Wil je God beter leren kennen? Dan kan je niet om Israël heen.

June 06, 2026 00:34:38
Wil je God beter leren kennen? Dan kan je niet om Israël heen.
Christenen voor Israël
Wil je God beter leren kennen? Dan kan je niet om Israël heen.

Jun 06 2026 | 00:34:38

/

Show Notes

“Ik heb niet zoveel met Israël”, zeggen christenen soms. Maar het gaat er niet om of jij iets met Israël hebt, het punt is juist dat God wat met Israël heeft, zegt Karel van der Plas in deze Bijbelstudie. God verbindt Zelf Zijn Naam aan Israël. Hij heeft Zijn Naam over hen uitgesproken. Hij heeft daarom ook een plan met Israël. En dat leert je veel meer over God dan je doorhebt. 

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:06] Welkom bij weer een nieuwe studie van Christenen voor Israël. [00:00:09] En vandaag wil ik het hebben over een thema en het thema is de God van Israël. En waarom dat thema, dat God de God van Israël is, dat komt eigenlijk voort uit het feit dat, en dat zal u vast niet onbekend zijn of vreemd zijn, dat je geregeld christenen kan spreken die elke zomer naar de kerk gaan, die echt met God willen leven, die een volgeling zijn van Jezus. [00:00:35] Maar dan zeggen, ja met Israël heb ik eigenlijk niet zo veel. [00:00:38] En in de gesprekken die ik dan met die mensen heb, dan vragen ze weleens aan mij, maar jij hebt wel wat met Israël toch? Jij werkt bij christenen voor Israël. [00:00:48] En dan zeg ik altijd, ja het gaat er niet zozeer om dat ik wat met Israël heb. [00:00:53] Alsof het een soort hobby is, omdat ik het heel erg leuk vind. [00:00:57] Maar het gaat erom dat God wat met Israël heeft. [00:01:02] God is de God van Israël. Hij noemt zichzelf de God van Israël. [00:01:07] Eigenlijk de hele Bijbel door noemt God zichzelf de God van Israël. [00:01:12] Met andere woorden, als wij dus God dieper willen leren kennen, dan raken we onvermijdelijk aan Israël. [00:01:20] Want zo openbaart God zich. Zo wil Hij gekend worden. [00:01:25] En daarom zeg ik ook tegen die mensen waarmee ik dan een gesprek heb en ze zeggen van ja met Israël heb ik eigenlijk niet zoveel, dan daag ik ze vaak uit van maar weet je dat God zichzelf de God van Israël noemt? [00:01:36] Dus de God die jij dient en aanbidt en waarmee ik hoop dat je een persoonlijke relatie hebt, die God die noemt zichzelf de God van Israël. [00:01:45] Dus je zou toch meer met Israël moeten hebben dan je misschien denkt. [00:01:49] Want God heeft alles met Israël. [00:01:52] En daar wil ik dus in deze studie met u over nadenken. Dat God de God van Israël is. En dat als we dan God dieper willen leren kennen, wij dus onvermijdelijk aan Israël raken. [00:02:02] En voordat we dat gaan doen, wil ik eerst met u bidden. [00:02:06] Trouwe Vader in de hemel. [00:02:09] God van Abraham, Isaac en Jacob. God van Israël. [00:02:13] Ik vraag zo een zegen voor dit moment. Dit moment van bijbelstudie. [00:02:21] Heer, wilt u de Heilige Geest schenken, dat we vervuld zullen zijn met de Heilige Geest. [00:02:28] Dat ik woorden van u mag doorgeven, heer. Maar ook dat het in de harten mag komen van alle luisteraars. [00:02:34] Dat we verwonderd zullen raken van wie u bent, heer. [00:02:38] We danken wel wie u bent, dat u zich openbaart in uw woord. [00:02:42] En dat we dat woord via Israël gekregen hebben, heer. Dat ook wij in uw woord mogen lezen en mogen ontdekken wie u bent. [00:02:50] Jullie bidden we voor, voor leiding van de Heilige Geest, in de naam van Jezus. Amen. [00:02:55] Ja, God is dus de God van Israël. Ik noemde het net al. [00:03:00] En ik wil eigenlijk drie punten met u langsgaan. Op de eerste plaats, wat betekent het dat God zijn naam aan Israël verbindt? Dus dat hij zichzelf de God van Israël noemt. Zijn naam. [00:03:13] Het tweede punt is dan zijn doel met Israël. Want als God zijn naam verbindt aan dat volk, dan komt ook de vraag waarom eigenlijk? Wat is dan het doel of de bedoeling van dat volk Israël? [00:03:26] En op de derde plaats zijn trouw aan Israël. [00:03:32] We gaan bij het begin beginnen. Zijn naam, de God van Israël. [00:03:36] de God van Israël. Het is in Exodus 3 dat wanneer je daar het verhaal leest van de brandende braamstruik, dat als Mozes daar dan komt en hij moet zijn schoenen uitdoen. U kent het verhaal vast, want de grond waarop hij staat is heilig. [00:03:49] Dan