Podcast 6 januari • Ds. Kees Kant – Het Oude en het Nieuwe Verbond voor Israël

January 06, 2026 00:28:31
Podcast 6 januari • Ds. Kees Kant – Het Oude en het Nieuwe Verbond voor Israël
Christenen voor Israël
Podcast 6 januari • Ds. Kees Kant – Het Oude en het Nieuwe Verbond voor Israël

Jan 06 2026 | 00:28:31

/

Show Notes

In deze uitzending denken we na over het Oude en het Nieuwe Verbond. Veel gelovigen plaatsen deze twee tegenover elkaar: oud tegenover nieuw, Israël tegenover de kerk. Maar klopt dat beeld wel? Wat betekent het dat God een eeuwig verbond sloot met Abraham? Wat houdt de vernieuwing van het verbond in Jeremia 31 werkelijk in? En met wie sluit God eigenlijk het nieuwe verbond? Ds. Kees Kant legt het uit. 

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:06] Speaker A: Hartelijk welkom beste kijkers bij deze uitzending van ChristenUnie voor Israël. Deze keer wil ik eens met u nadenken over de begrippen oude verbond en nieuwe verbond. Want het valt mij soms op dat we bij die begrippen oud en nieuw soms allerlei denkbeelden hebben waarvan we ons kunnen afvragen zijn die correct. Bij oude verbond denken heel veel mensen aan Israël, het oude verbond van God met Israël, aan het oude testament, alles waar oud aan hangt. En bij het nieuwe verbond denken mensen vaak aan het Nieuwe Testament, aan Jezus en zijn verbond met de christelijke kerk. En zo hebben we oud en nieuw, als het ware, wat tegenover elkaar gezet en meteen roept het begrip oud ook vaak iets op als ouderwets, iets van vroeger. En bij oud, je moet niet altijd terugkijken, zeggen mensen, het nieuwe dat heeft de toekomst. En zo hebben we soms ongemerkt een concept in ons hoofd zitten wat niet helemaal klopt zoals de Bijbel erover spreekt. En laten we eens kijken, wat is nou eigenlijk dat oude verbond en wat is dan dat nieuwe of vernieuwde verbond? We weten allemaal dat toen Adem en Eve uit het paradijs verdreven waren en God toch al de belofte meegaf dat eens de kop van de slang vermorzeld zal worden. Met andere woorden, Adem en Eve zijn niet meteen om het leven gekomen en einde van de mensheid. Nee, daar zat meteen al bij die verdrijving uit het paradijs, werd ook al hoop en perspectief voor de toekomst meegegeven. En bij de roeping van Abraham is de Heer God eigenlijk begonnen met zijn verlossingswerk. Hij riep Abraham en Abraham moest alles achterlaten, een grootste deel van zijn familie, zijn cultuur, zijn goden, zijn land, en moest trekken naar een land dat God hem wijzen zal. Daar zou God een nieuw begin beginnen met Abraham en zijn nageslacht. En God sluit dan een verbond met Abraham. Een verbond, een eeuwig durend verbond. Niet een tijdelijk verbond. Ook niet een verbond onder allerlei voorwaarden. Nee, God sluit een eeuwig, je zou zeggen een eenzijdig, van God uit geïnitieerd verbond. En dan zegt de Heere God, in Genesis 12, Ik zal zegenen wie jou zegenen. Wie jou vervloekt, zal ik vervloeken. En in jou zullen alle volken op de aarde gezegend worden. Alle volken op de aarde zullen gezegend worden in jou, in u. Dat is in Abraham en zijn Joodse nageslacht. Wij leven inmiddels duizenden jaren verder. Wij kijken terug en wij weten dat door de Joodse Messias, Jezus Christus, geboren in Bethlehem, dat door hem alle geslachten van de aardbodem gezegend zijn. Hij stierf voor onze zonde, stond op uit de dood. Hij ging op naar de hemel, heeft de Heilige Geest uitgezonden en de apostelen gingen de wereld in om het evangelie te verkondigen. Dat betekent dus dat die komst van Jezus een onderdeel is van het verbond van God met Abraham. En dan gaat de Heere God in Eugenius 17 verder. En dan zegt hij, ik sluit de verbond met je en met je nakomelingen, een eeuwig verbond, en het land Kanaan, het land waar je als vreemdeling vertoeft, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven en ik zal hun tot een god zijn. Met andere