Episode Transcript
[00:00:04] Speaker A: Genocide, apartheid, seksueel geweld, misdaden tegen de menselijkheid. Israël wordt beschuldigd van allerlei misdaden, groot en klein. En vaak blijkt achteraf dat de feiten genuanceerder liggen dan de beschuldigingen doen vermoeden.
De aanklachten worden vaak door de kerk ook overgenomen. Wat lezen we hierover in de Bijbel? En wat gebeurt er in de Bijbel met volken die Israël veroordelen? En kun je die waarschuwing uit de Bijbel doortrekken naar het hier en nu?
We gaan daarover praten met dominee Kees Kant. Kees, van harte welkom hier in de uitzending.
[00:00:37] Speaker B: Dankjewel.
[00:00:38] Speaker A: Het is niet de eerste keer dat we dit onderwerp bespreken over het vervloeken van Israël, het zegenen van Israël en wat daar van de impact is. We hebben dat anderhalf jaar geleden ongeveer ook een keertje gedaan.
Waarom vond jij het belangrijk om vandaag in de uitzending het hier weer over te hebben?
[00:00:56] Speaker B: Omdat ik, als ik of in de kerk zit, wanneer ik zelf niet voorga, of als ik op social media lees, dan is de kritiek op Israël, Facebook, LinkedIn, Twitter, X, zo massief, zo gigantisch en zo ongelooflijk veroordelend, ook door mensen die binnen de kerken in Nederland ook bekendheid hebben, Dat ik denk dit gaat niet goed.
[00:01:25] Speaker A: Je zegt dat Israël wordt overmatig veel veroordeeld.
[00:01:28] Speaker B: Ja kijk je mag best kritiek hebben op Israël. Israël is ook niet perfect. Geen één land perfect. Maar de kritiek is zo ontzettend heftig en zo gigantisch veroordelend. Waarin Israël als de hoofd schuldige wordt neergezet.
[00:01:44] Speaker A: Heb je daar voorbeelden van, concrete voorbeelden?
[00:01:46] Speaker B: Nou kijk, natuurlijk worden woorden als genocide, kindermoordenaars, kolonisten, bezetting, illegale bezetting, het hele bestaan van Israël, we hebben natuurlijk dat hele Nakba gebeuren gehad.
waarbij het verlies van de Arabische legers om Israël in de zee te drijven als een ramp wordt betiteld. Nota bene, het ontstaan van Israël is een ramp en zelfs in kerken dat wordt geherdacht. Dat is zo ontzettend heftig, dat raakt aan het bestaan van Israël. Dat is niet meer kritiek zoals wij ook op onze regering allerlei kritieken hebben op alle mogelijke Stikstofplannen en noem maar op. Maar dit raakt aan het bestaansrecht van Israël en dat maakt me grote zorgen.
[00:02:35] Speaker A: Ja, we hebben het over het eenzijdige en overmatige beschuldigen van Israël. Dat is waar deze uitzending ook een beetje over gaat.
En een bekend voorbeeld daarvan is de Verenigde Naties. In de afgelopen tien jaar is Israël vaker veroordeeld door de VN dan alle andere landen bij elkaar opgericht. Concreet gaat het over 327 veroordelingen tegen Israël in vergelijking met 293, dus minder.
tegen alle andere landen van de rest van de wereld. Dus Noord-Korea, Irak, alle schurkenstaten die er zijn, hebben allemaal bij elkaar opgeteld. Dus minder veroordelingen dan dat Israël heeft gekregen door de VN.
Een ander voorbeeld is dat Israël werd beschuldigd van het doelbewust vermoorden van journalisten in Gaza. Daar is de afgelopen maanden heel veel verontwaardiging over geweest.
Nu komt er mondjesmaat naar buiten dat in ieder geval een deel van die journalisten verbonden was aan Hamas en dat het dus helemaal niet journalisten in de pure zin van het woord waren.
Het zijn twee voorbeelden, want er zijn er nog meer te noemen, maar is dat ook een beetje wat je bedoelt met die eenzijdige veroordeling van Israël?
[00:03:49] Speaker B: Ja, zeker. Het is eenzijdig, maar iedereen, een kind kan aanvoelen dat het niet klopt.
Dat zo'n piepklein landje als Israël, wat maar twee derde van Nederland is, zo'n overweldigende meerderheid aan veroordeling heeft dan alle landen bij elkaar opgedaan, dat kan je al aanvoelen.
dat het niet klopt en niet dat elke kritiek onterecht is, je mag best kritiek hebben op Israël, maar die enorme buitenproportionele getalsmatigheid, daar voel je aan dit klopt niet, dan voel je dus ook aan dat die Verenigde Naties een eenzijdige focus hebben op Israël, waar Israël door een bril wordt gezien als de schurkenstaat Pursang.
[00:04:36] Speaker A: Waar zit dan dat verschil tussen het onrechtmatig beschuldigen, die eenzijdige obsessieve bijna focus tegen Israël enerzijds en kritiek die wel terecht is. Waar zit dat onderscheid?