gaat God door die struik heen tot Mozes spreken. [00:03:54] En God zegt dan tegen Mozes, Mozes ik wil dat jij naar mijn volk gaat. Je bent zelf een Israëliet en ik wil dat jij mijn volk uit de slavernij gaat wegleiden. [00:04:03] Naar het land wat ik voor hem gekozen heb. Een land wat ik al aan Abraham en Isaac en Jacob beloofd heb. [00:04:10] En Mozes die zegt, ik zeg maar even mijn eigen woorden van, ja dat is allemaal mooi en aardig, maar wie moet ik eigenlijk zeggen dat mij gestuurd heeft? Wie bent u? [00:04:21] Wie bent u? [00:04:23] En dan zegt God, hij maakt zichzelf dan bekend en dan klinken die woorden, de godsnaam, de Jeweh. [00:04:30] Ik ben die ik ben, ben die ik zijn zal. [00:04:33] Ik ben Yahweh, zegt God. [00:04:35] En direct daarna zegt God, ik ben de God van jouw voorvader. De God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jacob. En zo wil ik voor altijd worden genoemd. [00:04:47] Iedere generatie door. [00:04:49] Exodus 3, vers 15. Elke generatie wil ik zo genoemd worden. [00:04:54] En dat is natuurlijk bijzonder dat God dus ervoor kiest... om zich te verbinden aan mensen. [00:05:01] Dat is in de Griekse filosofie ondenkbaar. [00:05:05] Daar is God of de Godes een hoog verheven en die zitten in de hemel en daar kunnen wij niet komen. Maar de God van de Bijbel is fundamenteel anders. Die verbindt zich aan mensen. Aan Abraham, aan Isaac en aan Jacob. [00:05:17] En het is bij Jacob dat God de naam van Jacob verandert in Israël. [00:05:24] En zo gaat Mozes dan ook naar de Farao toe met de woorden, dit zegt de God van Israël. [00:05:30] Het is de God van Abraham, Isaac en Jacob en daarmee is Hij de God van Israël. [00:05:35] De God van dat volk, want uit Jacob, uit Israël, komen de twaalf zonen van Israël, van Jacob. En dat worden de twaalf stammen, de twaalf stammen van Israël. [00:05:46] En zo is de God van Abraham, Isaac en Jacob de enige God die er is, Schepper van de hele aarde, kiest ervoor om zich te openbaren als de God van Israël. [00:05:56] En zegt, zo wil ik voor eeuwig worden genoemd. Alle generaties. [00:06:02] En zo gaat Mozes dan naar de vader toe en dan zegt hij, oké, dit zegt de God van Israël, laat mijn volk gaan. [00:06:09] En u kent het verhaal, het gaat allemaal niet makkelijk, er komen natuurlijk plagen en allerlei dingen, uiteindelijk komt het zover. [00:06:16] Ze gaan het land uit, ze gaan uit Egypte. [00:06:19] En dan klinkt in de woestijn in Deuteronomium 28 opnieuw het volgende. In Deuteronomium 28 vers 10 staat dat alle volken zullen zien dat over Israël Gods naam is uitgeroepen. [00:06:34] Dat is bijzonder. [00:06:36] Dat alle volken zullen zien dat over Israël Gods naam is uitgeroepen. [00:06:42] De enige God die er is, die kiest ervoor om zijn naam aan hen te verbinden, over hen uit te roepen. [00:06:49] En zich dus de God van Israël te noemen. [00:06:53] En alvast even, vooruitlopend. [00:06:56] En ik heb het in de inleiding ook gezegd, dat als wij dan God dieper willen leren kennen, dan kunnen wij hier niet omheen. [00:07:02] God kiest ervoor om het zo te doen. En hij zegt, zo wil ik altijd worden genoemd. [00:07:07] Dus je kan Israël lastig vinden, je kunt kritisch zijn op Israël, je kunt je schouders ophalen bij Israël, maar je denkt, wat moet ik er eigenlijk mee? [00:07:17] Dat kan, maar de Bijbel blijft staan. En die Bijbel, die zegt dat God de God van Israël is. [00:07:24] Ja, zeg je dan misschien, dat mag dan zo zijn, maar dat staat dan vooral in het Oude Testament. [00:07:31] Het Nieuwe Testament zegt dat niet. [00:07:35] We moeten voorzichtig zijn, en ik denk dat we het überhaupt niet moeten doen, om dat Oude en het Nieuwe Testament tegenover elkaar uit te spelen. [00:07:44] Sowieso de term Oude Testament is eigenlijk al een ongelukkige term, alsof het eerste deel van de Bijbel, waarin God zich zo openbaar oud zou zijn, als iets van vroeger, als iets wat we weg kunnen doen. [00:07:57] Dat moeten we niet tegenover elkaar uitspelen. [00:08:00] Maar oké, als je denkt dat het alleen in het Oude Testament zou staan, dan zou je het wel als een verschil zien. [00:08:07] Heb je het ook bij het verkeerde eind. Lukas 1 vers 67. Wat gebeurt daar? Daar begint Zacharias te profiteren. Zacharias is de vader van Johannes de Doper. [00:08:17] Het staat daar, de lofzang van