woorden, het Joodse volk, het nageslag van Abraham, is en blijft voor eeuwig gods volk. Dat is niet tijdelijk en ook niet opgehouden. En het land Kanaan, wat later Israël is gaan noemen, gaan heten, is een eeuwigdurend bezit voor het Joodse volk. Dat betekent dus, er zijn een aantal componenten in dat verbond met Abraham, dat eeuwige verbond, die dus onverbrekelijk zijn. De landbelofte, de belofte van de komst van iemand in wie alle geslachten van de aardbeholing gezegend worden, zijn onderdelen van dat verbond. Nou, dan weten we als we de geschiedenis verder zien, dan zien we dat het volk Israël in Egypte terecht komt in de slavernij. Na eeuwenlang, na eeuwen slavernij, wij kunnen ons dat niet voorstellen wat het is, als je van vader op zoon, op kleinzoon, op achterkleinzoon, op opa en overgrootvader een slavenfamilie bent. Dat moet er ongekend hard bestaan geweest zijn in Egypte. Maar dan komt het moment dat God zijn volk gaat bevrijden onder leiding van Mozes. En ze komen in de woestijn terecht, in de Sinaï, en dat volk dat dan dus uitgeleid is, dat gaat de Heere God noemen een heilig volk, een heilig priesterschap. God wil dat zijn volk een heilig volk wordt, een priesterschap, een licht voor de wereld zelfs. Nou, maar het zijn harde ruwe lui, komen uit een slavencultuur, komen uit een land met heel veel afgoden. En dat betekent dat God zijn volk leefregels geeft. Inzettingen, verordeningen, geboden, verboden. 613 stuks in de Sinaï, bij de Horeb. En als dan Mozes de berg afkomt en Mozes leest dan het boek van het verbond voort, dus hij leest de tien geboden voort en allerlei andere geboden en inzettingen. En dan staat er in Exodus 24, hij nam het boek van het verbond, las dit aan het volk voor en zij zeiden, alles wat de heer gezegd heeft zullen wij doen en ter harte nemen. Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. Met dit bloed, zei hij, wordt het verbond bekrachtigd dat de heer met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven. Hier zien we dus dat er een tweede verbond komt. Je kan het een subverbond noemen in het grote eeuwige verbond van Genesis 12. Je kan het ook een tweede verbond noemen, wat heel specifiek gebonden is aan regels en verordeningen. Anders dus dan dat verbond met Abraham, dat God en dat echt van God zelf uitgaat, waarvan Abraham het alleen maar in geloof hoeft te aanvaarden. Maar hier is meer een tweezijdig verbond. Het volk belooft zich te zullen houden aan al Gods verordeningen en God belooft het volk te zegenen in het land dat hij beloofd heeft. En dat verbond wordt dan bekrachtigd doordat het bloed van het offerdier besprenkeld wordt over het volk. En als we dan de geschiedenis van Israël verder lezen, En we zien dat dan in de eerste vijf boeken van Mozes, de Torah. We zien het ook in Joshua, Isamuel, Koningen, Chronieken. Maar lezen we eigenlijk al overal dat het volk die belofte niet heeft gehouden. Elke keer weer verbrak het volk Israël of de koning van Israël dat verbond van de wet bij de Sinaï. En het viel elke keer weer in zonde. Het ging afgoden achterna, enzovoort, enzovoort. We kunnen er overal over lezen. Tot en de Heere God dreigde bij monden van de profeten steeds dat als het volk niet luistert en zich blijft bezondigen aan de afgoden, dan komt er een moment dat God het volk uit het land verwijdert. Niet dat ze zijn volk niet meer zijn, maar er komt dan een ballingschap, uit het land Israël omdat ze zich niet als een heilig, priesterlijk volk hebben gedragen. En de profeten, die dreigen daar elke keer mee, waarschuwen ervoor. En uiteindelijk zien we dus eeuwen later dat het volk in ballingschap wordt verdreven. Eerst in de achtste eeuw de tien stammen uit de Samaria en het noordelijke deel van Israël verdreven naar Assyrië. En die tien stammen hebben zich overal heen verspreid en zijn voor een groot deel verdwenen. En de twee stammen later in