Podcast 8 januari • Ds. Gerard Krol – Mozes' zicht op Israël vanaf de berg Nebo

January 08, 2026 00:51:55
Podcast 8 januari • Ds. Gerard Krol – Mozes' zicht op Israël vanaf de berg Nebo
Christenen voor Israël
Podcast 8 januari • Ds. Gerard Krol – Mozes' zicht op Israël vanaf de berg Nebo

Jan 08 2026 | 00:51:55

/

Show Notes

In het laatste hoofdstuk van Deuteronomium wordt Mozes’ sterven beschreven, maar daarvoor laat God hem heel het land Israël zien vanaf de berg Nebo. Wat betekent het dat hij het land wel mag zien, maar niet binnen mag gaan? Wat betekent Mozes’ uitzicht voor Gods heilgeschiedenis? En wat kunnen we leren van de bijzondere omstandigheden van Mozes’ sterven? Ds. Gerard Krol legt het ons uit in deze uitzending. 

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:06] Speaker A: Goedendag, fijn dat we zo op deze manier door de middelen van de techniek nog steeds met elkaar verbonden kunnen zijn en dat we zo over de Bijbel, het Woord van God, mogen spreken en dat u daarover kunt nadenken, misschien ook meelezen thuis, dat zou maar zo kunnen. Laten we eerst, voordat we die Bijbel openen, eerst om een zege vragen, want juist door de werking van de geest mogen we erop vertrouwen dat het ook echt een levend woord van God ook voor ons is. Laten we samen bidden, mag ik u daarbij voorgaan. Heren, we willen u danken dat u de middelen van de techniek zo zegent en we vragen u om uw nabijheid, zeker ook wanneer we zulke kwetsbare woorden horen als uw heilig woord aan uw volk Israël toevertrouwd, maar Door ons vertrouwen op Jezus Christus mogen ook wij daar de rijkdom van proeven, daaruit putten en opnieuw ontdekken hoe goed u bent, hoe u een bron van leven bent en u ook stelkens weer door vergeving en kracht ons nabij wilt zijn. Wil ons dan ook aanzien en wil als het ware de woorden levend maken. opdoen, staan op dat ze ons mogen bouwen, uitdagen en vernieuwen in geloof. Dat bidden we u alles in afhankelijkheid. Ziende op Jezus Christus, die wij beleiden als de Messias, uw Zoon, de Messias van uw volk Israël. En Heren, we vragen u zo om uw nabijheid in Jezus' naam alleen. Amen. [00:01:46] Speaker A: Er zijn in de geschiedenis hele bekende sterfscènes, bijvoorbeeld die van Socrates, maar er zijn nog veel meer natuurlijk, ik ga daar nu niet al te veel op in. Alleen er is er ook een in de Bijbel en wel in het boek Deuteronomium, in het laatste hoofdstuk. En we weten, de Bijbel begint met in de beginnen schiep God de hemel en de aarde en dan eindigt de Torah, eindigt dan met de lezing van dat 34ste hoofdstuk uit Deutronomium. En we hebben gehoord dan, als u dat zou lezen, kunt u dat nalezen, alle zegeningen die Mozes mag spreken, dat kunt u nalezen in hoofdstuk 33 en dan in hoofdstuk 34, het laatste hoofdstuk, dan ontdekt u als het ware het sterven van Mozes. En dat staat beschreven in twaalf verzen. Ik denk, die indeling in verzen is van later datum, maar ik denk dat dat uit eerbiedigheid ook gekozen is naar het aantal stammen van Israël. aanwijzingen voor. Dus juist na die twaalf zegeningen zou je kunnen zeggen, deze twaalf verse bij het beëindigen van het leven van Mozes. Dan mag ik u daaruit voorlezen, Deuteronomium 34, vanaf vers 1. Toen beklom Mozes vanuit de vlakten van Moab de berg Nebo, de top van de Pischa, die recht tegenover Jericho ligt. En de Heren liet hem heel het land zien, Gilead tot Dan, heel Naftali, het land van Efraïm en Manasse, heel het land van Juda tot aan de zee in het westen, het zuiderland, de vlakte van de vallei van Jericho, de palmstad, tot aan Zoar. De heren zei tegen hem, dit is het land waarvan ik Abraham, Isaac en Jacob heb gezworen. Aan uw nageslacht zal ik het geven. U hebt het met uw eigen oog. Ik heb het u met uw eigen ogen laten zien. Maar u mag daarheen. Niet oversteken. Zo stierf Mozes, de dienaar van de heren, daar in het land van Moab. Overeenkomstig het woord van de heren. En hij begroef hem in een dal in het land van Moab tegenover Bet Peor. En niemand weet zijn graf tot op deze dag. Mozes nu was 120 jaar oud toen hij stierf. Zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen. De Israëlieten beweenden Mozes in de vlakte van Moab dertig dagen. Toen waren de dagen van het bewenen van de rouw over Mozes voorbij. Joshua nu, de zoon van Noen, was vol van de geest van wijsheid, want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterde de Israelieten naar hem en deden zoals de heren Mozes had geboden. Er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die de heren kende van aangezicht tot aangezicht. Met al de tekenen en wonderen waarmee de heren hem gezonden had om die in het land Egypte te doen bij de Farao, bij al zijn dienaren en bij heel zijn land. en met heel sterke hand en met alle grote ontzagwekkende daden die Mozes voor de ogen van heel Israël verrichtte. [00:06:07] Speaker A: Daarmee eindigt eigenlijk de Torah. En dan volgen er nog een paar regels, maar die zijn nooit