Zacharias. [00:08:20] Zacharias krijgt de heilige geest, zo staat er in vers 67 van Lukas 1. Hij krijgt de heilige geest, de heilige geest komt op hem en hij begint te profiteren. Hij begint woorden van God te spreken, woorden die de geest op zijn lippen legt. [00:08:33] En wat is het allereerste wat Zacharias zegt? [00:08:37] Gelooft zij de God van Israël. [00:08:39] Dat is het eerste wat hij zegt. [00:08:41] gelooft zij de God van Israël. Want de God die de Heilige Geest aan Zachariërs geeft om te profiteren, is nog steeds de God van Israël. En dat blijft de God van Israël, want God is onveranderlijk. [00:08:53] Daarom lezen we in Matthäus 15, als Jezus de zieken geneest bij het meer van Galilea, en de blinden kunnen weerzien en de kreupelen kunnen lopen, Jezus verricht wonderen, dan raken de omstanders, die zien dat, en die raken zelf verwonderd. [00:09:11] Wat gebeurt hier? Dit is geweldig. En wat staat er dan in vers 31 van Matthäus 15? [00:09:18] Dat al die omstanders die dat dus zien, te beginnen met het verheerlijken van de God van Israël. [00:09:25] Dat gaan zij doen. Zij gaan de God van Israël verheerlijken, want dat is de enige God die er is. [00:09:30] En hij heet nog steeds de God van Israël. Dat is nog steeds zijn naam. Dat is nog steeds hoe hij zich wil laten kennen. Hoe hij zich openbaart. [00:09:39] Paulus doet dat ook. Als Paulus het evangelie brengt en hij vertrekt op een gegeven moment naar de synagoge in Antiochieën, dan lezen we ook in Handelingen 13 als hij dan in de synagoge staat en hij heeft spreektijd, hij mag zijn preek houden, dan begint hij ook te spreken met Joodse mannen, Israelitische mannenbroeders. [00:10:00] De God van dit volk Israël die onze vader Abraham, Isaac en Jacob uitgekozen heeft en zo gaat Paulus verder met zijn preek, En werkt uiteindelijk toen naar Jezus als de koning van Israël. [00:10:12] Begint dus wel met te zeggen de God van dit volk Israël. [00:10:17] De God van Israël dus. [00:10:20] Dus de hele Bijbel door is God de God van Israël. Logisch, want God verandert niet. [00:10:26] Het is niet zo dat vanaf Matthäus 1 we een andere God hebben. [00:10:30] Of dat als de Bijbel klaar is en uit is, als je bij de laatste pagina bent, dat dan ook God niet meer de God van Israël is. Dat is ook niet het geval. [00:10:38] God blijft de God van Israël. [00:10:40] Hij heeft zijn naam over hen uitgeroepen. [00:10:43] Maar wat betekent dat dan? [00:10:45] Want dat was eigenlijk natuurlijk punt één. Wat betekent dan dat hij zijn naam over dat volk uitroept? [00:10:51] Nou, ik denk dat dat verschillende dingen betekent. [00:10:55] Op de eerste plaats heeft het alles te maken met eigendom. [00:11:01] Wat bedoel ik daarmee? Nou, dat als iemand zijn naam ergens over uitroept, dat zie je in de Bijbel geregeld terugkomen, als iemand zijn naam over iets uitroept, dan is datgene waar die naam over is uitgeroepen, eigendom van diegene. [00:11:15] Bijvoorbeeld vinden we in 2 Samuel 12. [00:11:18] In 2 Samuel 12, dan lezen we dat de legeraanvoerder van David een stad in wil gaan nemen. [00:11:25] Maar hij denkt, wacht even, als ik nu met het hele leger als legeraanvoerder die stad gaat innemen, dan wordt mijn naam over die stad uitgeroepen. Maar dat moet niet. [00:11:35] Davids naam moet over de stad worden uitgeroepen. Dus koning David wordt opgetrommeld, koning David gaat mee, die gaat voorop, ze winnen de strijd, ze nemen de stad in en zo wordt de naam van David over die stad uitgeroepen. [00:11:47] Zo wordt die stad dus een stad die eigendom is van David, van het koningshuis van David. [00:11:54] En dat zien we bij Israël ook. [00:11:56] God zegt in Deuteronomium 7, vers 6. [00:12:00] Wauw. [00:12:17] Israël is dus een heilig volk. En sommige mensen die beginnen al te sputteren heilig, heilig. Ja. [00:12:23] Het wil niet zeggen dat ze alles goed doen. [00:12:27] Heilig betekent apart gezet. Heilig betekent apart gezet met een roeping, met een bedoeling. [00:12:34] Apart gezet omdat zij het enige volk zijn ter wereld waar God zijn naam over uitroept. [00:12:41] Daarom zegt God dat jullie, Israël, mijn persoonlijk eigendom zijn. [00:12:45] Want dat betekent het dus. Als iemand zijn naam over iets uitroept, dan wordt dat zijn eigendom. [00:12:51] Israel is Gods eigendom, zijn oogappel. [00:12:56] Maar je hebt nog meer