Episode Transcript
[00:00:03] Speaker A: De winter valt erg zwaar in Oekraïne. Afgelopen weken daalde de temperatuur regelmatig naar 25 graden onder nul.
Door de bombardementen op energievoorzieningen zitten veel Oekraïners in extreme kou.
Christen voor Israël heeft daarom een noodactie opgezet om de mensen daar te helpen.
kunnen wij echt verschil maken?
En waarom steunt Christen voor Israël eigenlijk Joden in Oekraïne? We bespreken het met directeur van Christen voor Israël, Frank van der Hoort, die op dit moment in Oekraïne is, en met honorair konsul Roger van der Hoort hier bij ons in de studio. Roger, van harte welkom.
We hebben vorige week als Christen voor Israël een noodactie gelanceerd voor ons werk in de Oekraïne. Welke noodsignalen bereikten ons dat dit echt nodig was?
[00:00:49] Speaker B: Onze vertegenwoordiger in Oekraïne, dat is Koen Carlier, die woont daar met zijn vrouw Ira en zijn drie kinderen, waarvan er twee nu in Brugge studeren.
Hij weet wat er op de grond gebeurt met zijn team. We hebben een stuk of 15 medewerkers.
Hij ziet wat er gebeurt, hij hoort de noodsignalen van de mensen.
Wij hebben natuurlijk heel erg veel voorbereid, ook al vorig jaar.
Heel veel voedselpakketten voorbereid. We ondersteunen een stuk of 30, 40 gaarkeukens in Oekraïne met maandelijkse bijdrages.
Ja, en dat was niet genoeg. Dus ja, vandaar hebben we gezegd, in overleg natuurlijk met ons team daar, wat.
[00:01:35] Speaker A: Kunnen we nu extra doen?
[00:01:37] Speaker B: En daar zijn we mee begonnen. En ik denk ja, met grote dankbaarheid.
[00:01:43] Speaker A: Frank van der Hoort, directeur van Christen voor Israël, die is op dit moment in Oekraïne om te helpen en om te bemoedigen. Ik sprak hem eerder vandaag.
Frank van der Hoort, van harte welkom in de uitzending. Jij bent nu in Oekraïne. Wat ben je op dit moment aan het doen?
[00:02:04] Speaker C: Ik ben samen met de penningmeester van het bestuur naar Oekraïne gegaan om het team te ontmoeten en te bemoedigen in deze hele benarde en bizarre tijd.
Want in Oekraïne is het echt ijzig koud.
En doordat elektriciteitscentrales zijn gebombardeerd is er heel weinig mogelijkheid voor mensen om warm te worden.
Er is overdag hooguit twee keer per uur stroom.
Dus voor de rest worden de huizen koud en de mensen zitten echt midden in de kou. Dus het is heel goed om hier te zijn. Ze voelen zich erg gesteund doordat ik vertel dat er zoveel christenen voor Israël voor hen bidden en achter hen staan.
[00:02:44] Speaker A: Ja, en ik zie achter jou allemaal bedrijvigheid. Wat is daar aan de hand?
[00:02:49] Speaker C: Ja, we zijn druk bezig met het inpakken van voedselpakketten. Er worden wekelijks duizend voedselpakketten ingepakt en dan dus gebracht naar de Joodse gemeenschappen om de mensen die echt vergaan van de kou op te vangen. En dat is ook echt hard nodig.
Het deed me denken toen ik hier kwam aan de verhalen die ik van mijn moeder heb gehoord van de hongerwinter. De oorlog duurt al zo lang en nu hebben ze nog een jaar van extreme kou en dat was precies zo in de hongerwinter. Dat laatste jaar was er extreme kou in Nederland en nu is het hier rond de min 15 graden en vorige week was het min 25 graden en de mensen zitten echt in de nood.
Dus op plekken waar mogelijk zijn diesel aggregaten zodat er verwarming is. Dus de mensen komen bijvoorbeeld naar de Joodse school toe om warm te worden.
Maar ze weten dat ze aan het eind van de dag weer naar huis moeten en de kou weer in moeten. Dus het is echt enorm afzien.