afgedrukt in uw Bijbel, met het aantal Hebreeuwse verzen en het aantal letters zelfs, zodat de schrijver precies wist en kon natellen of hij geen woord vergeten had, want immers mag er geen titel, zoals u weet, verloren gaan. Mozes sterft met het zicht op Israël. Maar het land komt hij niet in. Wij, gewone mensen, denken dan, en dat staat er niet helemaal los van, dat dat te maken heeft met een straf. Maar het is veel meer dan dat. En tegelijkertijd is het misschien eigenlijk ook niet een straf in de zin zoals wij straffen. Dat is denk ik meteen een punt waar we het goed over moeten hebben, want u moet natuurlijk weten dat wanneer wij straffen, dan doen we dat vanuit onze woede, zoals een ouder een kind kan straffen of wat dan ook. Je kunt de een straffen of iemand die terecht staat bij een rechtbank, die gestraft moet worden door de overheid. Maar hier gaat het natuurlijk toch om meer, want wij mensen zijn natuurlijk altijd gebonden aan ons denken in goed en kwaad. En wij zijn ook gebonden aan de gebrokenheid die nu eenmaal alles en ook ons leven doortrekt. Dus ons straffen, zou je kunnen zeggen, komt, hoe rechtvaardig ook, altijd toch ook voort uit zonde. Terwijl, wanneer de Heere God torent, is dat niet zoals onze boosheid. Wanneer Hij straft, is dat niet zoals onze straffen, want in Hem is geen zonde. En ook in de Heere Jezus zijn zoon niet. Dus ik denk dat we dat heel goed moeten onthouden. Deze sterfscène wordt heel eenvoudig met hele simpele woorden beschreven. Maar, Zoals ik al zei, hij mocht het land niet binnengaan. Dat deed mij denken aan een bekend woord dat de apostel Paulus ontvangt op een zeer ernstig gebed. Dan ontvangt hij namelijk van God het woord, mijn genade is u genoeg. Tot driemaal toe, zo horen we, had Paulus de apostel gebeden tot de Heren God, of dat nu tot de Heren Jezus is, in ieder geval tot de Heren, noemt hij dan. En dan zegt hij, had hij gebeden of die doorn in het vlees, of die mocht worden weggenomen. En niemand weet precies, er zijn wel allerlei uitleggingen over, die tuimelen, zoals dat bij theologen nu eenmaal gebruikelijk is, over elkaar heen, maar niemand weet precies wat hij met die doren in het vlees nu eigenlijk bedoelde. Of dat nu iets was wat hem lichamelijk of juist geestelijk plaagde. Het was in ieder geval iets wat hem blijkbaar plaagde. Geestelijk of lichamelijk nogmaals. En hij ervoer dat zelfs in zijn woorden als slagen van een engel van de tegenstander, dus Satan. Dat betekent letterlijk tegenstander. En hij hoopte dus daarvan af te mogen komen. Maar dat gebeurde niet. En wel ontving hij dus dat bekende woord Mijn genade is u genoeg. Ik heb het ook weleens een keer bij een begraafplaats zien staan, bij de ingang. En verder luidt dan die zin het woord van God tot hem of het woord van de Heer Jezus, dat is nogmaals niet helemaal duidelijk, want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Dus de kracht van God die zichtbaar mag worden en zichtbaar wordt, die zich bekendmaakt in Menselijke zwakte, door menselijke zwakte heen. En het is dus een onverhoord gebed. Nu, ook Mozes had gebeden om ondanks zijn misstap, wij zouden daar misschien heel anders over denken, maar wij zijn de Heer God niet, om ondanks zijn misstap toch de Jordaan te mogen oversteken en hij bidt daar dringend om om het land van Gods belofte te mogen doortrekken. En dat gebed werd evenmin verhoord. En in die zin was dus, zou je kunnen zeggen, Mozes leven onvoltooid. En dat geldt natuurlijk voor ons allemaal in de diepere zin van het woord. Maar daarmee is eigenlijk ook het laatste woord nog niet gezegd. Als we volgens het woord van onze tekst ook lezen, dan horen we daarin, bijvoorbeeld in vers 5, zo stierf Mozes, de dienaar van de heren, daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van de heren. En wat daarbij opvalt is dat hij in eerste plaats dienaar wordt genoemd. Mozes als dienaar van de Heere God. Zijn leven was begonnen als een kleine prins. Hij was in die bekende Bizemant terechtgekomen omdat er zoveel antisemitisme was in Egypte. dat alle jongens moesten worden vermoord en die mochten niet blijven leven. Maar hij heeft het overleefd, mede dankzij zijn moeder en dankzij zijn zuster. En zo groeide hij de eerste veertig jaar van zijn leven op aan het hof van Vareo. Vareo, dat was eigenlijk de machtigste vorst Op dat moment van het belangrijkste rijk van de toenmalig bekende wereld. Mozes, hoewel Joods, dat heeft hij ook altijd geweten, werd opgevoed dus als een zoon van een prinses. en hij werd door haar gevonden, dat weten we, aan het begin van Exodus kunt u dat nalezen, toen zij daar ritueel ging baden in de Nijl. Ze ging daar dus niet baantjes trekken, zoals u misschien smorgens vroeg doet, nee, zij was als dochter van de farao, in de ogen van de Egyptenaren dus eigenlijk een dochter van de godheid, die farao was een god, en daarmee was zij dus zelf ook een soort godinhaast en die ging zich Baden in die nijl