betekenissen. [00:12:59] Dat is een betekenis, wat het inhoudt, dat God zijn naam over Israel uitroept. [00:13:05] Een andere betekenis ligt ook in het feit van zegen en van bescherming. [00:13:10] Ik vind het mooi om te lezen in nummerie 6, vanaf vers 27. [00:13:16] Dan, daar staat het stuk van de auritische zegen. U kent het vast wel. Aan het eind van de kerkdienst, dan ontvang je die zegen. De heer de zegen u en hij behoerde u. [00:13:27] U kent de woorden vast wel. [00:13:29] Het mooie is, is dat dat natuurlijk een zegen is, specifiek bedoeld voor Israël. [00:13:35] En dat aan het eind van die zegen, God zegt tegen de priesters, zo moeten zij mijn naam op de Israëlieten leggen en ik zal hen zegenen. [00:13:46] Dus wanneer die priesters het volk zegenen, het hele volk Israël zegenen, dan is dat een uiting van dat God zijn naam over hen heeft uitgeroepen. Want zo, wanneer die zegen wordt uitgesproken, moeten zij mijn naam op de Israëlieten leggen. [00:14:02] En ik zal hen zegenen. [00:14:05] Omdat mijn naam over hen uitgeroepen is, omdat ze mijn eigendom zijn, geef ik ook hun bescherming. Ik geef ze mijn zegen. [00:14:13] Wat betekent dat ook? [00:14:17] God zegt eigenlijk daarmee ook dat Israël zijn oogappel is. Zijn persoonlijke eigendommen en daarmee zijn oogappel. Maar ook zijn oogappel in die zin dat hij het beschermt en zegt. [00:14:31] En weet u wat het ook betekent dat God zijn naam over Israël uitroept? [00:14:37] Dat zitten we in het stuk... Hoe leg je dat goed uit? [00:14:41] Je kan het vergelijken met een... Met een vader en zijn zoon. Dat zie je vooral in de Bijbel ook sterk terug. [00:14:49] Een zoon die droeg de familienaam. Ik heb zelf ook twee zoons. Die dragen ook de naam Van der Plas. [00:14:55] En zeker in Bijbelse tijd had die zoon, en zeker de oudste zoon, daarmee wel een bepaalde verantwoording. [00:15:02] Hij kon die naam eer aandoen. [00:15:05] En goed wandelen, om het zo maar te zeggen. En dan werd de, in mijn geval de Van der Plas naam, dat stond dan goed bekend. [00:15:13] Maar het kan ook de andere kant op slaan. [00:15:16] Een zoon kon ook de familienaam verkwisten. [00:15:20] En het ontheiligen. [00:15:23] En dat betekent het ook, dat God zijn naam op Israël legt. Zijn naam aan Israël verbindt. Zichzelf de God van Israël noemt. Dat betekent ook dat Israël, die dus zijn persoonlijk eigendom is, hetgeen wat hij bescherming geeft en zegen geeft, dat Israël ook een loeping heeft. [00:15:42] Hun naam is over hen uitgeroepen, zoals een vader bij een zoon, omdat Israël als zoon van God een roeping heeft in de wereld. Zij zijn in die zin representatief voor God. [00:15:54] En daar raken we eigenlijk aan punt 2. [00:15:57] Dat als God zijn naam op Israël legt, en dat dus ook betekent dat God daarmee zegt, daarmee hebben zij een roeping, want ik verbind mij aan hen, Dan komen we bij dat punt twee, namelijk wat is dan dat doel met Israël, de bedoeling met Israël? Waarom roept God zijn naam over hen uit? [00:16:18] Nou, hierom, omdat God dus door Israël heen alle volken wil zegenen. [00:16:25] Weet u, in Genesis 12 hebben we de roeping van Abraham. [00:16:30] Als God tegen Abraham spreekt, hè, ga er uit uw land, uit uw familiekring, uit het huis van uw vader naar een land dat ik u wijzen zal. [00:16:38] Dan belooft God hem dingen, he. Dat is nageslacht. En dat hij gezegend zal worden. Hij krijgt ook dat land Kanaan in eeuwigdurend bezit. [00:16:46] Maar in vers 3, van Genesis 12, en daar wil ik even op inzoomen, zegt God dus ook, Abram, in jou, en in jouw nageslacht, zal ik alle volken zegenen. [00:16:59] En die is even belangrijk. [00:17:01] Die is even belangrijk. [00:17:02] Israël, of ik moet het beter zeggen, Abram, de stamvader, de voorvader van Israël, wordt niet zomaar geroepen. Het is niet zo dat God denkt als schepper van iedereen en van alle volken. [00:17:12] Nou weet je, eigenlijk interesseert de wereld mij niet zo. Ik roep één persoon en daarmee ga ik verder. [00:17:18] Nee. [00:17:19] God heeft de hele wereld op het oog. God wil de hele wereld bereiken en wil de hele wereld zegenen. En daarom kiest hij Abram, vervolgens Izaak en vervolgens Jacob. En zegt hij tegen hen, door jullie en door jullie nageslacht heen ga ik alle volken zegenen. [00:17:38] Dat is dus Gods doel of Gods bedoeling met Israël. Ze