[00:03:53] Speaker A: Nu hebben we als Christen voor Israël een noodactie opgezet vorige week om de mensen in Oekraïne te helpen. Je schetst al de impact van de oorlog, de impact van de extreme kou.
Kun je dat nog schetsen? Wat betekent dat voor de mensen? Welke verhalen hoor jij van de Joodse gemeenschappen in Oekraïne?
[00:04:12] Speaker C: Ik was gisteren bij Rabbi Sha'u in Finitsa. Dat is hier de plaats waar ook ons centrum van Christen de Foristo is.
En hij vertelde ook inderdaad van een mevrouw die huilend de school binnenkwam.
Ze was volkomen verkleund en koud en ze kwam een voedselpakket halen maar ze vroeg of ze alsjeblieft langer kon blijven omdat het zo extreem koud was.
En zij niet alleen, maar dus ook haar kinderen.
En gelukkig kunnen de kinderen dus naar school, omdat in de school daar wat meer warmte is. Omdat daar dus een dieselaggregaat is. Maar vooral voor de mensen thuis is het nauwelijks te doen.
En ja, dan zie je dus dat mannen, vrouwen en kinderen en speciaal dan ook die oude mensen, die moeilijk uit huis uit kunnen komen. Want ja, overal waar je loopt is het ook nog eens glad en ijzig. Dus je kan ook niet eens even lekker gaan bewegen om warm te worden.
Dus het is echt, ja.
bizar haast om mee te maken. En dan besef je pas hoe goed je het in Nederland hebt met gewoon een warme douche en een warm huis.
Ja, dat is hier niet meer normaal.
Dus de mensen die hier nu aan het inpakken zijn, die zijn ook echt gekomen uit hun koude huizen om hier flink te werken en warm te worden.
En het team wat dus inpakt, krijgt ook een lekkere lunch en kan dan straks ook weer opgewekt naar huis gaan.
[00:05:40] Speaker A: Christen voor Israel heeft dus besloten om extra voedselhulp te geven aan de Joodse gemeenschappen in Oekraïne. Voedselpakketten die achter jou worden ingepakt, ook de maaltijden die via de verschillende gaarkeukens van de Joodse gemeenschappen worden verspreid in heel Oekraïne.
Welke impact heeft dat? Hoe belangrijk is dat op dit moment?
[00:06:00] Speaker C: Je kan het je niet voorstellen hoe dankbaar de mensen ermee zijn. Het is een stukje aandacht, maar het is ook een garantie dat ze dus verder kunnen leven, want het is alleen maar afzien.
En je merkt gewoon dat dit het grootste belang is wat er kan zijn.
Daarnaast helpt Christen de Frisco op verschillende plaatsen ook om die goed voedsel, die gaarkeukens met aggregaten te voorzien, zodat het er ook warm blijft. En dus is er ook een plek waar de mensen naartoe kunnen gaan.
En ik denk echt dat we in Nederland niet half beseffen hoe ernstig de situatie hier is en hoe hard we ook moeten bidden dat de oorlog op zal houden, want je merkt ook een soort moedeloosheid bij de mensen ontstaan. Dus ook het feit dat wij nu hier zijn, helpt hen enorm. om te ervaren dat er mensen zijn die voor hen bidden en naast hen staan.
[00:07:02] Speaker A: Ja, want die oorlog die is nu ongeveer vier jaar al aan de gang in Oekraïne. De medewerkers van Christen voor Israël, want Christen voor Israël heeft een team in Oekraïne van ongeveer 25 mensen die helpen met alle noodhulp. Waar lopen zij op dit moment het meeste tegenaan?
[00:07:20] Speaker C: Nou vooral toch wel de kou. Iedereen die ik spreek zegt van ja we verlangen ernaar dat het voorjaar wordt. Nou is dat pas in Oekraïne in april. Dus dat is nog twee maanden te gaan. Dus ze tellen de dagen af in de hoop dat het weer wat warmer wordt en dat ze elkaar warmte en kou. De kou is echt het punt en daardoor dus ook het zorgen voor jezelf.