[00:04:49] Speaker B: Nou kijk, Dat onderscheid zit hem in... Kijk, er zijn natuurlijk nu twee ministers in Israël, die worden extreem rechtsgenoemd en die doen weleens uitspraken die niet fraai zijn.
[00:05:03] Speaker A: Je hebt het over smotregering, denk ik weer.
[00:05:05] Speaker B: Ja, waarvan ook zelfs het CID zegt dat ze een schande zijn voor Israël. Nou, daar kan je kritiek op hebben en wellicht ook terechte kritiek.
Maar daarmee behaal je niet zijn buitenproportionele overmacht aan veroordelingen.
[00:05:23] Speaker A: Ja, om dat nog wat scherper te stellen, want Israël vecht natuurlijk in de afgelopen bijna drie jaar in een hele complexe situatie, met name in Gaza, in stedelijke oorlogsvoering. Er gaan ook dingen fout. Dat herkent Israël ook en daar moeten ze ook voor berecht worden.
Maar daar zijn dus wel misstanden. Maar hoor ik jou nu eigenlijk een betoog geven van ja, daar moeten we maar niet al te veel op focussen?
[00:05:47] Speaker B: Nee, dan mag je het zeker. Natuurlijk waar kritiek is.
De Israëlse regering heeft de afgelopen 2,5 jaar meerdere keren gezegd dat er fouten zijn gemaakt en dat er onderzoek komt.
Dat is ook verschillende keer toegegeven.
Maar kijk, als wij de kritiek op Israël, als het alleen maar terecht de kritiek zou zijn, dan is het geen buitenproportionele overmacht. Dan is dat gewoon hier en daar wordt er terechte kritiek geleverd. Maar wat we nu zien is niet gewone terechte kritiek, maar het is een tsunami, een buitenproportionele overmacht aan kritiek die ook raakt aan het bestaan van Israël.
[00:06:29] Speaker A: Je zegt de verhouding is hoek.
[00:06:31] Speaker B: Ja, de herverhoudingen zoek. Kijk, je noemde onze gesprek van anderhalf jaar geleden, toen hebben we vooral gefocust op Genesis 12 en wie is er al zegend.
En ook op Jezus die in Matthäus 25 zegt dat hij als hij terugkomt met zijn engelen op de troon zal zitten en dat hij de natieën gaat veroordelen. Dus niet individuele mensen, maar de natieën gaat veroordelen op grond van wat ze met zijn minste broeders hebben gedaan. Die teksten hebben we toen besproken. Wat mij nu, 2026, vooral erg opvalt is, een paar dingen vallen mij op en één ding dat ik de laatste weken best mij is opgevallen dat er nogal wat teksten zijn in de Bijbel die spreken over het belasteren, het beledigen en het smaatleggen op Israël. Dus daar heb ik het even niet over natuurlijk de geweldpleging naar Israël in bijbelse tijd en vandaag door Iran, Hezbollah, Hamas enzovoort, maar ook de beledigende smaad die de wereldgemeenschap op Israël heeft.
[00:07:30] Speaker A: Daar komen we zo meteen op, want we gaan samen de Bijbel open doen en dan gaan we die teksten ook lezen, maar eventjes, want we zijn, we begonnen deze uitzending ook met te vertellen van er zijn ook veel christenen die kritiek hebben op Israël en niet zo'n beetje kritiek ook. Vind je daar ook een verschil tussen zitten van christenen die Israël onrechtmatig beschuldigen en mensen die geen christen zijn? Vind je daar een bepaalde, hoe zeg je dat, een andere lading aan zitten?
[00:07:59] Speaker B: Wat ik dus merk is dat christenen de kritiek vanuit de seculiere wereld gewoon overnemen.
Ik zie bijvoorbeeld heel veel, we hebben natuurlijk een aantal weken geleden de Nakba herdenking gehad, wat ik net noemde. Dan zie je dat heel veel christenen op kerken in Amsterdam dat gaan herdenken. Dus de wederoprichting van Israël in 1948 als een ramp zien en dat gaan herdenken zoals in Zeeland en Zuid-Holland de ramp van 1953. De watersnoodramp is herdacht. Zo wordt het ontstaan van Israël als een ramp herdacht.
[00:08:37] Speaker A: Maar vind je dat dan erger dat dat de christenen zijn die dat doen?
[00:08:39] Speaker B: Dat vind ik nog erger omdat een christen die kan weten dat Israël godsvolk is.
Israël is niet perfect, de hele Bijbel spreekt ook kritisch over Israël, maar het is wel godsvolk en wij zijn als christenen voortgekomen uit Israël. Onze heiland Messias is een jood, is een israelier, wordt straks de koning van Israël. Dat is nogal wat als christenen en zich zo heftig en fors criticerend of zeg maar veroordelend uit laten over Israel.
[00:09:14] Speaker A: Ja, daar staan ook een aantal teksten over in de Bijbel, die gaan we erbij pakken. Tenminste, die ga jij ons vertellen.
