegt van het gaat om leven naar de dood. En nogmaals, het zegt niet dat er geen leven naar de dood is. Al als je het aan de heer Jezus vraagt, wat is eeuwig leven, zegt hij niet alleen maar dat dat qua tijd eeuwigheid is, maar ook qua kwaliteit. Hij zegt dat ze u kennen en uw zoon die gij gezonden hebt. Maar als de kerk zich op dat spoor beweegt, dan wordt ze al gauw geïnfecteerd door allerlei wind van leer. Onder andere door de Griekse filosofie en de heersende filosofie in de derde en de vierde eeuw. En in de tweede eeuw trouwens ook het neoplatonisme en dat zegt hier beneden is het niet. Hier beneden is het niet. Jezus is gekomen om ons te verlossen uit de aarde, niet om de aarde te verlossen. Kom nou toch, die wordt afgestoken. Dus dan moet je ook iets anders doen met de woorden van Paulus, dat de schepping zucht in de verwachting dat zij bevrijd zou worden van de vergankelijkheid. En dan zeg je, ja maar ik snap niet waarom de schepping zucht, want die doet er straks niet meer toe, die wordt afgestoten, die is voorbij, dat is geweest. Dan houden we alleen de hemel nog maar over. En ik weet wel dat het nu anders wordt, steeds meer anders. Maar er zijn heel veel mensen die hebben gedacht, ik geloof in Jezus en dan gaan we eeuwig naar de hemel. Dan doet dit er niet meer toe. Maar het is niet zo. [00:24:28] Speaker A: De toekomst is zo aardig als wat? De toekomst is dat zijn voeten zullen staan op de Olijvenberg en dat van daaruit de vrede zal toestromen naar de wereld. En dat de volken zullen optrekken naar Jeruzalem om daar de woorden van de heren te leren en om hun wapens om te smeden tot ploegscharen. Jeruzalem, de navel van de aarde waar het leven ontspreekt, waar het leven te vinden is. Daar staat de boom des levens. [00:24:54] Speaker A: Dat is dan allemaal anders. [00:24:58] Speaker A: Dan ga je de Bijbel ook anders lezen. [00:25:01] Speaker A: Ja, dat is wel duidelijk. Ik gebruik heel vaak Everse als voorbeeld. Als Paulus aan het begin van de Eversebrief zegt en spreekt over zijn eigen volk. Zegt, God heeft ons voor de grondlegging der wereld uitverkoren in de zoon, door wie alle dingen zijn, omheilig en onberustelijk voor zijn aangezichte leven. Daartoe heeft hij ons uitverkoren. Gaat er niet om uitverkiezing tot zaligheid of iets dergelijks, behalve dan dat de zaligheid het kennen is en het wandelen voor het aangezicht is heren. Als hij dat verteld heeft, dan zegt hij, dan heeft hij het over Israël. En dan zegt hij even later, nu ook jullie, wij hebben al van tevoren onze hoop op de Messias gesteld en nu ook jullie. Zegt hij tegen de heiden in Everse. En als hij in Everse 5 zegt dat de Heer Jezus gekomen is om de bruid van God onberispelijk zonder vlek of rimpel voor God te stellen. Als de vrouw van God dan heeft het over zijn eigen volk. Heeft het over zijn eigen volk. Wij worden ook gereinigd. Maar die bruid is Israël. [00:26:17] Speaker A: Anders wordt alles als we onszelf in het middelpunt stellen. En dat is ook heel gevaarlijk. Het is niet alleen maar dat we op de plaats van iemand anders zijn gestaan, maar het is ook heel gevaarlijk. Afgezien van het feit dat je God dus tekort doet en God kwetst en dat je de Bijbel gaat verdraaien tot je eigen goodwill. Hoe is het toch mogelijk dat rond kersten allemaal preken gehouden worden waar Israël alleen als decor dienst doet? [00:26:46] Speaker A: Er waren toevallig herretjes in het veld. [00:26:50] Speaker A: En dan moet je, als je eerlijk bent, tenslotte natuurlijk ook anders kijken naar de kerk. En naar jezelf. Als de trouw van God niet beslissend is, als er niet meer het nochtans klinkt, klinkt dat dan wel bij ons. [00:27:08] Speaker A: Als Paulus zegt, het gaat er niet om of iemand wil of loopt, maar of God zich over je ontfermt, als dat niet voor Israël geldt, geldt het dan nog wel voor ons? Wat hebben wij als kerk dan nog te verwachten? Als uiteindelijk alles afhangt van onszelf en onze geloofskeuze. [00:27:33] Speaker A: En als de overwinnende triomf der genade niet meer op Israël van toepassing is, of ze moeten net zoals wij worden, en wie weet. En we praten er