Het is echt overleven wat de mensen hier doen. En daarmee krijg je die moedeloosheid omdat er nog steeds geen zicht is hoe die oorlog nou moet aflopen. Wat me ook erg getroffen heeft is dat je in iedere plaats waar je komt zie je meteen begraafplaatsen, nieuwe begraafplaatsen herkenbaar aan de Oekraïnse vlaggen die op elk graf staan door de vele vele slachtoffers die er zijn gevallen.
En we reden vanmorgen hier naar de inpakplaats toe en exact om negen uur stopten alle auto's en alle mensen stonden stil om twee minuten stil te staan bij de overledenen. En dat doen ze iedere dag omdat Oekraïne heel erg beseft dat er zoveel slachtoffers zijn vervallen.
En het punt is dat er worden geen cijfers van gedeeld, want er moet vooral trots worden gepraat over dat Ukraïne standhoudt, maar de bevolking ervaart het enorme leed wat er is. Alleen deze week al zijn er in Vinnitsa twintig begrafenissen gepland van soldaten die omgekomen zijn en zo gaat dat. dag aan dag door. Dus het is alleen maar neergaand. Dus om hier te zijn en wat hoop te kunnen bieden. En ja, ook juist voor het team die beseft dat ze met Israël mogen werken.
Israël toch voor hen ook als teken van hoop en teken van godstrouw. Dat is denk ik heel belangrijk en fijn om dat te mogen doen hier.
[00:09:21] Speaker A: Ja, laatste vraag Frank. Wat kunnen de mensen thuis doen?
[00:09:26] Speaker C: Ja, in de eerste plaats herdenk de Oekraïne en de Oekraïntse joden in je gebeden.
Houd vast aan dat gebed en herinner God aan zijn trouw dat er een uitkomst mag zijn. En ten tweede is het heel goed als die voedselpakkettenactie, die extra actie die we doen, die moeten de mensen echt voortzetten en ze ondersteunen we.
Ik kan hier zien hoe belangrijk dat is.
[00:09:54] Speaker A: Dus die dingen gaan we in ieder geval, die oproep, die nemen we mee. Frank van der Hoort, heel veel zegen daar en dank voor jouw toelichting.
[00:10:02] Speaker B: Dank je.
[00:10:03] Speaker A: Roger van der Hoort, leg mij eens uit. Wat doet Christen voor Israël nou in Oekraïne? Want je zou zeggen, nou we zijn Christen voor Israël, dus onze hulp die gaat vooral naar Israël. Maar toch helpen we in Oekraïne. Hoe zit dat?
[00:10:19] Speaker B: Dat doen we al heel erg veel jaren. Eigenlijk al heel praktisch al sinds 1996, dat we echt actief daar betrokken zijn. Daarvoor ook al omdat in 1991, 1992 toen de Joden vrij mochten gaan reizen, dat ze Aliyah, dat ze terug mochten keren naar Israël toen het Russische communistische systeem viel.
zijn er honderdduizenden vertrokken en ook in de jaren daarna. Maar er zijn natuurlijk ook achterblijvers, mensen die er nog eens over nadenken. Wil ik naar Israël? Kan ik het?
Wat laat ik allemaal in Oekraïne achter?
En zo zijn we er al heel veel jaren, dertig jaar dit jaar, zijn we er al bij betrokken.
[00:11:01] Speaker A: Maar dat is echt een bewuste keuze geweest om niet alleen hulpverlening in Israël te doen, maar juist ook in een heel ander land, namelijk Oekraïne.
[00:11:08] Speaker B: Ja, we hebben altijd eigenlijk gezegd, ook als Christen door Israël, we zijn er voor het Doodse Volk in Israël, om die te helpen en de gemeenschappen daar te versterken.
Overigens ook voor andere gemeenschappen, maar gewoon voor het land Israël.
Maar in 1996 kwam dat op onze weg, kregen we een aanvraag om te ondersteunen omdat er geld nodig was om joden die graag een israel alia wilden maken, om dat mogelijk te maken uit verschillende plekken in Oekraïne. En toen hebben we onze eerste stappen daarin gezet. Overigens Coen Carlier en ook bij ons Ben van der Putten, David van der Putten, die waren er al veel langer bij betrokken.