Die teksten die in de Bijbel terugkomen, eigenlijk door de Bijbel heen zien we dat regelmatig, dat er wordt gesproken over spot, over smaat tegen Israël en de gevolgen daarvan voor die volken die dat doen.
Kun jij een voorbeeld geven daarvan?
[00:09:36] Speaker B: Kijk, in de Psalm 23, daar roept het volk Israël naar God uit. Wees ons genadig, Heer, wees ons genadig, want wij zijn meer dan verzadigd met verachting.
[00:09:48] Speaker A: Dat is volgens mij 123.
[00:09:50] Speaker B: 123, ja. Ja, sorry, 123.
Wij zijn meer dan verzadigd met verachting. Onze ziel is meer dan verzadigd van de spot van de zorgelozen. De verachting van de hoogmoedigen.
Hier roept dus Israël tot God omdat ze helemaal, als het ware, getraumatiseerd zijn, om dat woord maar te gebruiken, van de laster en de smaat en de beledigingen en de spot, verachting, dat is een heftig woord, van hoogmoedigen.
Wie zijn die hoogmoedigen, staat er niet bij.
De vraag is van zo'n psalm, zo'n psalm is oud, zo'n paar duizend jaar oud.
Maar een psalm is niet, een bijbeltekst is niet alleen maar geschiedenis, daar komen we wel op terug. Een bijbeltekst appeleert in alle generaties en alle tijden.
En wij mogen ons als christenen en als kerken wereldwijd wel eens gaan afvragen, doen wij niet te veel mee met de verachting van Israël? Dat is meer dan alleen zeggen dat het leger heeft op die dag daar en daar in Gaza of Libanon een fout gemaakt.
[00:10:55] Speaker A: Maar goed, je hebt dus het voorbeeld van Psalm 122. Straks gaan we kijken naar de actuele toepassing. Maar heb je nog meer voorbeelden in de Bijbel?
[00:11:02] Speaker B: Wat mij de laatste weken, waar mijn oog op is gevallen, dat is dat de profeet is zegegelden, met name hoofdstuk 35.
En Obatja, het hele Bijbelboekje, Obatja, gaat over Gods oordeel over de Edomieten. Edomieten, dat is een volk dat woont in het zuidelijk deel van wat wij Jordanië noemen.
en die hebben zich tegen Israël gekeerd. Het was zo, de profeten hadden geoordeeld, hadden aangekondigd aan Israël en aan de koningen van Israël, jullie zondigen, jullie bekeren je niet tot God, jullie blijven godsgeboden, veronachtzamen, dus er komt een ballingschap. En die ballingschap is gekomen, de nebukadneza kwam, de Babyloniërs hebben Jeruzalem verwoest, de tempel verwoest en een groot deel van de twee stammen weggevoerd naar Babel. Het was een oordeel van God.
Wat gebeurt er? Dan komen de Edomieten en die doen twee dingen.
Ezekiel verwijt de Edomieten dat ze de Babyloniërs hebben meegeholpen. Dus dat ze het lijden van Israel hebben verzwaard.
Je zou zeggen, nou, dat was Gods plan. Het was een orde van God, een straf van God. De Edomieten hebben meegeholpen met Gods plan. Nou, netjes zou je zeggen.
Maar nee.
En Zegil verwijt de Edomieten dat ze het lijden van godsvolk hebben verzwaard door mee te doen.
En dan spreekt Zegil een oordeel uit dat de Edomieten van de aardbomen zullen worden verwijderd. Ik zal het zo lezen. Obadja, die in diezelfde eeuw leefde, ook Obadja bekritiseert, veroordeelt het Edomitische volk, maar hij is benadrukt vooral dat ze met hun handen in hun zakken stonden toe te kijken en dat ze niet voor Israël zijn opgekomen.
[00:12:46] Speaker A: Dat ze niks deden.
[00:12:46] Speaker B: Dat ze niks deden om Israël te helpen en dan wordt God stuurt naar het Babylonse koning om Israël te straffen.
Dan zou je zeggen, dan help je mee, want dat is Gods plan. Nee, dan veroordeelt God de Edomieten omdat ze niet voor Israël opgekomen zijn.
Dat is heel bijzonder.
[00:13:09] Speaker A: Ik ga ze lezen.
[00:13:11] Speaker B: Ezekiel 35 zegt dan, dan zult u weten dat ik de heren al uw beledigingen gehoord heb die u tegen de bergen van Israël gesproken hebt.
U hebt u tegen mij grootgemaakt met uw mond en uw woorden tegen mij overvloedig gemaakt.
En dan gaat hij verder en dan zegt hij, zo zeggen de heren, heren, ik zal u tot een woestenij maken. Overenkomstig uw blijdschap over het huis van Israël, omdat het verwoest is, zo zal ik bij u doen. U, Zeurgebergte en heel Edom zult geheel en al een woestenij worden.