maar niet over, want het is allemaal toch al zo lastig. [00:27:52] Speaker A: Dacht je dat het in de tijd van het Nieuwe Testament makkelijk was om over het komende Koninkrijk te spreken, temiddel van het Romeinse imperium? Dacht je dat het voor Johannes de Doper makkelijk was om in de buurt van koningin Herodes te spreken dat je je moet veranderen? Denk je dat het toen makkelijk was om over Israël te spreken en over de hoop die Israël met zich meedraagt, wat ze beloofd is door de profeten? [00:28:22] Speaker A: Omdat hardop en duidelijk, te midden van een wereld die anders denkt en anders gelooft... ...en die andere keizers heeft en andere machthebbers heeft... ...omdat... Natuurlijk was dat niet makkelijk. Het is in deze tijd veel makkelijker, denk ik. Maar goed. [00:28:42] Speaker A: Ik was pas op het weekend van Isreality en toen had ik een andere lezing... ...maar veel van deze dingen kwamen terug. [00:28:52] Speaker A: We hadden een ander thema, terug naar het begin. En ik heb hen teruggenomen omdat God teruggaat naar de eerste bladzijde van de Bijbel, zeg ik altijd. En we gaan laten zien wat er allemaal weer nieuw gaat worden. En dat Israël ertoe doet. En toen zei iemand, ik heb die vraag niet kunnen beantwoorden omdat de tijd wat om was, maar die zei, ja maar wat moeten we daar nu allemaal mee? En toen heb ik gezegd tegen die jongevrouw, ik zeg dat is misschien wel de belangrijkste vraag, wat moeten we daar nu allemaal mee? Met dit. [00:29:29] Speaker A: Het eerste wat ik zou willen zeggen is dat, dat, dat we leven uit genade. En dat moeten we onderstrepen. [00:29:40] Speaker A: We moeten een stapje terug doen. We moeten als christenen, als we dat doen. Ik kan gelukkig niet, moet gelukkig niet voor iedereen spreken, maar moeten we van onze troon af. Wij zijn niet het eindstation. [00:29:57] Speaker A: Wij zijn eerstelingen. En dat is al heel wat. En we moeten niet voor doktertjes spelen in deze tijd. Dan zal de Heer Jezus zeggen, wie ben jij dat je Een ander oordeelt. Dat je de knecht van een ander oordeelt. Waarom, als je zelfs een splinter in je ogen hebt, kijk je naar de balk in het oog van een ander? Ga niet voor Doktertje lopen spelen met de splinter in je oog. Niet? Dat is het eerste. Van onze hoogmoed af. Misschien is dat wel de grootste zonde. [00:30:32] Speaker A: En het tweede, dat komt misschien als een verrassing, maar dat is natuurlijk overduidelijk. Nou moeten we Israël laten zien wie we dan wel zijn. Als wij leven uit genade, als wij leven met de vruchten van het nieuwe verbond, als onze zonden gereinigd zijn en de God heeft de Torah in ons hart gelegd, als wij leven door de Heilige Geest als opnieuw geboren mensen, dan hoeven we het niet eens te vertellen. Dan hoeven we het niet eens woorden te gebruiken, dan spat het van ons af. Dan kan iedereen zien wat het verschil is. En als ik dat zeg, word ik altijd verleegd. Want jammer genoeg hebben we Israël wel kunnen vertellen hoe het zit, maar we hebben ze niet de vruchten laten zien van het leven door de kracht van de Heilige Geest. We zijn erbij gekomen. [00:31:26] Speaker A: We hebben als Ruth gezegd, uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. En waar u de nacht doorbrengt, dat ook, waar u de nacht doorbrengt als het donker wordt, zal ik daar bij u zijn. [00:31:38] Speaker A: De nacht valt over het Joodse volk. En telkens opnieuw valt de nacht over het Joodse volk. Dan brengen wij met hen de nacht door. [00:31:49] Speaker A: Wij leven vanuit het nieuw verbonden. We zijn eerstelingen. En we mogen met verwondering deelnemen in Gods werk. We mogen deelnemen in de vertroosting van Israël, waar Simeon over sprak. We mogen deelnemen in het Jeruzalem tot een lof op aarde maken, daarom te bidden. Ik laat u geen rust. Ik denk dat het een Jood is die het zegt. in Jezaja 62, maar wij gaan meedoen met dat gebed. Jeruzalem, als ik u vergeet, zou vergeten mij mijn rechte hand. Ik laat u geen rust totdat gij Jeruzalem stelt tot een lof op aarde. We bidden mee. En als Jezaja zegt dat het hart van Jeruzalem zich zal verruimen omdat ze zien dat wij het zijn. die