[00:11:50] Speaker A: Dat zijn vrijwilligers die toen hielpen om de Joden naar Israël te brengen, die weg wilden.
[00:11:54] Speaker B: Ja, Coen die nu natuurlijk en ook Ben van der Putten bij ons in Nederland.
het hele kantoor etc. leidt, maar die was in die tijd, waren ze vrijwilligers in de Oekraïne om Joden op te halen en naar de vliegvelden te brengen of naar Odessa, waar ze per boot naar Israel konden gaan.
[00:12:13] Speaker A: Dus eigenlijk in 1996 begon het met name, was de focus heel erg op Joden die Aliyah wilde maken, dus dat betekent die die wilde vertrekken van Oekraïne naar Israël. Die focus is ook een beetje verplaatst, want nu doen we ook sinds een heel aantal jaren, geven we ook voedselhulp en andere soorten hulp echt aan de Joodse gemeenschappen in het Antwerp.
[00:12:33] Speaker B: Dat is wat inderdaad, ik denk dat is later op gang gekomen, in het begin focuste helemaal daar op.
En later zagen we ook wat de nood was, ook voor de joden die geen alliea hadden gemaakt, die er nog waren, dat we ook monumentjes gingen zetten, herinneringsmonumentjes bij plekken waar joden in de Tweede Wereldoorlog massaal vermoord werden. Bijna anderhalf miljoen joden vermoord door de kogel in Oekraïne.
en Wit-Rusland. Dus ja, we zagen daar de nood en we wilden ook die mensen versterken, ook als ze zich soms te oud voelden om nog naar Israël te gaan.
Maar ja, er zijn natuurlijk wonderlijke verhalen, ook van toen, van een hele oude dame, die woonde bij Petjora en die was 80 en die heeft op haar 84 Stalia gemaakt. En toen zei ze tegen Koen, je had nog meer op me moeten inpraten om naar Israël te gaan, want ik doe het nu vier jaar te laat. Ik had het vier jaar geleden samen met mijn man moeten doen.
Dus ja, kijk.
Het enige veilige land voor het Joodse volk, dat is Israël.
En daar hebben we ze altijd bij geassisteerd en dat gaat ook natuurlijk gewoon door. Maar we zien ook dat er heel veel nood is.
Veel oudere mensen, oudere Joodse families, gezinnen die daar de dupe van zijn. Dus ja, daar helpen we ook.
[00:13:55] Speaker A: Maar u kunt u dat ook schetsen, want we doen dus heel veel in Oekraïne, u noemde het al net, we plaatsen monumenten bij een massagrave ter herinnering aan wat er in de oorlog is gebeurd.
We geven heel veel voedselhulp, nu deze winter ook nog veel extra en we helpen dus bij de Aliyah, de terugkeer van joden die vanuit Oekraïne naar Israël willen.
Waarom doen we dat?
[00:14:22] Speaker B: In Jezaaie 40, daar staat die tekst en dat is eigenlijk ook een beetje de, eigenlijk bijna de lijfspreuk ook van Christenen voor Israël, daar staat troost, troost mijn volk spreek tot het hart van Jeruzalem, dat haar lijdenstijd volbracht is, dat het meer van de Heer God ontvangen zal.
En we zien dat na 2000 jaar, het Joodse volk, of bijna 2000 jaar sinds de 70, toen de Romeinen Jeruzalem verwoesten en nog een keer in 135 daarna, dat de Joden naar alle landen zijn verstrooid, in de diaspora zijn geproomd.
[00:15:00] Speaker A: Over de hele wereld.
[00:15:01] Speaker B: En we zien ze sinds ik denk 1850 zien ze, brengt God ze weer thuis. En daar mogen wij denk ik ook een een instrument voor zijn.
God kan het ook zonder ons, maar hij doet het met ons.
[00:15:18] Speaker A: We mogen daarbij helpen.