die ook als een godheid werd gezien en aanbeden, een levensader. De eerste plaag treft ook die levensader, dat water wat bloed wordt. Een ritueel bad dus van een godin in die levensader daar in Egypte. En daar werd hij gevonden, in dat bieze mandje. En zijn naam Moses, dat is een Egyptische naam eigenlijk, betekent zoveel als zoon of kind. En dat klinkt ook door in namen van faro's die je misschien wel eens een keer hebt horen noemen. Zo is bijvoorbeeld Toedmoses, dat is de zoon van de maangod Tot of Toed. Of bijvoorbeeld ook in Ramses, Rammoses of Rammoses, de zoon van de zonnegod Ra. Dus Mozes, die naam betekent zoveel als zoon, kind. En dat roept dus meteen de vraag op, van wie was hij nu kind? Van wie was hij kind? Tegelijkertijd, wanneer we het zo horen en overdenken, dan vragen we onszelf ook af, van wie ben je nou eigenlijk een kind? Ik weet van mensen die hun herkomst moeilijk of niet kunnen herleiden en hoe dat levenslang toch een kruis is geweest. Of van vaders die dat niet erkend hebben, stiefvaders en al die dingen meer. En hoe belangrijk dat is. Dus dat is je wortel. En nu heet hij dus kind. Ja, kind van wie? En misschien nog in een diepere laag de geloofsvraag of je ook een kind van het licht, een kind van God mag zijn. En dan dus die vraag, ben je ook een kind van God en in hoeverre mag je dat laten zien? Straal je dat uit? Deel je dat uit? terug naar Mozes. Hij groeide dus op aan een, wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen, stralend hof met een ongekende wilde. Ik denk aan de opgravingen bij Tutankhamon, dat was eigenlijk nog een vrij kleine farao, niet eens de meest bekende, maar zijn graf was redelijk ongeschonden en de archeologen waren bijstert over de weelde en de rijkdom die ze daar in dat graf aantroffen. Dus de opgravingen bevestigen nog steeds dat dus Mozes is opgegroeid in een weelde die de meesten van ons, ik zou haast zeggen gelukkig, zich nauwelijks kunnen voorstellen. En hij zal dus daar ook waarschijnlijk wel de hoogste intellectuele opleiding hebben genoten. En de bibliotheek van Alexandrieë, die was er misschien toen nog niet, maar die later is ontstaan en er was misschien een voorloper van, maar die is helaas verloren gegaan, maar die moet geweldig zijn geweest. In zijn dagen was dat er nogmaals misschien niet, maar er zal toch zeker ook een studiecentrum zijn geweest. Dus dat zijn de eerste veertig jaren van het leven van Mozes. Daarna werd hij prins af, zou je kunnen zeggen, en werd hij herder. Veertig jaren. En moest dat dus ook worden. Na die bekende felle actie waarbij hij toen een Egyptische slavendrijver had gedood, en herkend werd door de joden, vluchte hij de woestijn in en moest zich blijkbaar oefenen in herderen zijn. Je ziet er dus ook iets in van hoe dus de Heere God een mens ergens brengt. Dus daar waar u, waar jij nu misschien bent, daar is misschien heel veel aan vooraf gegaan, zoals bij Mozes heel veel eraan vooraf is gegaan, maar dat is wellicht toch niet voor niks. Dus hij moest zich oefenen in dat herder zijn. En dat is eigenlijk een rode draad door de Bijbel heen. Niet voor niets dat de tekst, de Heren is mijn herder, een tekst is die zoveel mensen hun leven tekent, een dierbare houvast is geweest in hun leven. Wanneer we in Europa of in Amerika langs begraafplaatsen lopen, christelijke begraafplaatsen, vinden we die tekst dikwijls terug. Dus herder moest hij worden. Want blijkbaar is dat herderschap ook een belangrijk criterium voor het leiderschap. Ook later in de Bijbel vind je dat steeds weer terug, dat dat de toetssteen is als het ware voor de koningen, of ze ook herder zijn, of ze ook herderen over hun volk, over de mensen die hen zijn toevertrouwd en waarvoor ze zich verantwoordelijk mogen weten en voor wie ze zich in mogen zetten. En de Heer Jezus maakt tenslotte, als de Messias van Israël, zich ook bekend als de herder van Israël. En als u in ZGL 34 naleest, dan ontdekt u ook dat de Heere God dat herderschap heel serieus neemt en dus de afgeweken verantwoordelijke, die geen herders zijn, die dwaalherders, dat hij die terzijde duwt en zelf zal zorgen voor zijn volk en zelf als een herder liefdevol en zorgzaam verantwoordelijkheid zal dragen. Dus herderschap als een kenmerk zou je kunnen zeggen, een motief, een leidmotief voor Bijbels leiderschap. En dan mag je natuurlijk ook je eigen leiderschap in je gezin, in je werk, in je vereniging of waar dan ook je gesteld bent aan toetsen. En uiteindelijk zingen we ook over de Heere God, dat hij als een herder is voor zijn volk en daarvoor wakt. En daar in die woestijn, denk ik ook eventjes aan de Heere Jezus, in die woestijn werd geleid door de Heilige Geest, daar leefde Mozes in alle eenvoud. een vrouw, een kinderen, een kuddeschapen en zelfs een hartelijke schoonvader. Denk je eens in. Nou, en die behandelde hem als een van zijn kinderen. En tenslotte, na de ontmoeting waarbij hij dan staat op de grond die God dan