Dan wordt dat Edomitische volk beschuldigd, krijgt een oordeel en verdwijnt van de aardbodem. Ze zijn ook verdwenen van de aardbodem, want ze zijn weg, niemand weet waar ze gebleven zijn. Later zijn daar de Nabatea's gekomen. Nou, de Nabatea's, als je naar Jordanië op vakantie gaat, je brengt een bezoek aan Petra en verschillende van onze kijkers zullen dat gedaan hebben. Dan zie je, daar woonden de Nabatea's.
[00:14:18] Speaker A: Dat was datzelfde gebied dus?
[00:14:20] Speaker B: Dat was hetzelfde gebied, ja.
[00:14:22] Speaker A: Maar die Edomieten worden dus fors gestraft voor het toekijken en niks doen.
[00:14:28] Speaker B: Voor het toekijken en voor het meedoen, daar kom ik later nog op terug, want in Zegel 36 zegt dan Zo zegt de Heere Heere, zie in mijn na-ijver en in mijn grimmigheid heb ik gesproken, omdat u, Israël, de smaad van de heidevolken gedragen hebt.
Daarom zegt de Heere Heere, ik heb gezworen voorwaar, de heidevolken die rondom u zijn, zullen zelf hun schande dragen. Dus de volken rondom die zich tegen Israël keren in woorden of in militaire daden, dat komt als een boemerang op henzelf terug.
Nou, dan, daar komt Ezechiel, die schrijft dan. Mensenkind, richt uw blik op het zeergebergte, profiteer ertegen. Het zeergebergte is dus Edom, dat is de omgeving van Petra en Wadi Rum.
Zeg ertegen, zo zegt de Heere, ik zal uw zeergebergte, ik zal mijn hand tegen u uitstrekken en van u een woestenij laten maken.
En dan gaat hij verder, omdat u een eeuwige vijandschap hebt en u de israelieten deed neerstorten door het geweld van het zwaard in de tijd van hun ondergang.
Dus in de tijd van de ondergang van Israël, de Babylonische ballingschap, hebben de Edomieten dat Israël ook nog eens aangepakt met hun zwaard en daar zullen ze dus om gestraft te worden.
[00:15:57] Speaker A: Maar als je deze tekst helemaal samenvat, dan gaat het dus daarover.
[00:16:00] Speaker B: Daar gaat het over.
[00:16:01] Speaker A: Jullie hebben gedaan wat ik niet wilde, namelijk mijn volk overmatig veroordelen en tegenwerken.
En daar treedt Heren God tegen op.
[00:16:09] Speaker B: Ja, precies.
En als je dan naar Obadja kijkt, dat is Obadja, andere profeet. We vinden het trouwens ook wel opvallend doordat een heel bijbelboek alleen hier aan gewijd is.
Dan weet je al, dat heeft iets te zeggen. Dan zegt Obadiah 10, vanwege het geweld tegen uw broeder Jacob zal schaamte u bedekken en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden op de dag dat u aan de kant stond. Handen in de zakken toekijken, aan de kant stond. Op de dag dat vreemden zijn leger als gevangenen wegvoerden Buitenlanders zijn poorten binnentrokken en over Jeruzalem het lot wirpen was ook u als een van hen.
Dat wordt ook in Psalm 137 later ook weer herhaald.
[00:16:59] Speaker A: Maar waar gingen die volken dan precies de fout in?
[00:17:03] Speaker B: Die volken gingen de fout in door hun aversie, laat ik het zacht uitdrukken, hun aversie tegen Israël, hun botte te vieren op Israël, dat machtige Babylonische leger kwam.
Dat konden de Edomieten blijkbaar zelf niet doen. Ze hadden wel een aversie of een haat tegen Israël. Dan komt er een groot leger tegen Israël. Geweldig jongens.
Dat kunnen wij even aansluiten en kunnen wij meedoen.
[00:17:26] Speaker A: En dat heeft de Heere God niet geaccepteerd.
[00:17:28] Speaker B: En dat heeft hij dus niet geaccepteerd. Obadja 12 zegt... U had niet mogen toekijken op de dag van uw broeder. Op de dag dat hij een vreemde voor u was. U had niet blij mogen zijn vanwege de Judeeërs op de dag van hun ondergang. U had geen grote mond mogen opzetten tegen hen. op de dag van hun benauwdheid. Want de dag van de heren is nabij over alle heidevolken. Zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden. Wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren.
[00:18:01] Speaker A: En dat zijn grote gevolgen geweest voor de Edomieten.
[00:18:03] Speaker B: Dat is het einde geweest van het Edomietse volk.
En wat hebben ze dus gedaan? Drie dingen.
Meegedaan met het geweld tegen Israël.
met de handen in de zakken staan toekijken en niet opkomen voor Israël en een grote mond opgezet. Israël was in de benauwdheid en zij zetten van een veilige afstand eens even een grote beledigende mond op tegen Israël.
[00:18:25] Speaker A: Als we dan kijken, want in de Bijbel staat dus beschreven in die teksten die je net benoemd de gevolgen voor de volken, de gevolgen van de smaad of de hoogmoed.
Kun je daar ook dan in die teksten die al duizenden jaren oud zijn, kun je daar dan ook een conclusie aan verbinden voor ons als christenen in 2026?