[00:15:18] Speaker B: Ja, we mogen daarbij helpen. En dat is zo'n ontzettend groot voorrecht. Dus vind ik ook, weet je, met zo'n... Zaterdag zei Elisabeth, dat is mijn vrouw, die zei tegen me, zei van, heb jij eigenlijk zelf al voor die voedselpakket gegeven? Ik zeg ja, maar zij kon het toch niet laten om het ook te doen. En ik denk ja, het is zo'n zege dat we tot zegen mogen zijn van het Joodse volk en ook daar.
En dan zie je, ja, onze Frank en Hans en al die mensen die daar zijn, al die vrijwilligers die daar hard bezig zijn.
[00:15:55] Speaker A: Ieder op zijn eigen manier zet zich ervoor in.
[00:15:57] Speaker B: Om wat er gegeven wordt gewoon te brengen en dat zorgen dat het op de goede plekken komt. En we werken daar heel fijn samen, ook met allemaal Joodse organisaties, Geset en ook de plaatselijke rabbijnen die dan, waar wij ook tot de hand en tot een voet mogen zijn.
[00:16:13] Speaker A: Op alle manieren die we kunnen, ja.
[00:16:15] Speaker B: Dat is een zegen.
[00:16:17] Speaker A: Wij hebben het erover dat het werk al heel veel jaren geleden in Oekraïne begon. Dat is ook niet bij geval dat het in Oekraïne was, want daar heb je een hele grote Joods gemeenschap zitten als je het vergelijkt met andere landen. In de voormalige Sovjet-Unie of in Europa zitten er eigenlijk veel meer Joden in Oekraïne.
Hoe komt het eigenlijk dat daar zoveel Joden wonen in dat land?
[00:16:38] Speaker B: Toen nog de Tsar in Rusland en al die gebieden hoorden eigenlijk bij Rusland in die tijd.
En de Tsar en de Russische Rijk van de 17de, 18de, 19de eeuw.
Hadden de Joden maar beperkte rechten, zoals de Joden overal in de wereld en ook in het Midden-Oosten. Ze werden vervolgd, maar ze hadden ook maar beperkte rechten om in bepaalde plekken te wonen. Ze konden bijvoorbeeld niet in Moskou wonen of in Kiev, in de grote steden, maar ze moesten wonen in een bepaald gebied, dat heette Pale of Settlements, en daar werden ze, zeg maar, Daar mochten de Joden wonen, daar hadden ze ook vrijheid.
[00:17:20] Speaker A: Dat was een beetje aan de rand.
[00:17:21] Speaker B: Van het Russische Rijk. Ja, aan de rand van het Russische Rijk.
Helemaal van het noorden naar het zuiden, maar dat liep door de Oekraïne heen. Oekraïne is een enorm land.
Dus ja, daar woonden voor de Tweede Wereldoorlog 2,5 miljoen Joden in Oekraïne.
En toen de nazi's daar zeg maar binnen vielen in 1941 en tot 1944 het bezetten toen ze moesten zich uiteindelijk terugtrekken hadden ze anderhalve miljoen joden daar door de kogel hadden ze omgebracht.
Maar het gruwelijke eigenlijk is ook dat er dat was niet één keer in 1920, 1921 gebeurde hetzelfde. Er waren heel veel pogroms altijd als het dan ja een bepaalde periode en dan speelde het nationalisme heel erg op, ook in Oekraïne en in Rusland en dan gingen ze helemaal los op de Joodse gemeenschap met de grootste huweldaden en dat speelt eigenlijk vanaf de 17e eeuw, dat ging op en neer, dus ook in 1941 Er zijn er, al een paar keer genoemd, die anderhalf miljoen Joden zijn vermoord door de kogel, maar dat was helaas niet alleen de nazi's die dat deden, die zweepten de mensen op, maar ook de Oekraïners die dat deden. Er zit zoveel antisemitisme onder de oppervlakte. En dat kan zomaar naar boven komen.