de kinderen van Israël inzamelen en thuisbrengen, dan mag het een eer voor ons zijn om daaraan mee te nemen, deel te nemen. Natuurlijk het getuigenis over Israël en het getuigenis over God en het getuigenis over Jezus. We moeten blijven spreken over de trouw van God, over Jezus, de Zoon van God, de Jood, de Koning der Joden en over Israël, Gods uitverkoren volk en de bedding, nog steeds de bedding, waardoor hij zijn stappen zet in de helft van de geschiedenis naar de komst van zijn koninkrijk. Dat kun je zien aan Israël, niet aan de kerk. [00:33:21] Speaker A: Ten slotte. [00:33:24] Speaker A: Jezus is niet alleen de zoon van God, maar ook de zoon van Israël. Als we spreken over ons thema Israël in het midden van het evangelie, dan is Jezus natuurlijk het midden van het evangelie. Het draait om hem. Maar Jezus, je zou kunnen zeggen, Jezus belichaamt ook, Jezus is het hart van Israël. Jezus die zet aan en gaat vooraan in de vervulling van de roeping van Israël om een licht aan de wereld te brengen. En dat alles gezegd hebben is een van de dingen die we moeten zijn in de richting van Israël en een enorm stuk dankbaarheid. Alles wat we weten, de God van Israël, de toekomst, de Bijbelse boodschap, wat het betekent om heilig en onberisbelijk voor het aangezicht van God te leven, dat er een uitstorting is van de heilige geest, dat God trouw blijft en dat Jezus het begin en het einde is, dat alles is tot ons gekomen via Israël. [00:34:33] Speaker A: Daarom staat Israël in het hart van het evangelie. Ook voor ons. Ik dank u voor uw aandacht. Laten we danken. [00:34:45] Speaker A: Heer God, we willen uw naam heiligen. [00:34:49] Speaker A: We willen niets afdoen aan uw trouw, niets afdoen aan uw boodschap, niets afdoen aan uw liefde. En daarom spreken we ook over Israël. We willen deelnemen in de vertroosting van Israël. We willen er zijn als de wereld zich tegen Israël keert. We willen niet met de wereld meedraaien. We willen niet de agenda van de wereld volgen. We willen niet ongestoord leven omdat we acceptabel voor de wereld willen zijn. We willen u dienen. [00:35:29] Speaker A: Willen uw woord volgen. Heer hem, maak mij uw wegen door uw woord en geestbekend leer mij waar die zijn gelegen en waarheen gij uw treden wendt. En als u zegt tegen Israël, ik zal je niet begeven, ik zal je niet verlaten. Zo min als de zon in de maan zullen verdwijnen, zo min zul je uit mijn handen vallen. En als uw zoon zegt dat U als vader hem alle dingen handig gelegd heeft als de koning der joden, dan geloven we dat ook. En dan buigen we ons hoofd en in alle nederigheid danken we u dat er een kerk gekomen is en dat wij toe mochten gaan. Dat we mochten naderen. Dat het licht vanuit Jeruzalem uitgegaan is over heel de wereld en dat we mogen wandelen in dat licht. [00:36:26] Speaker A: Maar we weten ook, Heer God, dat duisternis de aarde zal bedekken en donkerheid de volkeren, maar dat over Jeruzalem weer een licht zal opgaan. Dat is het profetische woord waaraan we vasthouden. Omdat het niet door mensen gesproken is, maar door uw heilige geest. Heer, wilt u het verkeerde in deze lezingen wegnemen. Wilt u het goede zegenen tot opbouw laten zijn van de mensen die luisteren. Dat bidden we u in de naam van uw Zoon Jezus Christus. Amen.

Other Episodes

Episode

March 11, 2025 00:03:51
Episode Cover

Dinsdag 11 maart – Wie is Jezus?

De 40-dagentijd is een periode van bezinning. We staan stil bij het lijden van Jezus, maar ook bij Zijn diepe verbondenheid met Israël en...

Listen

Episode

November 24, 2025 00:37:06
Episode Cover

Podcast 24 november • Bart Nijman bespreekt vier veelgehoorde frames rondom Israël

In Nederland woedt een strijd in woorden en beelden over Israël, de Palestijnen en wat er is gebeurd in Gaza. Over de genocide, cijfers...

Listen

Episode

December 15, 2025 00:29:41
Episode Cover

Podcast 15 december • Aanslag op Chanoekafeest Sydney schokt Joodse gemeenschap Nederland

Gisteren werd de wereld opgeschrikt door een vreselijke terreuraanval op Joden in Sydney waar op Bondi Beach tientallen gewonden vielen en zeker 16 doden,...

Listen