[00:18:45] Speaker B: Niet een conclusie, want dan ga ik op de troon van God zitten en ik ga niet over wie hij oordelen zal, maar de bijbeltekst is meer dan alleen een geschiedenisboekje. Als deze tekst alleen zou gaan over 2500 jaar geleden, dan is de bijbel alleen maar een geschiedenisboekje. Leuk voor mensen die geïnteresseerd zijn in klassieke oudheid kunde.
Maar de Bijbeltekst is een levend woord van God. Wij geloven dat de Bijbel een levend woord is. Die doet een appel op ons. En de Bijbeltekst heeft altijd betekenis door de generaties heen.
[00:19:16] Speaker A: Maar kun je dat dan, want ik merk toch een bepaalde voorzichtigheid. U zegt ik wil niet op de troon van God gaan zitten. En aan de andere kant zeg je, ja maar die teksten hebben ook vandaag nog een betekenis voor ons.
[00:19:25] Speaker B: Ja, die teksten hebben absoluut vandaag betekenis.
[00:19:27] Speaker A: Wat is dan de relevantie daarvan hier?
[00:19:29] Speaker B: Dat wij ons, wanneer wij Israël, en bedoel ik niet gewoon een keer serieus kritiek hebben op bepaalde punten, maar wanneer wij in onze buitenproportionele kritiek een veroordeling van Israël. Als wij dat ook als christenen roepen, dan zullen wij in de spiegel moeten kijken en dan zullen we deze tekst moeten reflecteren en dan zullen wij hierover moeten bezinnen. Zeggen, maak ik mij misschien schuldig aan wat hier is geschreven. Doet deze tekst een appel op mij en zal ik mij moeten matigen in mijn veroordeling, mag best kritiek hebben, maar in mijn veroordeling, want deze tekst spreekt over een grote beledigende mondzet opzetten tegen Israël in de dagen van hun benauwdheid.
[00:20:18] Speaker A: Oké, maar als we het concreet maken, want kritiek op de huidige moderne staat Israël, kan je dat dan een-op-een gelijktrekken met de kritiek of de hoon of de smaad tegen dat oude bijbelse volk Israël?
[00:20:30] Speaker B: Als jij gewoon kritiek hebt op bepaalde mensen in Israël, op bepaalde beleidsmakers in Israël, op bepaalde militairen in Israël en je kan gewoon aanwijzen wat fouten worden gemaakt.
Terwijl je ook kritiek hebt op de andere partij die Israël probeert te elimineren.
en je kritiek is proportioneel en je kritiek is terecht, daar is niks mis mee.
[00:20:53] Speaker A: Nee, maar dat is mijn vraag niet. Mijn vraag is van kun je de huidige staat, Israël, kun je dat een-op-een gelijktrekken met het volk Israël, waar het gaat in Albatra?
[00:21:03] Speaker B: Ja, waar het zit. Als huidige Israël Israël niet meer is, dan heb ik een probleem met de Bijbel. Het is hetzelfde als dat het Nieuw Testament spreekt over de christelijke gemeente.
Paulus schrijft brieven naar de gemeente, die gemeente van toen en de kerk, de gemeente van nu. Wij zijn nog steeds gemeente van Christus, net zoals de kerk toen en het volk Israël van toen en het volk Israël van nu.
Het Joodse volk is het Joodse volk.
[00:21:31] Speaker A: Maar is het dan niet een beetje overdreven of zwaar om die christenen die Israël onrechtmatig beschuldigen, die smaat en laster hebben over Israël, om die dan te vergelijken met de edomieten uit de Bijbel die tegenwoordig niet meer bestaan? Gaat dat niet heel ver?
[00:21:48] Speaker B: Ik denk dat De kritiek van christenen op israël is wereldwijd, of je nou Australië, Nieuw-Zeeland of Europa of Verenigde Staten, waar dan ook.
Ik denk dat de kritiek vandaag, de veroordeling, de buitenproportionele veroordeling en belasting van israël vandaag wereldwijd met onze mediamogelijkheden vele malen heftiger en groter is dan dat mini kleine edemitische volkje dat er aan de zuidoostkant van israël woonde. Dus ik denk wat wij vandaag aansmaat op Israël leggen, een vele malen groter is.
[00:22:25] Speaker A: Maar betekent dat dan dat de gevolgen die er toen waren voor de Edomieten, die dan ook gaan zijn voor die christenen die dat doen?
[00:22:32] Speaker B: Dat is nog net waar ik niet over ga, gelukkig. De Allerhoogste, de God van Israël, wijst ons vandaag op het risico dat wij ons dezelfde manier schuldig maken als de Edomieten en wij dus wel eens even tot tien mogen tellen en wel eens even in de spiegel mogen kijken waar ben ik mee bezig.
[00:22:55] Speaker A: Dat is wel een ernstige waarschuwing.