[00:18:49] Speaker A: U komt regelmatig in Oekraïne en dan bezoekt u ook de Joodse gemeenschappen daar. Het is een groot land zoals u schetst, dus dat zijn soms hele lange reizen. Maar merkt u ook de impact van de Tweede Wereldoorlog? U noemde het al, anderhalf miljoen mensen die daar vermoord zijn, van de Joodse gemeenschap.
En ook die hele geschiedenis daarvoor, met telkens wel oplaaiende Jodenhaat. Merkt u dat ook, zeg maar, dat dat impact heeft op de Joodse gemeenschap die daar nu nog is?
[00:19:15] Speaker B: Ja, dat zeker.
Ook omdat veelal de ouderen die zijn gebleven en de jonge gezinnen die zijn vertrokken of de tieners of de studenten, die zijn naar Israël gegaan. De oudere mensen zijn gebleven.
Ja, dus ook diepe wortels natuurlijk ook in de Oekraïne en ook de graven die er, zover die er dan waren, of die plekken waar ik net vertelde, die plekken om rouw te hebben waar wij monumentjes hebben gezet. Ja, daar wilden ze niet van los.
Dus jij bent verschillende keer geweest toen ik in december in Odessa was. December 2024.
Ja, daar komen ze ook bij elkaar.
En wie doet dat? Wie organiseert dat? Het organiseert Christen voor Israël daar. Dat ze bij elkaar kunnen komen, die huurt een restaurant af, dat ze een goede maaltijd daar krijgen, dat ze elkaar kunnen ontmoeten.
Ja, en dat is zo ontzettend belangrijk.
[00:20:14] Speaker A: Welke ontmoeting is u daar van het meeste bijgebleven?
[00:20:17] Speaker B: Nou, er was ook een ontmoeting in Odessa en er was een oudere man die ook wat Duits sprak, die had ook een boek geschreven, omdat ook vanuit de restitutiegelden in Duitsland was mogelijk gemaakt om dat boek te publiceren.
[00:20:40] Speaker A: Het was een boek over de Holocaust.
[00:20:41] Speaker B: Ja, over de Holocaust, over zijn leven, hoe hij het uiteindelijk met zijn moeder heeft overleefd.
Ja, en dat deed me dan denken, iets heel anders, maar twee weken geleden was er een gijzelaar van in Nederland, die 550 dagen in de gamastunnels had gezeten, Elia Cohen.
En hij zei, ik heb geen enkele blijk van mededogen gehad, nooit iets.
En dat bleef mij ook bij, bij die verhalen, is dat er 0.0 Mededoog is nooit een vriendelijk woord, nooit een extra stukje brood, nooit een helemaal niks.
God heeft hen er doorheen geholpen als het ware, maar de menselijke maat was daar niet aanwezig.
[00:21:32] Speaker A: Dus wat dat betreft misschien nog wel extra nodig dat we daar als christen over Israel zijn om die hulp te geven.
[00:21:36] Speaker B: Ja, dat is gewoon heel erg nodig, maar het is ook Ik beschouw het zelf als een enorm voorrecht dat we dat mogen doen.
Van geven en ook van naast Israël staan, doe je zelf nooit tekort, wel als je het niet hebt gedaan. En zo ervaar ik dat zelf. En ik denk zo, ja, elke christen die weet dat het beter is te geven dan te ontvangen. En ja, als je dat aan je joodse medemens mag doen daar en je ziet de nood, Ja, wat is beter?
[00:22:11] Speaker A: Nu is die oorlog ongeveer vier jaar nu al aan de gang, tussen Oekraïne en Rusland. Heeft die oorlog het werk van Christen door Israël in Oekraïne erg veranderd?
[00:22:21] Speaker B: Het heeft wel in zekere zin veranderd, omdat gewoon ja, bepaalde plekken, ik noem maar wat Donetsk, waar we vroeger zeg maar rechtstreeks voedselpakketten, voedselbonnen, daar gingen we heen naar Lugansk.
Ja, dat zijn steden die nu in handen zijn van de Russen.
En ja, wij moeten op een andere manier, en dat doen we ook, zorgen dat de mensen, de Joden die daar nog zijn, dat die ook te eten krijgen.