heiligt, het is geen heilige grond uit zichzelf, maar door God geheiligd, dan wordt hij voor die laatste veertig jaar van zijn leven Voor die derde periode wordt hij leider van een slavenvolk. In de brandende braanbos sprak God. Vuurig. Maar de braanbos werd niet verteerd, maar zijn nieuwsgierigheid werd gewekt. Ik denk nog steeds, ook voor mijzelf geldt dat, dat nieuwsgierigheid een prachtige opstap kan zijn om de Heere God te leren kennen en om te ontdekken hoe hij werkzaam wil zijn in u of jou, maar ook in mijn leven. Dus, vurig, maar het braanbos werd niet verteerd en Mozes achter zichzelf omgeschikt. Je zou kunnen zeggen met Schortinghuis, dit zijn de nieden van Mozes. Wie ben ik? vraagt hij zich af. Ik kan het niet, want wie ben ik? En hij zegt ook, wat moet ik de israelieten antwoorden? Ik heb niks te zeggen. Maar, dat derde punt, als ze me niet geloven. En dan als vierde niet, ik ben geen man van het woord. En dan tenslotte, ach, zend toch alsjeblieft iemand anders. Maar, dus hij werd dus niet Dienar van God, zoals onze tekst zo mooi benadrukt. Dienar van de Heren, zo stierf hij, de Dienar van de Heren. Maar hij werd dat dus niet als gevolg van zijn eigen keuze. En ook niet als keuze van de kinderen van Israël, zoals ze later zou kiezen. Nee, helemaal niet. Maar het minste nog wel op grond van zijn eigen verlangen. Je zou zelfs kunnen zeggen, in tegendeel. Dus door toedoen van de Heere God. Nou, stel dat je staat nu voor een moeilijke taak en je denkt van ja, maar daar ben ik helemaal niet geschikt voor. Maar misschien heeft de Heere God jou toch die plek gegeven om daar die verantwoordelijkheid te dragen, zoals hij dat ook aan Mozes heeft gegeven. Zo kan hij dus... Werken. Dus wie wij ook werkelijk zijn, ook voor onszelf en ook in onze omgang met elkaar, daar kunnen we vaak maar heel weinig over zeggen. En wie wij zijn voor gods aangezicht, daar kunnen we wel mooie dogmatische zinnen over zeggen. Over je eigen zondigheid of over je verlorenheid of weet ik wat. Maar eigenlijk weet je er niet zo heel veel van. [00:22:30] Speaker A: En wat je door mag werken door de Heilige Geest en in hoeverre je die echt uitdraagt, daar heb je maar heel weinig zicht op. U hoort misschien ook wel eens een keer... Dat iemand iets tegen u terug zegt van, ja dat heb jij toen gezegd, dat heeft me goed gedaan. Terwijl u dat niet verwacht had. U had het daar niet op aangelegd. Dat overkomt ons, toch? Nou, zo ging het dus met Mozes ook. Wij weten er dus niet veel van. En Mozes zou je kunnen zeggen, kort samengevat, hij werd dus zijns ondanks, een beetje ouderwets gezegd, dienaar van de heren. En zo sterft hij. En de apostel Paulus zegt dan, niemand leeft voor zichzelf. Niemand sterft voor zichzelf. Zo wij leven. leven wij voor de heren. En als wij sterven, sterven wij voor de heren. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de heren. Hem behoren we toe. Dus niet onze carrière, niet onze prestaties, niet ons vermogen, zelfs niet onze successen zijn bepalend, maar dat we van de Heere God zijn. En Heere Jezus, bind ieder die gelovig naar hem wil luisteren, ook op het hart, verzamel u dan toch geen schatten op aarde, waar mot en roest ze verderven, waar dieven inbreken of stelen. Daar helpt ook geen noodpakket aan, om het even zo te zeggen. Nee, vriendschappen. Trouw, hartelijkheid, aandacht voor elkaar, bidden voor elkaar, bidden ook voor vrede over Jeruzalem en deze wereld, dat kunnen tekenen zijn van hemelse schatten. En uiteindelijk zegt de Heer Jezus in die gelijkenis, de Koning zal hun antwoorden voorwaar ik zeg u, voor zover u dit voor de minsten van deze mijn broeders hebt gedaan, hebt u het voor mij gedaan. Dan is daar die band met de Heer Jezus. Dienaar des Heren. Dat klinkt Heel wonderlijk voor ons, maar dat is eigenlijk het allerhoogste. En dat mocht Mozes zijn. Tegelijkertijd bleef hij volledig mens. [00:25:07] Speaker A: Prins was hij, herder, leider van het volk. Allemaal, maar vooral mens. En tot vijfmaal toe horen we ook in de Torah dat hij mens was. En zo beschouwde hij ook zichzelf. Hij achtte zich niet in staat om die grote tekenen te doen die God hem opdroeg. Hij noemde zichzelf onbesneden van lippen. Dus zijn betekenis ligt dus niet in de tekenen die hij deed, zelfs niet in de wetten die hij gaf, die tien geboden, dat daarin maar stuk voor stuk daden, tekenen en woorden die God gaf. Ook wanneer hij ze dus stuk slaat, die eerste, ja hoe komt dat, dat hij dat stuk moest slaan, dat is niet zomaar alleen maar uit onbesuisde woede. [00:26:05] Speaker A: Maar die woorden waren zo heilig, want die stenen waren door God gemaakt. En die woorden waren door God daarop geschreven. Dat zouden de mensen niet hebben aangekund. Dus die moesten worden verwoest. Op dat die nieuwe stenen, lege stenen waarmee Mozes de bergen opklimt en die God dan opnieuw beschrijft en geeft. [00:26:29] Speaker A: Mozes geeft het door. Het is om het maar zo te zeggen niet