[00:22:56] Speaker B: Dat is een ernstige waarschuwing. Als ik dus lees dat er een groep jongeren onder leiding van ik noem het geen naam naar Auschwitz is geweest en daar de genocide op het Joodse volk hebben gezien en dat er dan in de reflectie op dat bezoek er wordt verwezen naar Gaza en dan eigenlijk wordt gezegd van ja wat toen gebeurde, er loopt vandaag de dag weer het risico dat er nu weer een genocide, dat vind ik een heftige veroordeling. Dan denk ik misschien zijn we daarmee nog wel heftiger bezig dan de volken, die kleine volkjes van de Edomieten van toen.
[00:23:31] Speaker A: Als we het over de Bijbel hebben, waarom wordt die haat tegen Israël, die smaat tegen Israël zo hoog opgenomen door de Heere God in de Bijbel? En waarom ligt er zo'n groot en zwaar oordeel bovenop?
[00:23:43] Speaker B: Ik denk twee redenen schieten mij te binnen. De eerste is omdat de meeste zware beschuldigingen en lasten en smaat onterecht zijn. Want als het terecht de kritiek is, is het geen smaat. Smaat, laster, verachting.
Dat is niet een terechte vingerwijzing op de zere plek. Dat is een veroordeling, een beschuldiging, een aantijging die leugenachtig is.
Dat is de eerste reden. En de tweede reden is dat het wel om gods volk gaat.
Als wij Gods volk belasteren en bespugen en verachten, dan doen we dat aan God. Psalm 83, die trekt meteen wat we Israël aandoen, doen we God aan. De vijanden van Israël zijn ook meteen de vijanden van God.
Israël is Gods oogappel, Israël is Gods bruid, Israël is Gods geliefde bezit, Gods geliefde volk. Daar zijn wij op geënt als christenen, daar mogen wij in meedelen. En als je dus Gods geliefde volk gaat ons onterecht belasteren, verachten, beschuldigen, veroordelen, dan ben je naar mijn overtuiging bezig met diezelfde grote mond van de volken rondom. En wat God daar dan mee doet, dat is aan hem gelukkig niet aan mij.
[00:25:04] Speaker A: Wat zit er dan volgens de Bijbel achter die beschuldigingen en die belasteringen? Is dat uiteindelijk de haat tegen God zelf?
[00:25:11] Speaker B: Ik denk dat dat mede de haten tegen God zelf is en jaloesie, dat hij een uitverkoren volk heeft.
Die jaloesie speelt mee. En ik denk dat de machten van de bozen, die geesten uit het rijk van het duisternis waar we allemaal gevoelig voor zijn, dat die een hele grote rol spelen en zelfs ik en jij en wij ook daarvoor kwetsbaar zijn, gevoelig voor kunnen zijn. En ik mezelf moet afvragen, ben ik ook misschien niet, zonder dat ik er erg in heb, een antisemiet?
Want wie ben ik dat ik immuun zou zijn voor die machten die werkzaam zijn in deze wereld? Ik zal zelf ook ad critis naar mezelf moeten kijken en moeten bidden dat God mij door zijn geest beschermt, dat ik niet me daar ook aan schuldig maak.
[00:25:57] Speaker A: Maar tegelijkertijd is God toch ook een God van vergeving. Wat betekent het dan dat het oordeel, het moment dat je Israël onterecht bekritiseert of belastert, dat dat zo hard en zo zwaar wordt neergezet? Dat strookt toch niet met dat beeld van vergeving?
[00:26:15] Speaker B: Wanneer wij ons verootmoedigen voor God, dan mogen wij rekenen op Gods vergeving.
Maar als wij de, laat ik het zo zeggen, de jihadistische heilige oorlog die vanuit Iran, vanuit Hezbollah, Hamas enzovoort, ...wordt gevoerd tegen Israël om uiteindelijk Israël te vernietigen. Dat is het doel dat ze nooit onder stoelen of banken hebben gestoken. Als we dat ontkennen of negeren of ballen bagatelliseren... ...als we de oorlog tegen Iran alleen maar bekritiseren... ...maar wij als westerslanden met de armen over elkaar blijven zitten... ...wanneer Iran verder bouwt aan de atoombom waarmee Israël vernietigd moet worden... ...dan zitten we met de armen over elkaar en dan zeggen we niks. En als Israël daar tegen ingaat... ...dan struikelen we over onze veroordelingen van Israël... Dan krijgt het geheel een onevenwichtig en een leugenachtig plaatje.
En dan zullen we ons moeten veroordmoedigen. Dan gaat het er niet meer om dat we niet meer kritiek op Israël mogen uiten.
Prima.
Maar dan moeten we de hele context van dat conflict eerlijk benoemen.
En als we dat eerlijk benoemen en wijzen op de grote existentiale gevaren voor het voorbestaan van Israël in de komende jaren.
In dat licht mag je ook best kritiek hebben als je vindt dat er op bepaalde onderdelen kritiek uit mag worden.
[00:27:42] Speaker A: Die verwatmoediging wil ik zometeen nog even op terugkomen. Maar je vertelt eigenlijk van het aan de zijlijn staan als je ziet dat Israël zo onder vuur staat en wordt bedreigd in haar bestaan.