We hebben goede methodes om daarvoor te zorgen, maar dat is natuurlijk heel gecompliceerd. Dat gaat echt via lokale partners. Vroeger gingen we naar Sumi toe, dat ligt helemaal in het noordoosten.
Ook zo aan de rand, met Garkov aan die rand van het front.
Nou, ik geloof dat we er nog een maand geleden zijn geweest, maar het wordt steeds moeilijker. Dus nu proberen we via voedselbonnen, zorgen dat ze vouchers krijgen, voedselbonnen, dat ze zelf de inkopen kunnen doen. En zo is het ook met, ja, eigenlijk... Die gaarkeukens, daarvoor zagen we altijd dat ze hun maaltijden konden inkopen, maar nu moeten we ook zorgen dat ze diesel kunnen kopen om hun generatoren aan de gaten te houden, dat ze stroom hebben en dat er ook als de mensen dan komen eten, dat ze dan ook niet in de kou zitten.
[00:23:41] Speaker A: Kunt u dat eens noemen, want vorige week hebben we die noodactie gelanceerd, via de e-mail hebben we Alle mensen die onze e-mails ontvangen die hebben we daarover geïnformeerd. Wat is er bijvoorbeeld de afgelopen week gebeurd aan hulpverleningen in Oekraïne?
[00:23:59] Speaker B: We hebben extra dingen kunnen doen.
Dus we hebben 2600 voedselpakketten extra ingepakt. Omdat ze er ook op vertrouwen dat de mensen die van Israël houden en die van het Joodse volk houden, dat die dat ook zullen voorzien. We hebben extra diesel ingekocht voor een heel aantal gaarkeukens daar.
We hebben, ik noemde het net al, in Sumi hebben we dan voedselbonnen. En zelfs in Zaporotje, dat is ook een stad die aan het front ligt, waar ook die atom, die nucleaire elektriciteitscentrale is, die door de Russen gedeeltelijk bezet is.
Die telkens gebombardeerd wordt.
[00:24:44] Speaker A: Maar ook daar hebben we dus voedselbonnen gegeven.
[00:24:48] Speaker B: Ons team in Oekraïne krijgt heel veel telefoontjes, heel veel verzoeken en we proberen daar adequaat op te reageren. Met onze busjes die we hebben, rijden we ook in de Oekraïne. En je vroeg net, zijn er dingen veranderd? Ja, er zijn dingen veranderd.
Als je tussen de 25 en 65 bent als man, dan kan je niet meer vrij reizen. Je kan ook niet een busje van ons besturen, want als je aangehouden wordt, dan word je opgepakt en dan ga je rechtstreeks het leger in.
Wij moeten dingen veel voorzichtiger doen, moeten andere mensen inzetten, vrouwen, gepensioneerden.
En de mensen die normaal het werk doen, die moeten we een beetje op de achtergrond houden.
Wij willen niet dat ze, ook als kanonnenvoer op welke manier dan ook, hun leven onzeker is.
[00:25:52] Speaker A: Nee.
Tot slot, want u wilt nog iets delen met ons uit de Bijbel.
[00:25:56] Speaker B: Ja.
[00:25:57] Speaker A: Welke gedeelte had u in gedachten?
[00:25:59] Speaker B: Ik had een paar dingen, we zijn niet aan alles toegekomen.
Maar ik dacht dat het mooi is om Psalm 126 te lezen.
Daar staat boven een bedevaartslied. Dat gaat over de terugkeer van het Joodse volk naar Zion.
En je moet altijd goed in de gaten houden dat de psalmen, dat is het gebedenboek van de heiland, maar het is het gebedenboek van Israël. Dus als daar ik of wij staan, dan gaat het over Israël, dan gaat het over het Joodse volk.
De psalm begint als volgt. Toen de Heer, de gevangene van Zion, deed weerkeren, waren wij als degene die dromen.
Toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich. Dus toen God zijn volk Israël liet weerkeren, terugkeren naar Zion.
naar Israël. Toen waren we blij, onze mond was vervuld met lachen en we juichten, want God is bezig.