de zesde eeuw verdreven uit Jeruzalem en de zuidelijke deel van Israël. De twee stammen, Judah en Benjamin, die zijn verdreven naar Babylonie, naar Babel. En eigenlijk leek zo in die zesde eeuw het Joodse volk ten dode opgeschreven. Eigenlijk was er menselijkerwijs geen hoop meer, geen toekomst. Maar dat zou wel betekenen dat Gods eeuwige verbond dan eigenlijk verdwijnt. En hoe kan God, die een heilig God is, iets beloven, iets sluiten, zijn eten daaraan verbinden en dat verloren laten gaan? En dus spreekt de Heere God tot Jeremia op een gegeven moment, midden in die tijd van totale uitzichtloosheid, spreekt God tot Jeremia in hoofdstuk 31. En dan belooft de Heere God een nieuw verbond. Een nieuw verbond. En hier wordt voor het eerst gesproken over een nieuw verbond. En dan lezen we, zie, er komen dagen, spreekt de Heere, dat ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten. Niet zoals het verbond dat ik met hun vaderen gesloten heb, op de dag dat ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden. Mijn verbond dat zij verbroken hebben, hoewel ik hen getrouwd had, spreekt de Heere. Voorzeker, dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de Heere. Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een god zijn en zij zullen mij tot een volk zijn. [00:10:35] Speaker A: De Heere Godgaat belooft hier een nieuw, je kan ook zeggen een vernieuwd verbond. Eigenlijk is dat vernieuwd beter dan nieuw, want bij nieuw betekent het dat het oude helemaal weg is. Dat is niet zo, het is eigenlijk een vernieuwd verbond. Maar nu komt het interessante. [00:10:56] Speaker A: Dat vernieuwde verbond is niet een vervanging van het verbond met Abraham. Want het verbond met Abraham en het Joodse nageslag, dat is een eeuwigdurend verbond. Nee, die vernieuwing is een vernieuwing van het verbond dat God met hun voorouders sloot toen hij hen uit Egypte wegleide, dat verbond dat zij verbroken hebben. Welk verbond heeft Israël verbroken keer op keer, dat is het verbond bij de Sinaï, het verbond met de wetgeving, de 613 geboden en verboden. Dat verbond dat Mozes bekrachtigde met het besprenkelen van het bloed over de hoven van het volk, dat verbond dat zij verbroken hebben, dat verbond gaat vernieuwd worden. En dat nieuwe verbond sluit God met Israël. Ze wordt zelfs tot twee keer toe herhaald met het volk van Israël en het volk van Juda. Dus met de tien stammen en met de twee stammen, de twaalf stammen, het hele volk Israël. Daar gaat God een nieuw verbond mee sluiten. En wat is dan de inhoud van het nieuwe verbond? De inhoud is eigenlijk, ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dat betekent eigenlijk dat de Heere God zegt, jullie kunnen het verbond, jullie kunnen die geboden niet allemaal gehoorzamen. Dat redden jullie niet. Jullie zijn mensen en jullie zondigen elke keer weer, jullie verbreken dat elke keer. Eigenlijk kunnen jullie dat niet. Dat redden jullie niet. [00:12:39] Speaker A: Dan zegt de Heere God eigenlijk, ik zal het wel doen voor jullie. Ik zal mijn wet wel in jullie hart schrijven, in jullie binnenste leggen. Met andere woorden, wat jullie niet kunnen, zal ik wel verzorgen en ik zal het wel in jullie hart leggen, want jullie kunnen het niet. Met andere woorden, God gaat er zelf voor zorgen voor die vervulling van die Torah, voor die vervulling van die geboden. Dat Israël een heilig priestelijk volk zal worden. God gaat er voor zorgen. En dat is de essentie van het nieuwe verbond. En dat nieuwe verbond is met Israël. God vernieuwt op zijn manier dat verbond bij de Sinaï en dat. [00:13:27] Speaker A: Valt onder die paraplu van dat eeuwige verbond met Israël. God kan zijn eeuwige belofte en zijn eeuwige eet en zijn eeuwige liefde voor Israël niet zomaar verbreken. Dat kan niet, want God is een getrouwe, betrouwbare God. Dan horen we na Jeremia, horen we eigenlijk even niks meer over dat