Dat is al eigenlijk een veroordeling van Israël. Maar in dat licht is het misschien ook best beangstigend om die teksten te lezen over het oordeel en de gevolgen van het oordeel van de Heere God.
Het is niet bepaald een mooi vooruitzicht.
[00:28:11] Speaker B: En ik heb ook al afgevraagd moet ik hierover preken. Ik heb het nog niet gedaan want ja mensen gaan op zondagochtend toch ook graag naar de kerk om de lof te zingen en bemoedigd te worden.
We gaan dadelijk ook nog wel hebben over teksten die hoopvol over de toekomst spreken. Aan de andere kant Geloven in God is ook niet altijd happy-clappy. Als God ook kritisch spreekt tot ons, appelerend spreekt, op het terrein van Israël, maar ook op allerlei andere terreinen van het leven, dan mogen wij die teksten wel serieus nemen. Dus er is niks mis mee wanneer het een keer niet alleen happy-clappy is, maar we hebben ook eens gewoon serieuze oordeels teksten lezen en ons serieus afvragen Hoe sta ik daarin? Wat is mijn rol in dit verhaal?
[00:28:57] Speaker A: Ja, dat is gelijk mijn volgende vraag. Wat is dan onze rol? Wat is onze opdracht als christenen?
[00:29:01] Speaker B: Onze opdracht als christenen zijn natuurlijk heel veel, als het gaat over Israël, daar hebben we het nu over, spreek eerlijk over wat er gebeurt.
Spreek eerlijk.
Praat niet alleen over de vraag mogen we kritiek hebben of mogen we geen kritiek hebben. Spreek eerlijk over de enorme vijandschap tegen Israël. In het Midden-Oosten vanuit de jihadistische groepen, maar ook in de VN en de EU en onze eigen regering.
Spreek eerlijk over de benauwdheid waar Israël in verkeert, het trauma. Spreek eerlijk over de enorme oorlogssuchtige vernietigingsdrang tegen Israël.
En spreek eerlijk over onze verbondenheid met Israël. Wij zijn als christenen verbonden. Onze heiland is een jood. Die wordt straks de koning van Israël. Hij brengt zijn volk terug. Dat proces is in volle gang.
Spreek eerlijk over Israël.
En getuik van Gods plan met Israël.
En als je op een... En als je zegt, want er zijn natuurlijk ook mensen die zeggen van ja ik durf er eigenlijk niet meer over te praten, want op een verjaardag dan krijg ik alle wind van voren.
En dan, ik heb ook wel eens gedacht, de laatste weken ook wel eens gedacht van ik doe nog best wel wat op social media. En dan krijg je natuurlijk ook een heleboel bagger over je heen. Ik heb ook wel eens soms gedacht van ik stop er mee.
[00:30:19] Speaker A: Ik zou ook even mijn mond houden, ja.
[00:30:20] Speaker B: Ik denk dat ik maar terugdenk, account sluiten, maar gewoon lekker van mijn oude dag genieten.
[00:30:24] Speaker A: Maar?
[00:30:25] Speaker B: Maar dan komt de onrust en dan voel je, nee dit is niet mijn roeping. De roeping is om daar waar we het kunnen op te komen voor Israël. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. We bidden voor Israël en ik zou de kijker willen aanmoedigen, blijf op een verjaardag ook gewoon voor Israël opkomen.
[00:30:44] Speaker A: Je noemde net het woord verroodmoediging. Dat deed mij ook een beetje denken aan Daniel. Profeet Daniel die zich verroodmoedigde voor zijn volk. Die ook zei van wij hebben gezondigd. Dus het ging niet over zij de anderen, maar het ging over wij. Wat kunnen wij daaruit leren als opdracht voor onze rol in de gemeente?
[00:31:02] Speaker B: Ja, ik denk dat wij zijn allemaal deel van onze gemeente. Ik van mijn gemeente waar ik lid van ben en jij van jouw gemeente waar jij lid van bent. We maken deel uit van die gemeente.
We zijn er een stukje van en als we vinden dat die gemeente op sommige momenten misschien niet op de goede weg is, publicitair of in onze landelijke kerkverband of maakt niet uit.
Dan spreek je niet over zij met het vingertje. Ik doe dat niet, maar jullie wel. En dan zeg je, ik maak daar deel van uit. Ik ben daar lid van, deelgenoot.
En dan is het goed om te bidden voor je kerk, te bidden voor je gemeente.
Maar ook te bidden voor de christenheid in zijn geheel wereldwijd.
[00:31:43] Speaker A: Maar niet vanuit een superioriteitsgevoel.
[00:31:45] Speaker B: Nee, nee, nee.
Als je dus getuigt van de positie van Israël, dan kun je in een sfeer terechtkomen van zij hebben ongelijk en ik heb gelijk. Dat is soms onvermijdelijk. Maar niet vanuit een hoogmoed.
Niet vanuit een hoogmoed.