zijn een licht voor de volken. [00:17:46] En dat betekent dan ook weer dat stuk van heilig. [00:17:49] Ze zijn heilig, dus apart gezet van alle andere volken om Gods persoonlijk eigendom te zijn. [00:17:54] God legt zijn naam op hen. [00:17:57] En daar blijft het niet bij. [00:17:59] Het gaat, het betekent, de bedoeling daarvan dus is dat God door Israël heen bij alle volken komt. [00:18:07] Dat is de roeping van Israël. En ligt voor de volken. [00:18:11] Jezaja 43 zegt dat ook mooi. [00:18:15] In Zaja 43 lezen we ook in vers 7, Ieder die naar mijn naam genoemd is, die ik tot mijn eer geschapen heb, die heb ik geformeerd, die heb ik gemaakt. [00:18:25] En vanaf vers 10 zegt God dus tegen Israël, die naar zijn naam genoemd zijn, U bent mijn getuige, spreekt de Heren, en mijn dienaar, die ik verkozen heb, omdat u het weet en mij gelooft en begrijpt dat ik dezelfde ben. Voor mij is er geen God geformeerd en na mij zal er geen zijn. [00:18:44] Vers 11 van Jezaaier 43. [00:18:47] Ik, ik ben de Heere, buiten mij is er geen heiland. Ik heb verkondigd, ik heb verlost, ik heb doen horen. [00:18:54] En er was geen vreemde God onder u. [00:18:56] U bent mijn getuige. [00:18:59] Komt-ie. U bent mijn getuige, spreekt de Heere, dat ik God ben. [00:19:04] Ja. [00:19:05] Dat is de roeping van Israël. Dat is de reden dat God zijn naam op hen legt. Hij gaat hen zegenen en hij gaat ze beschermen. Het is zijn persoonlijk eigendom. God openbaart zich als de God van Israël. Maar dat doet hij om daardoorheen, door Israël heen, alle volken te bereiken. [00:19:21] Dat is de roeping van Israël. [00:19:25] Dus we zijn niet zomaar gekozen om een beetje Gods lieveling te zijn. [00:19:29] Dat zeggen mensen, wat ik net zei, als ik met mensen in een gesprek heb en die zeggen dan, ja, jij hebt zoveel met Israël. [00:19:36] Oftewel, hunzelf hebben daar niet zo heel veel mee. [00:19:39] Dan is het misverstand ook vaak, ja, alsof Israël een beetje zo'n lievelingetje is van God en wij, ja. [00:19:46] Maar ik draai het altijd om. [00:19:49] Het is niet zo dat Israël Gods lieveling is omdat God een lieveling wil en omdat de rest van de wereld Hem niet interesseert. [00:19:56] Nee, God is de schepper van alles en van iedereen en van ieder volk en van ieder mens. [00:20:02] En juist daarom, omdat Hij de hele wereld op het oog heeft, Roept hij een volk, formeert hij een volk en gaat hij door dat volk heen de wereld bereiken en de wereld zegenen? [00:20:13] Had God het ook anders kunnen doen? Had God ook op een andere manier de wereld kunnen bereiken? [00:20:20] Vast? Ik weet het niet. Het zal vast kunnen. God kan alles. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. [00:20:26] God kiest ervoor om het zo te doen. En ons wordt niet gevraagd, nou wat vinden jullie ervan dat ik een volk ga maken en dat ik mijn naam aan hen verbind en dat ik mezelf de God van Israël noem. Er wordt ons niet gevraagd wat wij daarvan vinden. [00:20:38] Het is zo. God verkiest. [00:20:41] En daarom kiest Hij Israël. [00:20:43] Of maakt hij Israël? Hij kiest Abraham. Isaac, ja, ik ben gemaakt uit hen een volk. [00:20:48] Vers 21 van Isaiah 43 zegt ook dan ook... Dit volk heb ik mij geformeerd, zij zullen mijn lof vertellen. [00:20:56] Dat is de roeping van Israël. [00:20:59] En weet u, ik vind dat altijd zo mooi ook als je... Als je dan ziet dat Jezus, die natuurlijk het licht van de wereld is... [00:21:08] niet een vervanger is van Israël. Het is niet zo dat de weg van Israël als licht voor de volken mislukte. In de zin van, ja het ging eigenlijk niet zoals God bedoeld had, dus God bedacht een plan bij en toen kwam Jezus en dus kun je Israël vergeten. Nee. [00:21:24] Je moet Israël en Jezus niet los van elkaar zien. Jezus en Israël die horen bij elkaar en vallen heel vaak samen. [00:21:31] Jezus is de Koning van Israël, de Messias van Israël. Hij gaat zijn volk voren in een eeuwenoude roeping om een licht te zijn voor de wereld. Daarom wordt hij geboren als de Koning der Joden. Daarom stelft hij aan een kruis als de Koning der Joden. Hij draagt dat volk en het volk draagt hem. [00:21:48] Ook als het volk hem misschien niet herkent of herkent als hun koning. [00:21:55] of als een Messias. [00:21:57] Dat kan, maar dat neemt niets weg van het feit dat in diepere zin Jezus en Israël één zijn. Hij