nieuwe verbond. En we weten dat de ballingen uit de Babylonische ballenschap zeventig jaar later weer mochten terugkeren naar het land Israël. Al zijn ze niet allemaal teruggekeerd. En van de tien stammen zijn in die tijd weinigen teruggekeerd. En dan krijgen we het Nieuwe Testament. Dan krijgen we de tijd dat Jezus geboren wordt, eeuwen na de belofte aan Jeremia. Wordt Jezus geboren in Bethlehem? Jezus de Messias, de Joodse Messias. Jezus vader is God in de hemel. Hij is zijn vader. Zijn moeder is de Joodse vrouw Maria. Dat betekent dat Jezus dus voluit een Joodse man is. maar wel de Zoon van God, zonder zonden. En Jezus heeft in zijn leven op aarde de wet volledig vervuld. Jezus zei, ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar ik ben gekomen om die te vervullen. En Jezus heeft in zijn leven de Torah, de 613 geboden en verboden, alle inzettingen, heeft hij in naam van zijn volk volledig vervuld. En dan Als Jezus dan de avond voor zijn lijden en sterven met zijn discipelen in Jeruzalem het Pesachfeest gaat vieren, want het Pesach brak aan, het paasgaaffeest. En hij stuurt zijn discipelen eropuit naar de bovenkamer om alles in gereedheid te brengen. En als het dan zover is, dan neemt Jezus een brood. [00:15:30] Speaker A: Breekt het brood en zegt hier neem en eet, dit is mijn lichaam. En dan neemt Jezus de beker met wijn. En dan komt voor het eerst dat nieuwe verbond weer ter sprake. Want dan zegt Jezus, en dat lezen we in Lukas 22, en hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei, dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit telkens opnieuw om mij te gedenken. Zo nam hij na de maaltijd ook de beker en zei, deze beker die voor jullie wordt uitgegoten is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Dus die beker wijn verwijst naar de volgende dag als Jezus gekruisigd wordt en zijn bloed uit zijn handen en zijn voeten druppelt op de bodem van Israël. Dan is dat bloed het sluiten van het nieuwe verbond. en de wijn die gedronken wordt bij het avondmaal, nog steeds in kerken en gemeenten tot de dag van vandaag het avondmaal gevierd wordt, dan is die beker het gedenken dat Jezus het nieuwe verbond heeft gesloten. En op dat moment dat hij dat gebeurde, die viering van Peesdag, was met zijn twaalf Joodse discipelen, er was niet één heiden bij, de christelijke kerk was er nog niet, Die kwam pas na de Pinksterdag. Dus hier is het een interne Joodse aangelegenheid waar Jezus spreekt over het nieuwe verbond. En dat nieuwe verbond sluit hij, zoals Jeremiah, zoals de Heerde God tegen Jeremiah al had gezegd, dat sluit hij met het huis van Israël. Met de twaalf stammen van Israël. En op het moment dat ik dat zo zeg, dan hoor ik u al denken van ja maar wij dan? Nou dat wij dan, wij mogen zeker meedoen, want het hele Oude Testament spreekt al over de toekomst waarin alle volken van de aarde zich zullen buigen voor de God van Israël en waar alle volken van de aarde de naam des Heren zullen aanroepen en dat de natieën over de wereld zich zullen neerbuigen en de Heren God van Israël zullen aanbidden. Dus wij komen zeker in beeld, want wat gebeurt er? Jezus sterft. Waarom hij sterft? Om onze zonden op zich te nemen, onze zonden weg te dragen aan het kruis. Jezus heeft in zijn leven op aarde de Torah, de wet, het verbond bij de Sinaï, volledig vervuld. Dus met andere woorden, God, zoals hij belooft dat aan Jeremia, God zou er zelf voor zorgen. Hij doet dat in zijn zoon, Jezus, de Messias. En dan staat Jezus drie dagen later op uit de dood, om de dood te overwinnen, ook onze dood te overwinnen. [00:18:48] Speaker A: En dan vlak voor zijn hemelvaart, nadat hij veertig dagen zijn leerlingen heeft onderwezen over het koninkrijk dat gaat komen, En dan vlak voor hemelvaart zegt Jezus tegen zijn discipelen dat ze in Jeruzalem moeten blijven, dat ze moeten blijven bidden en als de Heilige Geest