[00:32:01] Speaker A: Je belooft ons net nog een hoopvolle tekst voor aan het einde van deze uitzending. Welke is dat?
[00:32:06] Speaker B: Kijk, wat ik ook nog...
heel boeiend vond is over die, je zei van kun je die oude teksten wel naar deze tijd plaatsen. Als Maria zwanger is van Jezus, een jonge vrouw van 15, 16 jaar, dan wordt ze vervuld van de geest, spreekt ze haar lofzang uit. Dan zou je zeggen, nou ze is vol van een jonge moeder, een moeder worden. En dan zegt ze, hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart uiteengedreven. Zij refereert aan die hoogmoedigen uit het Oude Testament.
Bijzonder, dan moet het zo zijn dat als straks die hoogmoedigen geoordeeld worden, haar zoon Jezus daar een rol in speelt.
Nou, wat ik ook erg mooi vind is Isaiah 25, daar belooft de Heerde God dat straks in het Koninkrijk wordt er een maaltijd, een feestmaal aangericht voor alle volken, voor Israël en voor de volken die bij Israël horen. En dan staat er de Heer zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van zijn volk wegnemen van heel de aarde. Dan komt die smaad weer terug. Dus die smaad op Israël waar we allemaal al hebben meegedaan, die is zo massief dat God straks in het Koninkrijk, waar alles goed is, hij toch nog die smaad van zijn volk moet wegnemen en wij dus allemaal zien Welke smaat we op Israël hebben gelegd en dan zien we dat de Heerde God die smaat wegneemt.
Dat is een hele indrukwekkende tekst.
Ezekiel 34 zegt, ze zullen niet meer tot een prooi zijn voor de heidevolken en de wilde dieren van de aarde zullen ze niet meer verslinden. Maar ze zullen onbezorgd wonen en niemand zal ze schrik aanjagen.
Ik zal een plant van naam voor ze doen opkomen.
Dan zullen ze niet langer weggenomen worden door honger in het land en de smaad van de heidevolken zullen ze niet langer dragen. En straks Jezus koning wordt ongehinderd. En dan in het Nieuwe Testament komt Zacharias, de vader van Johannes de Doper, op de achtste dag dat zijn zoontje besneden wordt en hij weer kan spreken, komt Zacharias hierop terug.
En dan zegt hij, zoals hij gesproken had bij monden van zijn heilige profeten die er door de eeuwen heen geweest zijn, namelijk, verlossing van onze vijanden, bevrijding uit de hand van alle die ons haten, om te denken aan zijn heilig verbond.
en dat hij gezworen heeft om ons te geven dat wij verlost uit de hand van onze vijanden hem zouden dienen zonder vrees. Het oude testament en het nieuwe testament beloven, er komt een tijd dat het volk Israël God kan loven en dienen onbevreesd, zonder bang te hoeven zijn voor raketten en drones en vijandigheid. En dat de smaad, daar komt het weer terug, die smaad die we hebben, wordt weggenomen. En Israël zal in ere worden hersteld.
[00:35:05] Speaker A: Ja, anno 26, moeilijk voor te stellen dat iets echt op die dag gaat gebeuren, maar het staat er echt.
[00:35:10] Speaker B: Hoe dat logistiek moet, weet ik niet, dat is aan hem, maar het zal gebeuren.
[00:35:14] Speaker A: Zou jij met ons willen bidden, Kees?
[00:35:19] Speaker B: Getrouwe God en Vader in de hemel, u die de God van Israël bent, u die de Vader bent van onze Heer Jezus Christus, wij eren u, wij danken u om wie u bent.
Wij danken u om uw eeuwige trouw, uw trouw aan Israël, uw trouw aan ons.
Heren, we hebben pittige teksten gelezen over uw oordeelsaankondigingen. Wij bidden u, heren, dat we die serieus lezen, dat we die als christenen wereldwijd serieus overdenken.
en daar in onze positie en onze houding zullen aanpassen, heer, aan wat u van ons vraagt.
Wilt u uw volk Israël beschermen? Wilt u uw volk een wijsheid geven, de leiding van uw volk? Behoed ook Israël voor de zonde, voor foute keuzes.
Bescherm uw volk, heren.
Zegen ook ons als kerk en als gemeente en als christenen. Vervul ons met uw heilige geest, zodat wij in deze moeilijke tijden op kunnen komen voor uw volk, de waarheid mogen spreken, zoals de Bijbel dat zegt.
Heren, ga met ons mee, wees ons genadig, vergeef ons al onze zonden en geef dat wij voor u vruchtbaar mogen leven. In de naam van Jezus. Amen.
[00:36:36] Speaker A: Kees, dankjewel voor jouw komst naar de studio.
Meneer Thijs, bedankt voor het kijken naar deze uitzending van Christen voor Israël. U kunt op de hoogte blijven over de actualiteit. Ga daarvoor naar onze website cvi.nl slash actueel. Daar vindt u allerlei interessante artikelen en ook deze uitzendingen en onze podcast. Nogmaals heel veel dank voor het kijken en graag tot de volgende keer.