gaat zijn volk voor in hun eeuwenoude roeping. Daarom heeft Jezus twaalf discipelen, representatief voor de twaalf stammen van Israël. En daarom zegt hij tegen die twaalf, jullie zijn het licht van de wereld, Matthäus 5. Daarom zegt hij tegen die twaalf gaat het de wereld in en maakt alle volken tot mijn discipelen. Dat is jullie roeping. Dat is de eeuwenoude roeping van Israël. [00:22:24] En Jezus gaat daarin voorop. Als hun koning. [00:22:28] En zo bereikt dat licht ook ons. Vanuit Israël worden ook wij gezegend. Vanuit de Messias van Israël worden ook wij gezegend. Want dat is de bedoeling van godsroeping van Israël. Daarom legt hij zijn naam op hen. Daarom verbindt hij zich aan hen. Daarom noemt hij zichzelf de God van Israël. Omdat God door middel van Israël de wereld bereikt. [00:22:50] Ik noemde het net dan hè. Als dat volk Israël dan... Jezus zelf misschien niet herkent, doet dat dan iets af aan de trouw van God? [00:23:03] Moeten we dan zeggen dat als Israël, tuurlijk ze hebben dan die roeping, maar als Israël dan de Messias en Jezus dus niet herkent, niet ziet, is het dan eigenlijk niet klaar met Israël? [00:23:15] Ze hadden dan die roeping, maar dat is dan toch verleden tijd? Nee. [00:23:19] God blijft de God van Israël en Israël blijft Israël. Israël blijft het uitverkoren volk van God. Dat is wat Paulus zegt. [00:23:27] Romeinen 11 vers 1. Heeft God dan zijn volk verstoten? [00:23:31] Volstrekt niet. [00:23:33] Romeinen 9, hetzelfde. In Romeinen 9 worstelt Paulus ermee dat een groot deel van zijn eigen volksgenoot het niet ziet. [00:23:40] Maar hij zegt daarin, zij zijn immers Israëten en zij blijven Israël. Voor hen geldt de belofte en de verbonden, voor hen blijft dat allemaal staan, want zij zijn Israël. En God is de God van Israël. [00:23:52] En dan raken we aan punt drie. [00:23:55] Zijn trouw aan Israël. [00:23:58] Want als God dus besluit om een volk te maken en daardoor heen de wereld te bereiken, dan houdt God vast aan het volk, ook als dat volk onderweg struikelt of soms flink faalt. [00:24:11] En soms, de Bijbel is er hartstikke eerlijk over, het gebeurt vaak zat. [00:24:16] Laten we eerlijk zijn. [00:24:17] Wat het mooie daarvan is, is dat God blijft zeggen, ik blijf trouw. Misschien mogen jullie Israël mijn verbond wel verbroken hebben, maar ik blijf trouw. Ik ga zelfs een nieuw verbond met jullie Israël maken, omdat ik trouw blijf. Ik blijf de God van Israël. [00:24:35] Het is ook... [00:24:38] Je leest ook in Daniel 9. In Daniel 9 staat de volgende tekst. [00:24:43] Even een stukje context. [00:24:44] Daniel is een van de ballingen. [00:24:46] Iemand dus van het Joodse volk die in Babylonische ballingschap is gegaan. [00:24:51] En waarom ging Israël in ballingschap? [00:24:54] Omdat zij dus niet liepen, niet wandelden in hun roeping. [00:24:59] Als uitverkoren volk van God en een licht te zijn voor de wereld. Israël ging vaak, zat andere goden achterna. Luisterde niet naar God. Keerde God de rug toe. [00:25:08] En God zoet profeten en zegt, Isra, keer naar mij terug. Jullie hebben een hoge roeping. Ik heb jullie uitgekozen. Keer naar mij terug. Ik ben jullie man. Ik ben jullie vader. Ik heb jullie getrouwd. [00:25:19] Isra luistert niet. En dan komen de consequenties. De Babyloniërs vallen binnen en nemen het Joodse volk mee als ballingen naar Babylonië. [00:25:31] En daar begint die Babylonische ballingschap. En daar komen we dus Daniel tegen. [00:25:37] En Daniel die gaat dan op zijn knieën en die bidt vergeving. [00:25:42] En het mooie wat Daniel dan zegt, lezen we in Daniel 9 vers 19. [00:25:47] Daniel 9 vers 19 staat dit. Heren luister heren, heren vergeef, heren sla eracht op en doe het, wacht niet langer. Komt-ie. [00:25:57] Omwille van uzelf mijn God, want over uw stad en over uw wolk is immers uw naam uitgeroepen. [00:26:05] Ik vind dat zo mooi en treffend, omdat Daniel niet bidt en zegt nou God u moet nou eens luisteren, want wij Israel doen het allemaal zo goed. [00:26:13] Wij doen alles perfect. Nee, Daniel weet dat het volk faalt en weet dat ze tekort schieten in hun roeping. [00:26:20] Sterker nog, Daniel weet dat ze eigenlijk de naam van God op sommige plekken zelfs ontheiligd hebben. [00:26:27] En daarom gaat hij op zijn knieën en zegt die Heer wacht niet langer vergeef ons, maar doe het