komt, Dan, zegt Jezus, als dan de Heilige Geest komt, ga dan heen, maak alle volken tot mijn discipelen en doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Met andere woorden, Jezus zegt eigenlijk, wacht op de Heilige Geest, wacht op die uitstorting met de Pinksterdag, dan worden jullie vervuld en dan gaan jullie de wereld in om tot aan de einde van de aarde het evangelie te verkondigen aan de volken. [00:19:39] Speaker A: En dat betekent wij mogen meedoen. Wij mogen door het geloof in Jezus Christus, de Koning van Israël, de Joodse Messias, die ook de Heer van onze kerken en gemeenten is, die de heiland van ons persoonlijke leven is. [00:19:59] Speaker A: Door hem mogen ook wij als niet-Joden een kind van God worden en delen delen in de vruchten, delen in de zegeningen van dat nieuwe verbond. Paulus zegt, als dat tientallen jaren later allerlei kerkelijke gemeenten gaan groeien rond de Middellandse Zee, dan zegt Paulus in een brief aan de Romeinen dat wij als niet-Joden eigenlijk als een wilde lood geënt zijn op de stam van Israël. De stam van de edele olijf met wie God het nieuwe verbond heeft gesloten. De wortel van dat nieuwe verbond, die wortel van die olijf, is Jezus Christus, de Koning van Israël, met een hoofdletter, de Heer van ons leven. En wij mogen dan, geënt op die stam, meedelen in de vruchten, de zegeningen, de stromen van levend water van dat nieuwe verbond met Israël. Nou en als dan de gemeenten gaan groeien en er was in die Romeinse wereld toch al een aversie tegen Joden en daar komt dan in die vroege kerk discussie los over de positie van het Joodse volk en van Israël en dan schrijft Paulus zijn Romeinenbrief om daarin de plaats van Israël en de relatie tussen Israël en die christelijke gemeente te bespreken En dan maakt Paulus in Romeinen 9 heel duidelijk dat dat verbond met Israël nog steeds gewoon van kracht is. Want dan zegt hij in Romeinen 9 vers 4, dat zijn de Israëlieten die God als zijn kinderen heeft aangenomen. en aan wie hij zijn nabijheid en de verbonden en de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken. Het is het volk dat van de aartsvaders afstand en waaruit Christus is voortgekomen." Met andere woorden, het Joodse volk, de Israëlieten, zij zijn nog steeds aangenomen als godskinderen, want dat eeuwige verbond met Abram is nog steeds van kracht. En dat volk aan wie hij de verbonden gegeven heeft. Verbonden, meervoud, spreekt Paulus. Dus welke verbonden zijn aan Israël gegeven? Het verbond met Abraham, het eeuwige verbond. Het verbond bij de Sinaï, het verbond van de wet. Dat vernieuwde verbond, dat Jezus bekrachtigde aan het kruis van Golgotha in sloot met Israël, die verbonden zijn nog steeds aan Israël gegeven, zegt Paulus. En ook de beloften aan Israël. De Bijbel staat vol van beloften aan Israël. Beloften waarin God heel veel belooft aan zijn volk, maar ook beloften voor de toekomst, dat aan het einde der tijden het Joodse volk na een periode van ballingschap weer zal terugkeren naar het land van hun vaderen. U weet, 40 jaar na de hemelvaart van Jezus hebben de Romeinen Jeruzalem verwoest, veel Joden vermoord, veel Joden zijn in diaspora, in ballingschap gegaan, wereldwijd. Overal ter wereld zijn wel Joodse gemeenschappen, maar Aan het einde der tijden zullen zij terugkeren naar het land Israël, het land van hun vaderen, in voorbereiding op de komst, de wederkomst van de Messias en het koninkrijk van zijn wereldwijde vrede, waarover we lezen. En Jezus heeft daar eigenlijk ook al over geprofiteerd. In Lukas 21 zegt Jezus, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap worden weggevoerd, Onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden. Totdat, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. Met andere woorden, Jezus profiteert en 40 jaar na hem is dat ook gebeurd. Die verwoesting van de tempel, die vertrapping van de stad