van hem. Hij was dus een dienar. Een voorbeeld. Een tijd geleden overleed de Engelse koningin Elisabeth II en er was toen een grote begrafenis en daar bleek hoe gelovig zij ook was. En in die zin was het ook wel ontroerend om dat te horen en te zien. En misschien herinnert u zich nog wel hoe tijdens die begrafenis alle tekenen van haar koninklijke waardigheid verdwenen. De kroon, de staf, al die tekenen werden afgenomen, weggenomen en tenslotte werd er een rietstengel En dat is natuurlijk een teken van kwetsbaar zijn. Denk aan het gedicht van het ruisen van het ranke riet van Guido Gezelle. Denk ook aan die bekende tekst waar Smitengeld zovele malen over gepreekt heeft. Dat de Heeren God het geknakte riet niet toch eens een keer extra breekt. Dat kwetsbare mens zijn uitgetekend in die rietstaf, dat werd gebroken en op die kist gelegd. Verder dus niets. Dienaar, dienaar. En Heren, Jezus heeft toch ook zichzelf bekendgemaakt, vooral als dienaar, wanneer hij zei, ik ben in uw midden als een die dient. Als mens in uw midden. En dat hoorden we aan het begin van ons overdenken hier, dat het woord van God is genoeg om u en mij te redden. Mijn genade is u genoeg. Maar we hebben ook het vervolg gehoord, wat de apostel ook ontving. Want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Dus die kracht van God, die scheppingskracht zou je kunnen zeggen, alles kan. God is alles mogelijk, krijgt Abraham te horen. Kinderen als de sterren van de hemel. En er zijn blijkbaar meer sterren dan zandkorrels. En die kracht van God wordt zichtbaar, die maakt zich bekend door menselijke zwakte. Nou, dat is al heel dicht bij huis, mens zijn. En over Mozes horen we dat wanneer hij man gods wordt genoemd, dan juist mag hij die zegeningen, in hoofdstuk 33 lezen we dat, uitspreken over elke stam van Israël. Zo is ook het boek Openbaring eindigt met het noemen van die twaalfduizend behoudenen. En dat is dus twaalf maal duizend. Dus elke stand telt daar als duizend. En dan moet je dat even kinderlijk opvatten. Eén, twee duizend. Zoveel. Nou, dus als we dat dan horen over Mozes, dat hij eigenlijk juist die zegeningen mag uitspreken over al die stammen, dan krijgt hij eigenlijk daarmee al zicht op Israël. En wij dus met hem. En hij krijgt dus zicht op Israël door het te zegenen. Laten we dat ook heel goed benadrukken. Hij krijgt zicht op Israël door het te zegenen. Hoe wilt u zicht op Israël krijgen? Ik denk dat er maar één weg is. Door het te zegenen. Zo is ook Jacob aan het einde van het boek Genesis zijn zonen één voor één mocht zegenen. Zo ook hier Mozes aan het einde van de Tora, van het boek wat elk jaar, die vijf boeken die elk jaar uit de synagoge gelezen worden, jaar in jaar uit, volgens een vaste indeling, aan het einde van het boek Deuteronomium, hier het einde van de Tora, het einde van zijn leven. En we horen dan, maar de man Mozes, horen we op een andere plaats, was zeer zachtmoedig. Meer dan alle mensen die op de aardbodem waren. Zachtmoedig, maar dat woord zou je ook kunnen vertalen met nederig. En als je dat doet dan sterft hij dus als mens nederig als een dienaar en dan wordt de zin zo. Maar de man Mozes was zeer nederig, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren. Laat u het al doorklinken zoals het klinkt en zingt in de brief aan de Filippense die de apostel Paulus schrijft wanneer hij zingt dat lied over de mensenzoon in Filippense 2 die zichzelf vernederd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk is geworden tot in de dood, ja tot de kruisdood. [00:31:32] Speaker A: Dan komen we aan dat belangrijke punt, namelijk het punt dat hij in Moab sterft. Als u er geweest bent daar, dan weet u dat het heel geleidelijk omhoog gaat en dat je dan op een gegeven moment kijk je diep de steilte in en dan zie je de dode zee en als je helder weer hebt misschien ook Jericho in de verte, ik weet dat niet precies. Maar dat zou theoretisch dan kunnen, je ziet een aardig eendje. En we hoorden al hoe hij gebeden had om te mogen oversteken naar het land van belofte waar hij zoveel inzet voor had gegeven, maar dat mocht niet. En zeker, dat heeft alles te maken met zijn misstap, maar behalve dat zijn sterven herinnert aan die gebrokenheid van de schepping en het menselijk tekort tegenover God en tegenover elkaar, klinkt hier nog iets anders ook in door. Het valt namelijk op dat Mozes zeer goed gezond was. Zijn oog was nog helder en zijn kracht niet verzwakt. Naar de mens gesproken had hij dus nog niet hoeven sterven. Ik herinner me dat ik een keer bij een huisarts was voor een van de onbenullig kwaaltje en dat viel allemaal reuze mee en toen zei die zo tegen mij ja nou u kunt nog wel 120 worden. Ik zei hee dat is wonderlijk dat is nou precies ook de verjaardagswens die Joodse mensen elkaar geven dat ze zeggen dat je 120 mag worden. Net als Mozes dus. waarop hij zei, oh, dan hebt u dus blijkbaar meteen mijn herkomst begrepen. Nou, hij was een Jood. En het