niet om ons. [00:26:32] Maar omwille van u zelf. Want uw naam is over het volk en over deze stad, Jeruzalem, uitgeroepen. U heeft uw naam eraan verbonden. U kan het niet loslaten, Heer. U heeft trouw beloofd. [00:26:44] Ja, precies. [00:26:46] God heeft zijn naam aan het volk verbonden. [00:26:49] En zo gebeurde het ook. Het volk mag terugkeren. Ze worden hersteld. Ze gaan terug naar het land. [00:26:55] God blijft trouw. [00:26:57] Ook als de weg van Israël niet goed loopt. [00:27:02] En dat is tot op de dag van vandaag zo. [00:27:05] God blijft de God van Israël. Dus je kan vinden van Israël wat je ervan vindt, maar dat blijft staan. Je kan Israël lastig vinden en je mag het lastig vinden. [00:27:16] Maar als God zegt, ik ben de God van Israël, dan hoop ik dat je een beetje begint te begrijpen, dat is als we God dieper willen leren kennen. [00:27:23] dat we daar niet omheen kunnen. [00:27:25] Hij zelf kieste voor de omzicht door middel van Israël en de Messias van Israël, hun koning, zich aan de wereld te laten zien. [00:27:33] Dat staat vast. [00:27:36] Ik heb daar als laatste nog een mooi tekst bij. [00:27:42] Die trouw van God aan Israël, omdat hij zijn naam aan Israël heeft verbonden, zien we vandaag de dag letterlijk voor onze ogen gebeuren. Die trouw krijgt letterlijk handen en voeten. [00:27:54] Want ook na de Babylonische ballingschap is Israël opnieuw verstrooid geraakt. Opnieuw in ballingschap gegaan, maar dan over de hele wereld. Over de hele wereld zijn zij verstrooid geraakt. [00:28:05] Maar telkens klinken dan weer die profetische beloftes. Dat God zegt, ik ga ze terughalen. De Bijbel staat er vol mee. Het is de meest herhaalde beloftes. God zegt, ik blijf trouw en ik haal ze terug. Ik ga ze vergeven, ik ga ze reinigen. En ik ga ze allemaal terugbrengen naar dat land waar ik aan Abraham, Isaac en Jacob heb beloond. Want ik heb mijn naam over hen uitgeroepen. [00:28:24] Wezen we mee in Zegiel 36, vanaf vers 22. [00:28:30] Zeg daarom tegen het huis van Israël, zo zegt de Heere Heere, ik doe het niet om uw huis van Israël, maar om mijn heilige naam, die u ontheiligd hebt onder de heidevolken waarheen u heen gegaan bent. De Bijbel is een eerlijk boek en God is hier ook eerlijk. [00:28:49] U hebt mijn naam ontheiligd onder de heidevolken. [00:28:52] Maar ik, zegt God vers 23, ik zal mijn grote naam heiligen, die onder de heidevolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. [00:29:02] En dan zullen de heidevolken weten dat ik de Heer ben, spreek de Heere Heere, als ik in u voor hun ogen geheiligd word. Wat gaat God dan doen? Zegt God zelf, ik zal u uit de heidevolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. [00:29:20] Dan zal ik u naar uw land brengen. [00:29:24] Wat een prachtige belofte. [00:29:26] Het is zo eerlijk. [00:29:28] Dat God zegt, het is niet altijd goed gegaan. Ik heb mijn naam aan jullie verbonden. [00:29:32] Jullie hebben een roeping. Ik heb een bedoeling daarmee. Ik heb mijn naam over jullie uitgeroepen. [00:29:38] Het gaat niet altijd goed. Sterker nog, jullie hebben mijn heilige naam zelfs ontheiligd. [00:29:43] Maar ik blijf trouw. [00:29:45] Ik blijf de God van Israël. En ik doe het dan niet om jullie. Ik doe het om mijn eigen heilige naam. Ik ben de God van Israël. En ik zal jullie reinigen. En ik zal jullie vergeven. Meer nog, ik ga jullie terug halen naar dat land... ...waar ik aan Abraham en aan Isaac en aan Jacob beloofd heb. [00:30:00] En dat zien we vandaag letterlijk gebeuren. [00:30:03] Letterlijk. [00:30:06] Als we God dieper willen leren kennen... ...dan raken we onvermijdelijk aan Israël. [00:30:13] Weet je wat Jeremiah 32 vers 41 zegt? [00:30:18] In Jeremiah 32 vers 41 is de enige Bijbeltekst waar staat dat God iets met zijn hele hart en met zijn hele ziel doet. [00:30:27] Nou geloof ik dat God meer dingen doet met zijn hele hart en zijn ziel, maar de Bijbel heeft er maar één tekst van. [00:30:33] Dus als je Gods hart wil leren kennen, dan wil je weten wat daar staat in Jeremiah 32 vers 41. [00:30:40] Nou weet je wat daar staat? [00:30:42] Daar staat dat God zijn volk terugbrengt naar het land Israël, dat hij ze daar zal planten. En dat zegt God dan in vers 41, dat doe ik met mijn hele hart en met mijn hele ziel. [00:30:53] God is daar vandaag de dag mee bezig. [00:30:57] Dus