Jeruzalem. Maar er komt een tijd. dat Jeruzalem weer herbouwd zal worden. Er komt een tijd dat wat de profeten hebben geschreven het volk weer terugkeert. In de tijd van Jezus zagen we een uittocht uit Israël. Jezus ging uit Israël weg met hemelvaart. De apostelen gingen Israël uit na de Pinsterdag. Het Joodse volk is Israël uitgegaan in 70 na Christus. En je zou haast zeggen, de Heilige Geest is dat land ook uitgegaan en het werd desolaat landschap voor eeuwen en eeuwen. Nu zien we een beweging terug sinds zo'n 130, 140 jaar, eind 19e eeuw en in de afgelopen 20e eeuw. We zien een beweging terug. We zien het Joodse volk terugkeren naar het land. We zien Jeruzalem weer herbouwd. We zien de verwoeste steden weer herbouwd. Het land leeft weer. En straks komt ook Jezus terug, maakt zich bekend aan zijn volk, legt zijn wet volledig in hun harten. En ze zullen hem erkennen en hem eren en aanbidden. En wij als natieën zullen elk jaar optrekken om de heren der heerscharen te aanbidden. We zien dus hier die lopende lijn. Het verbond tussen God en het Joodse volk met Abraham is een eeuwig verbond. Het verbond met de wet is vernieuwd, volmaakt, bekrachtigd door Jezus. Want wij kunnen het niet. Alleen hij kan zorgen voor vervulling en voor verzoening met God. En straks komt het Koninkrijk Als Jezus terugkomt dan zullen de rechtvaardigende doden opstaan uit de dood, we zullen een nieuw lichaam ontvangen en hij zal koning worden, zittende op de troon van zijn vader David en zal vanuit Sion en Jeruzalem zijn wet in ons harten gelegd zal door de hele wereld gaan, de Torah zal weer uitgaan van Israël en we zullen leven in volkomen vrede wanneer we die heiland en verlosser, Jezus Christus, hebben aanvaard en hij leeft in onze harten. Dus zo ziet u dat door Oude en Nieuwe Testament heen. die constante lijn doorloopt van God's trouw aan Israël, de rol van Israël en God's trouw aan ieder die de naam van Jezus aanroept. Zullen we samen nog bidden. [00:27:09] Speaker A: Getrouwe God en Vader in de hemel, wij eren en aanbidden u om wie u bent. U bent een God die een eeuwig verbond sloot en nooit loslaat wat uw hand begon. Wij danken u, Heren, dat u trouw blijft aan Israël. En wij danken u dat u trouw blijft aan ons. Aan ons die in u mogen geloven, ongeacht in welke kerk of gemeente wij deel van uitmaken. Wij willen u danken, uw prijzen, uw eren. Wij bidden u voor Israël, uw volk, heren, om uw bescherming, om uw zegen. Wilt u uw volk toebrengen en toeleiden naar uw grote toekomst. Wilt u ook ons als kerk zegen, heer, dat we mogen zien wat u doet met uw volk Israël. Dat wij daarvan mogen getuigen. en schenk ons in alles uw heilige geest om op de plek waar u ons allemaal verantwoordelijkheid hebt gegeven om daar een lichtje te mogen zijn van uw grote liefde. Dat bidden wij u in de naam van Jezus, de Koning van Israël, de Heer van onze kerken en gemeenten en de heiland en verlosser van ons persoonlijke leven. Amen.

Other Episodes

Episode

January 29, 2025 00:37:50
Episode Cover

Podcast 29 januari • Honorair consul Roger van Oordt: "Gods beloften aan zijn volk zijn zo betrouwbaar, zo waarachtig"

Christenen voor Israël bestaat dit jaar 45 jaar. Vanaf het begin was Roger van Oordt betrokken bij het werk, in allerlei rollen en jarenlang...

Listen

Episode

August 23, 2024 00:30:25
Episode Cover

Podcast 23 augustus • “Wie Israël steunt is medeplichtig aan genocide” - en zeven andere veelgehoorde leugens over Israël

Als beweringen maar vaak genoeg worden herhaald lijken ze vanzelf een beetje waar te worden. ‘Als je Israël steunt ben je medeplichtig aan genocide....

Listen

Episode

July 04, 2025 00:57:29
Episode Cover

Podcast 4 juli • Israël: Hoe het Evangelie ons wakker schudt (Deel1)

(Deel1) Als mensen in de kerk zeggen niet zoveel met Israël te hebben of als in de samenleving de Jodenhaat springlevend is, waar komt...

Listen