klinkt natuurlijk schitterend, 120 jaar, 10 x 12, en als u wat van de Bijbel weet, en dat weet u, anders had u hier niet op afgestemd, dan hoor je terecht allerlei beloften met betrekking tot Israël daarin door. En hoe mooi en hoe vol ook, het is ook een grens. Mozes ziet het land en dat zien is een profetisch zien. Want hij ziet dan, als we goed lezen, de hele geschiedenis. Hij ziet als het ware ook de heilsgeschiedenis. Want al die regio's, al die plaatsen die hier genoemd worden, naar de stammen die er uiteindelijk zich nog zouden moeten gaan vestigen. Er was op dat moment historisch geen sprake van. Dus God laat zijn dienaar, Mozes, het zien, of zoals de Hebraeën briefschrijver dat zo prachtig zegt, als ziende de onziendelijke. Dus het is een profetisch vergezicht. En dat ziet zelfs op de Messias van Israël, die wij leren kennen in Jezus Christus. Maar het is wel een begrensd zin. De Joodse opperrabijn uit Engeland die helaas overleden is, Jonathan Sachs, die wijst erop dat in dit slot van de Torah het tegelijkertijd ook herinnert aan het begin. Ook daar werd een mens teder geschapen als beeld en gelijkenis. Michelangelo heeft die tederheid uitgebeeld van die ene vinger die rijkt naar die andere vinger De vinger van God en de vinger van de eerste mens die naar elkaar rijken. Maar wij weten, na de zondeval, werd Adam met zijn vrouw uit de hof gestuurd. Mozes mag het land van belofte niet ingaan. Dus het menselijk leven, ook dat van u en mij, heeft iets onvoltooids. Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Dat is dus niet een soort algemeenheid en al helemaal niet een algemene dooddoener, maar het is een reisheid van God die hij in zijn woord openbaart en dat wordt het meest duidelijk aan het kruis waar de Zoon van God als mensenzoon sterft. En ook dat is een tedere wijsheid. Kwetsbaar. Want het kruis, dat weten we, kan bespot worden, ontkend worden, belachelijk worden gemaakt, veracht worden. En zo gaat het met antisemitisme net zo. En zo zal het met christelijk geloof dus ook gaan. Het wordt bespot, ontkend, belachelijk gemaakt en veracht. Hier in onze tekst horen we dat de Heere God Mozes begraaft. En dat vind ik een van de ontroerendste teksten uit de schrift. Want dat klinkt zo teder, zo menselijk. Zoals een begrafenis immers ook vaak wordt vergeleken met het geven van de laatste eer. Hier is God, volledig God. Hij is bij Mozes in zijn sterven. En Mozes is juist mens, omdat hij sterft. Zoals ieder mens. Bach zingt, bist du bei mir? De grens wordt echter niet overschreden. In dat begraven in Gods liefde is Gods liefde haast tastbaar aanwezig. Stel het u voor ogen en ontdek daarbij dus ook dat God Niet alleen liefdevol is, maar liefde is. De eerste mens had hij uit de aarde genomen, zo heette hij toch ook, meneer van de Akker, Adam, uit de Adama geformeerd, uit de aarde. En hier legt God aan het einde van de Torah De man Mozes, die stem mocht geven aan zijn woord aan de grens van het land van de belofte. Onvolmaakt, onvoltooid. En niemand, ook u niet, die het weet. Behalve God de One alleen. [00:37:27] Speaker A: Er is zoveel onvoltooid. Als we denken aan de bekende Dit is de symfonie die Schubert schreef en ooit voltooidde. Of aan Bach's Kunst der Fuge, of aan Mozart's Requiem, aan Broekner's Negende Symphonie en nog zoveel meer, Mahler enzovoort, maar ook schilderijen. Hieronymus, door Leonardo da Vinci, of Rembrandt met Simeon met dat kind die op z'n twee armen ligt, die kleine Jezus op die handen. Gebouwen die onvoltooid zijn. In één woord, ook onze levens. En wij spreken wel, en zeker ook in politieke zin, van voltooid leven, maar uiteindelijk is dat natuurlijk toch bedrog. Een onwaarheid. Een tekort dat dan als een soort ideaal wordt gezien. spreken over goed dood, dat heeft altijd iets wrangs. Want is niet de eerste mens juist gestorven omdat zijn broeder hem doodde? En tekent dat niet eigenlijk elke dood op zijn minst een heel klein beetje? Klinkt het dus niet wanneer wij over de goede dood spreken dat zo wrang dat het is alsof er een dissonant in muziek is die naar oplossing verlangt, verlangt, maar dat hij niet komt. Wij, wij voelen ons... verbonden als mensen juist ook in onze machteloosheid met elkaar. En dat kan ons dan in beslag nemen. En dat kan ons geestelijk ook soms doodslaan. Er zijn mensen die hun geloof daarom verliezen. Doodslaan. Niet omdat we geen liefde voelen, maar juist in tegendeel omdat die machteloosheid er is vanwege de liefde. Die ontstaat uit de liefde. Maar we kunnen dan die liefde niet uiten zoals we dat wel zouden willen. En dan zeggen we er geen woorden voor, geen mogelijkheden voor. Of zoals ooit eens een keer notabene een niet-christelijke dichter zo scherp gezegd heeft, ik heb alleen maar woorden. En als gelovige heb je zelfs door Jezus levende woorden uit de Bijbel. Zeker. De nood en het leven kan dus iets ondraaglijks hebben. En meer dan eens zelfs. Als ik denk dat zelfdoding onder jongeren