de God die wij aanbidden en de God die we dienen, de God die wij kennen, je kan hem nog dieper leren kennen als je oog krijgt voor Israël. [00:31:07] Gods hart willen leren kennen, zien waar Hij mee bezig is, is kijken naar Israël. Want Hij is nu bezig met precies wat Jeremiah 32 zegt. Hij brengt ze terug naar dat land. Hij plant ze in dat land. En dat doet God met zijn hele hart en met zijn hele ziel. Want Hij is en blijft de God van Israël. [00:31:26] En ik denk wel eens, en dan gaan we afsluiten. [00:31:30] Ik denk wel eens, als kerk hè, als kerk Hebben we het misschien zwaar en loopt de boel leeg? [00:31:41] En daarom zeggen ook veel kerken, laten we maar niet spreken over Israël. Dat geeft veel verdeeldheid en dan lopen mensen weg en we hebben het al zo moeilijk. [00:31:51] Maar ik zou het willen omdraaien. [00:31:54] Hebben we er wel eens over nagedacht wat er gebeurt als we niet over Israël spreken? [00:31:59] En begrijp me goed, niet omdat het per se over Israël an sich op zichzelf gaat, maar over de God van Israël. Want wanneer we Israël verzwijgen, verzwijgen we het grootste deel van wie God is. En als we dat beginnen te doen, dan kunnen we allemaal hippe liedjes maken, of korte preetjes, of allerlei manieren om aansluiting te vinden bij de wereld, maar op een gegeven moment droogt het op. [00:32:21] Want God zit niet meer langer op die troon. Althans niet de God van de Bijbel, niet de God van Israël. [00:32:28] We moeten God blijven napraten, zijn woord blijven openen en blijven zeggen dwars tegen de tijd in. Ook al is het moeilijk en weet ik ook niet alles. En zie ik ook dingen die ik niet begrijp, maar die Bijbel blijft staan en die vertelt mij dat God onveranderlijk is. [00:32:43] En dat hij de God van Israël is en dat hij voor altijd trouw blijft aan dat volk, want hij heeft zijn naam over hen uitgeroepen tot in eeuwigheid. [00:32:53] Amen. [00:32:54] Laten we danken. [00:32:58] Trouwe Vader in de hemel, God van Israël. [00:33:04] Heer, soms schieten woorden te kort en weten we soms even niet wat we moeten zeggen, heer. [00:33:13] Heer, maar als we uw woord openen, en ook al begrijpen we het misschien niet altijd, dan kunnen we gewoon naspreken wat het woord van u zegt. [00:33:21] En het woord van God zegt dat u de God van Israël bent. [00:33:26] Dat is wat we in de Bijbel vinden, heer. U bent vanaf Genesis 1 tot en met openbaringen 22 de God van Israël. En u bent het vandaag de dag nog steeds. [00:33:35] Heer, dank u wel daarvoor. [00:33:37] En dank u wel, heer, dat we mogen zien vandaag de dag dat u trouw bent en blijft aan dat volk. En dat we dan mogen weten dat dus u trouw bent aan Israël ook ons niet loslaat. [00:33:48] Wij die in de duisternis leefden, zonder God, zonder hoop, zegt Paulus. [00:33:52] Dat wij ook mogen komen tot het licht van de God en van de Messias van Israël. [00:33:56] Dat u ons ook vasthoudt. Heer, wat is dan mooi om te zien dat u Israël niet loslaat. [00:34:01] Dan weten we dat u de wereld niet loslaat. Omdat u trouw blijft aan Israël, zo blijft u ook trouw aan deze wereld. Want door Israël heen, Heer, zegent u de wereld. [00:34:11] Heer, ik bid. [00:34:13] Met vervulling van de Heilige Geest dat we dat steeds meer mogen zien en mogen ervaren en ook mogen uitdelen. [00:34:21] Dat u de God van Israël bent. [00:34:23] En dat blijft u heer. Aan u zijn alle lof, alle eer en alle dank toe. Tot in alle eeuwigheid. [00:34:29] Amen.

Other Episodes

Episode

February 24, 2025 00:32:54
Episode Cover

Podcast 24 februari • Gebedsverhoring: heeft het zin om te bidden voor de vrijlating van de gegijzelden?

In de Bijbel wordt gesproken over bevrijding en verlossing van gevangenen. Dat lijkt haaks te staan op het weerbarstige nieuws wat we nu zien...

Listen

Episode 10

December 09, 2025 00:03:19
Episode Cover

Adventsoverdenking 9 december • Vrede: belofte en vervulling

In de Adventstijd staat verwachten centraal. We verwachten de komst van de Messias, de Koning van Israël. Jezus Christus kwam naar de wereld om...

Listen

Episode 1

November 30, 2025 00:03:44
Episode Cover

Adventsoverdenking 30 november • Jezus: de vervulling van profetieën

In de Adventstijd staat verwachten centraal. We verwachten de komst van de Messias, de Koning van Israël. Jezus Christus kwam naar de wereld om...

Listen