En dan staat er, en toen zei men onder de heidenen, de Heer heeft grote dingen bij hem gedaan. Dus wij als gelovigen uit de heidenen mogen zeggen, God heeft grote dingen bij hen gedaan.
En als we dat gezegd hebben, en daarom mogen we daar ook telkens weer van getuigen als we in Israël zijn, of als we met het Joodse volk spreken dat God de God van Israël is en dat hij grote dingen bij hen doet, van dat hij hen na 2000 jaar wat hij heeft gezegd door de profeten weer thuisbrengt.
En wat zegt, is het antwoord van het Joodse volk, dat volgt dan in vers 3, daar staat de Heer heeft grote dingen bij ons gedaan, wij waren verheugd.
Heer, wend ons lot als beken in het Zuiderland, die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
Dat zegt het Joodse volk dan. Hij heeft grote dingen bij ons gedaan en wij mogen daar getuige van zijn en we mogen er met Israël van getuige. En het is een groot ding in deze tijd, een grote belofte die God brengt zijn volk thuis omdat hij zelf straks zal staan met zijn voeten op de olijfbeen. De Messias van Israël zal komen en daarom komt Israël thuis. Omdat de Grote, de Koning, de Koning der Koningen zijn vrede, gerechtigheid en waarheid zal geven uit Zio. En dat is eigenlijk waar we naar uitkijken en wat ons met vreugde vervult. Omdat God al zijn beloften waarmaakt aan Israël, aan zijn gemeente, aan ons en aan deze wereld.
[00:28:37] Speaker A: Zullen we daarvoor bidden?
[00:28:39] Speaker B: Laat ons bidden. Lieve Vader in de hemel, we danken u dat u een groot en barmhartig God bent. En we danken u hier dat we ook de middelen hebben gekregen om uw volk Israël te troosten en te zegenen. En wilt u hernabij zijn in hun grote nood.
Heer en dat bidden we u voor de hele Oekraïense bevolking.
Heer, en alle die lijden door de vredeoorlogen die machthebbers heer ons opdringen. Heer, om hun machten uit te breiden, wilt u heer die machten verbreken.
Heer, en wilt u de vrede onder de volkeren herstellen.
Bovenal bidden we u heer dat u, de vredevorst, zult zitten op de troon van uw vader David. Dat u zult terugkomen en uw vrede, gerechtigheid en waarheid zal geven.
Heeren, we verlangen naar die dag. Bescherm en bewaar onze medewerkers, ook in Oekraïne.
Geef u dat we niet ophouden om zij ook voor u te brengen.
Heeren, we danken u dat ze zich zo toegewijd hebben om dit werk te doen.
Tot eer van uw heilige naam, tot zegen van uw volk en wilt u geven dat we daarin niet verzagen.
We danken u voor alle donateurs, al onze Alle heer die betrokken zijn bij Israël, bij uw volk heer, en dat zij ook niet opgeven.
Heer, we bidden u.
Geef de vrede van Jeruzalem die u beloofd heeft. Kom spoedig.
In Jezus naam. Amen.
[00:30:14] Speaker A: Roger van Horten, dank voor uw komst naar de studio.
En u thuis ook bedankt voor het kijken naar deze uitzending van Christen voor Israël. U heeft in deze uitzending veel gehoord over de noodactie die Christen voor Israël heeft gelanceerd voor de Joodse gemeenschappen in Oekraïne. En mijn oproep daarom ook naar u toe is om deze noodactie van harte te ondersteunen. Meer informatie daarover kunt u lezen op onze website cvi.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.nl.
En we verspreiden ook via de gaarkeukens in het hele land ook maaltijden voor de Joodse gemeenschappen. En één zo'n warme maaltijd die kost 5 euro per maaltijd. En ja, we helpen waar nodig en we merken dat we meer aanvragen krijgen in Oekraïne dan dat we kunnen honoreren. Dus hulp is nog steeds heel hard nodig. U kunt dus doneren via cvi.nl slash noodactie. Nogmaals heel veel dank voor het kijken en graag tot de volgende keer.