een doodsoorzaak is, ja, nummer één zelfs. Maar dat onderstreept dat nou juist niet ons menselijk en ons al te menselijke tekort. Onvolmaakt, onvoltooid. Maar onthoud dit. God weet ervan en hij wil zich ontfermen. Jezus, de uit de dood opgestane Heere, zegt nadrukkelijk als laatste woord, ook opnieuw een laatste woord, van het evangelie bij Matthäus, want zie, ik ben met u al de dagen tot aan de volleinding der wereld. Alle dagen. Dus ook de moeilijkste. Ook die dagen waarin de machteloosheid ons lam lijkt te kunnen leggen en ons onvermogen in ons brandt. Nou moeten we wel een beetje oppassen als we dit zo bespreken, want jaren geleden, toen was ik nog niet eens tot geloof gekomen, jaren geleden las ik een keer in Elsevier een artikel en daar werd toen een grafreden geciteerd. Ik zal dat nooit vergeten, ik vond het verpletterend. Het ging ongeveer zo. Willem is gestorven. Maar dat wilde hij zelf niet. O nee, integendeel. Willem wilde blijven leven. Willem wilde voort in de zonde. Maar de heren zei, het is genoeg. Ik vond dat toen als randkerkelijke een verschrikking. Maar eigenlijk vind ik dat nog steeds. Het leven is immers wel degelijk de moeite waard om te worden geleefd. In mijn ontmoetingen in Israël heb ik ook ontdekt hoe hoog daar de waarde van het leven wordt geschat. En als ik denk aan Psalm 27, legt dat ons dat niet ook het lied in de mond? O, als ik niet had geloofd dat ik de goedheid van de Heren zou mogen zien in het land van de levenden. Dan was ik vergaan. Maar ik heb het mogen geloven en ik mag het geloven en ik mag het doorgeven. Ik mag het juist wel geloven. Ik mag geloven erop vertrouwen dat God mij, ook mij, in zijn goedheid door Jezus Christus in de levenden zijn goedheid wil laten zien. Juist in het land van de levenden, juist ook in het heden. In zijn goedheid laat hij Mozes dus die hele heilsgeschiedenis van zijn volk Israël zien, daar op die berg. En dan komt natuurlijk de vraag naar jezelf. Waarin mocht jij, waarin mocht u de goedheid van God ontmoeten? Juist ook in het gewone leven, het gewone leven. Mieskotte zegt ooit eens een keer, geheime kun je het beste verbergen aan de oppervlakte. En dat is precies wat de Heer God doet, soms in het dagelijks leven. Soms iets wat de een de ander geven mag. Wat toch uiteindelijk, ondanks dat het heel de schepping doortrekt, dat je ondanks alle gebrokenheid, om maar een dichter te citeren, het even mag zien. Soms even. Ondanks dat je onvoltooid bent en die onvoltooidheid van deze wereld waar je nu eenmaal deel aan hebt. Ook je zonden en je schuld, je missers tegenover God en tegenover elkaar, ja zelfs tegenover jezelf. Of je missers waardoor je juist niet kon komen tot die voltooiing en tot die bestemming die juist zo helder voor ogen stond. Wanneer en waar mocht je dan die goedheid van God ontmoeten en waarin kwam dat tot je? Of misschien heb je het niet of nauwelijks gezien. Was die goedheid zo verborgen of kon je het niet zien of wilde je het zelfs niet zien? Verhard je hart dan niet. Het wordt ons vanuit de 95e psalm als morgengebed, eigenlijk elke morgen als we die psalm zouden bidden, op de lippen gelegd. Almachtige God, uit genade hebt U ons de weg gewezen, waarop we niet verkeerd kunnen uitkomen als wij U volgen. Dat bidt Kalvijn in zijn morgengebed. En dat staat ook in het teken van het gebed om dienstbaar te mogen zijn door Jezus Christus. Mozes. Mozes ziet als ziende de onzienlijke. Zijn oog is helder. Het verlangen, het zicht op Gods nieuwe hemel en nieuwe aarde is tot op zijn laatste dag op aarde nooit verdwenen. Zoals Abraham heeft ook Mozes de dag van Christus mogen zien. En dat horen we, bijvoorbeeld wanneer Jezus in zijn stralende verheerlijking op de berg bij zijn drie leerlingen is en dan zijn Mozes en Elia daar ook, stralend wit, verschijnend in heerlijkheid, als die twee getuigen van wet en profeten. En zij, zo verkondigt ons de evangelist Lukas, zij spraken over zijn uitgaan, zijn kruising en zijn opstanding. Mozes stierf en zijn leven mag worden gezien als dienstbaarheid, dienaar van de Heren. En hij sterft aan de grens, onvolmaakt, onvoltooid. En het is Joshua, bij wie de Heer Jezus is genoemd, die Gods volk het beloofde land doet binnengaan. Letterlijk historisch, maar ook in een diepere geestelijke zin. Nogmaals, Jezus draagt niet voor niets die naam. En zo getuigt het Nieuwe Testament. Niet in de plaats van Israël, maar wel Jezus als de vervulling. Zowel van Mozes als van de profeten, als ook van de geschriften. U kunt dat nalezen in het laatste hoofdstuk van Lucas. Ook zo'n laatste hoofdstuk. Hoofdstuk 24, vers 44 zeg ik zo uit mijn hoofd. Of het klopt, weet ik niet. Tenslotte, We horen dat hij sterft op de mond des heren, zo staat het er letterlijk. Mozes heeft een Jordaan die hij dus niet kan oversteken. Dezelfde Jonathan Sacks die zegt, eigenlijk heeft elk mens zo'n Jordaan. die je niet kunt overschrijden. Mozes sterft, zoals de heren hem gezegd had, letterlijk op de mond van de heren. Opnieuw die verbondsnaam, heren vaak uitafgedrukt met hoofdletters. Die verbondsnaam van de God van Israël. Opnieuw die intimiteit in deze hele sobere woorden die doorklinkt. voor ieder die God het geeft om het te mogen horen. En daar zijn in de loop van de eeuw natuurlijk heel veel uitleggingen aangegeven. Ontroerend vond ik wel die rabbijnse uitleg waarbij geen van de aardsengelen de moed kon vinden om de ziel van God tot Mozes te brengen. Want Mozes had gebeden, een hartstochtelijk gebed, ik lees het u voor. Ik smeekte de heren om genade en zei, heren, heren, Dus ook die verbondsnaam één keer. U bent begonnen aan uw dienaar uw grootheid en uw sterke hand te tonen. Want welke god is er in de hemelen op de aarde die zulke werken en machtige daden kan doen als u? Laat mij toch oversteken en dat goede land zien dat aan de overzijde van de Jordaan is. Dat goede bergland en de Libanon. Maar de Heer was verborgen op mij vanwege het volk. En hij luisterde niet naar mij. En de heren zei tegen mij, laat het u genoeg zijn. Spreek niet meer over deze zaak tot mij. Klim naar de top van de Pisga. Sla uw ogen op naar het westen, naar het noorden, het zuiden en waar de zon opkomt. En bekijk het land met uw eigen ogen. want u zult deze Jordaan niet oversteken. Geef Jozua bevelen, rust hem toe en bemoedig hem, want hij zal voor dit volk uit de Jordaan oversteken en hij zal hun het land dat u zien zult in erfbezit laten nemen. En tenslotte, zo zegt dan een andere rabbijnse uitlegging, geeft God Mozes als het ware een kus. En binnen de Joodse traditie wordt na onze tekst in dezelfde dienst een begin gemaakt met het lezen van de Torah, de eerste zin. In de beginnen schiep God de hemel en de aarde. Zo begint de Bijbel. Zo begint het woord van God en dat eindigt voor ons als christenen met deze zin ongeveer. Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan en de zee was niet meer en ik zag de heilige stad een nieuw Jeruzalem neerdalen van God gereed gemaakt als een bruid die voor haar man is versierd en ik hoorde een luide stem van uit de hemel zeggen, zie de tent van God is bij de mensen en hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen zijn en hun God zijn en God zal alle tranen van hun ogen afwissen en En de dood zal niet meer zijn, ook geen rauw jammerklachten of moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En hij die op de troon zit zei, zie ik maak alle dingen nieuw. En hij zei tegen mij, schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar. En zo wordt Jezus Christus, die de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en zo wordt de apostel Paulus, die hoort dat het gebed onverhoord is, maar dat Gods genade genoeg is, zo wordt Jezus een dienstknecht, opdat een ieder die in hem gelooft en op hem vertrouwen mag en ontvangen mag, Dat geloof, dat kostbare, dat tederen, getuige gemaakt van Gods stem, misschien net als Mozes, zonder dat je denkt dat je het zelf kan. Gods stem, die verzoent en vergeeft. die zicht geeft voorbij onze Jordaan. Hoe hij elke dag opnieuw beginnen wil. Met jou, met u, met mij, tot eer van zijn naam. Zijn naam alleen. En dan is je leven, ja elke levensdag, ja uiteindelijk elke gedachte die als het ware als een dienstknecht bij de Heer Jezus mag brengen, een teken van zijn liefde. Die sterk is als de dood. en omdat die liefde geen stap opzij gaat en uiteindelijk in Jezus Christus zal blijken te zijn sterker dan de dood. En niets kan ons scheiden van die liefde door Jezus Christus alleen. Laten we samen eindigen met een gebed. Heren, we danken u voor uw woord, waar we telkens opnieuw uit mogen putten, waar we telkens opnieuw uit mogen leren en ontvangen. Schenk ons zo uw vrede, ver boven alle verstand. Ja, heren, we bidden u om vrede, niet alleen over Jeruzalem, maar ook vrede vanuit Jeruzalem. En kom, o heren, spoedig. Geef uw vrede, Rijk. Ontferm u zo over uw volk. Dat bidden we u in de naam van Jezus, de Messias van Israël. Dat bidden we in zijn naam alleen. Amen. Hartelijk dank.

Other Episodes

Episode

June 25, 2025 00:32:48
Episode Cover

Podcast 25 juni • Ds. Arenda Haasnoot in schuilkelder tijdens oorlog Iran: “je beseft waar Israël doorheen gaat”

Je gaat op studiereis naar Israël met tien collega-predikanten, en dan beland je ineens in een hevige oorlog. Het overkwam dominee Arenda Haasnoot, die...

Listen

Episode

July 04, 2025 00:57:29
Episode Cover

Podcast 4 juli • Israël: Hoe het Evangelie ons wakker schudt (Deel1)

(Deel1) Als mensen in de kerk zeggen niet zoveel met Israël te hebben of als in de samenleving de Jodenhaat springlevend is, waar komt...

Listen

Episode

April 15, 2024 00:38:25
Episode Cover

Uitzending 15 april • Goddelijke bewaring tijdens aanval Iran

Zaterdagavond heeft Iran voor het eerst in de geschiedenis een rechtstreekse aanval uitgevoerd op Israël: meer dan 300 raketten en drones werden afgeschoten. Israël...

Listen