Episode Transcript
[00:00:06] Hartelijk welkom bij deze uitzending.
[00:00:09] We gaan tellen.
[00:00:10] Tellen is een belangrijke bezigheid. Psalm 90 zegt... Maar ik wil eerst met u ook in gebed. Laten we samen bidden.
[00:00:23] Dank dat we uw woord hebben.
[00:00:37] Dat we leren wie u bent en dat we juist ook in de schriften mogen ontdekken uw grootheid, uw goedheid.
[00:00:47] Wij vragen om uw zegen.
[00:00:49] Wij vragen om genade.
[00:00:51] Wij vragen om uw licht, dat dat mag schijnen ook over ons leven en dat we in dat licht van u mogen wandelen.
[00:01:02] Heere God, leer ons uw naam te beleiden, elke dag opnieuw.
[00:01:08] En leer ons tellen, geef ons een wijs hart, ook in het tellen van onze dagen.
[00:01:14] Op zo'n manier, Heere, dat het ons ook wijsheid geeft.
[00:01:18] En zo willen we vragen voor dit moment, in het luisteren, in het spreken, dat het een goed moment is.
[00:01:25] En dat het een moment is vol van uw geest.
[00:01:29] Heere, wees zo nabij. Dat bidden we u.
[00:01:32] uit genade.
[00:01:33] Amen.
[00:01:35] Ik wil met u graag nadenken over psalm 67 en die wil ik met u lezen.
[00:01:42] En daar staat boven, het is een psalm, het is een lied voor de koorleider en bij Snare Spel.
[00:01:49] Maar deze psalm is prachtig opgebouwd.
[00:01:52] En daar zal ik straks iets over willen vertellen. Het gaat om een menorastructuur.
[00:01:58] En daarom wil ik per vers nu de zeven versen van deze psalm ook met een kaars vanuit de menora aansteken.
[00:02:04] God zij ons genadig en zegen ons.
[00:02:09] Hij doet zijn aangezicht over ons lichten zela.
[00:02:18] Dan zal men op aarde uw weg kennen, onder alle heiden volken uw heil.
[00:02:29] De volken zullen u om God loven, de volken zullen u loven, zij allen.
[00:02:44] De natieën zullen zich verblijden en juichen, omdat u de volken rechtvaardig zult oordelen.
[00:02:52] De natieën zult u op aarde leiden.
[00:02:58] De volken zullen u, o God, loven. De volken zullen u loven, zij allen.
[00:03:12] De aarde heeft haar opbrengst gegeven.
[00:03:16] God, onze God, zegent ons.
[00:03:22] God zegent ons en alle einden der aarde zullen hem vrezen.
[00:03:42] Met deze prachtige versen uit Psalm 67 is de hele menorah verlicht, waar ook deze psalm mee begint.
[00:03:51] God zei ons genadig, hij zegende ons, hij doet zijn aangezicht over ons lichten.
[00:03:59] We leven in de tijd tussen Pesach en het wekenfeest, het Shavuot, tussen Pasen en Pinksteren.
[00:04:08] En in die tijd wordt er omer geteld in de Joodse gemeenschap.
[00:04:14] Het tellen is aan Israël ook geboden om dat te doen.
[00:04:17] Daarvoor wil ik u toch een gedeelte ook lezen uit het boek Leviticus, waar over de feesten staat en als het Pesach beschreven is en de week van de matzes, de ongezuurde broden, dan lezen we daarbij het volgende.
[00:04:34] De Heere sprak tot Mozes, spreek tot de Israëlieten, zegt tegen hen, wanneer u in het land komt, dat ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.
[00:04:51] Hij moet de schoof voor het aangezicht van de Heere bewegen, opdat hij een welgevallen in u vindt.
[00:04:59] Op de dag na de Sabbat moet de priester de schoof bewegen.
[00:05:04] U moet op de dag dat u de schoof beweegt een lam zonder enige brek van een jaar oud als brandoffer voor de heren bereiden, met een bijbehorende graanoffer van twee tiende e van meelbloem met olie gemengd als een vuuroffer voor de heren, een aangename geur en een bijbehorend plengoffer van een kwart hinwijn.
[00:05:26] U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op dezezelfde dag dat u de overgave van uw God bracht.
[00:05:36] Het is een eeuwige verordening in al uw generaties door, in al uw woongebieden.
[00:05:43] U moet dan vanaf de dag na de Sabbat gaan tellen.
[00:05:49] Vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt, zeven volle weken zullen het zijn.
[00:05:58] Tot de dag na de zeven Sabbaten moet u de vijftig dagen tellen.
[00:06:03] Dan moet u de heren een nieuw graanoffer aanbieden.
[00:06:09] Leviticus 23 en Deuteronomium 16, waar ook deze feesten worden beschreven, in twee versen wordt gezegd, zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren.
[00:06:31] Daarna moet u het wekenfeest houden.
[00:06:35] Leviticus 23, Deuteronomium 16, je zult gaan tellen vanaf de dag na de Sabbat, na het Pesachfeest.
[00:06:45] Stel je voor dat je dat feest hebt mee kunnen vieren, zeg maar zo in de tijd van Jezus.
[00:06:51] Stel je voor dat je erbij was.
[00:06:54] De nacht ervoor zeg maar heb je het Pesachfeest gevierd.
[00:06:59] Het is een lange nacht, een lange avond geweest, waarin het hele verhaal van Egypte weer is verteld en beleefd, herleefd.
[00:07:09] Die dag daarvoor was je naar de tempel gegaan en had je het gezien dat het lam gebonden was aan de horens van het altaar, er is gebeden.
[00:07:19] En als je smiddags was teruggekomen, dan was het paaslam geslacht.
[00:07:26] en dan die avond, die lange avond, en dan breekt de Sabbat aan.
[00:07:33] Een feest Sabbat, een dubbele Sabbat.
[00:07:36] En de dag na de Sabbat, die begint dan eigenlijk al die avond, sta je bij de poorten van Jeruzalem met een hele groep mensen te wachten tot de priesters bij de tempel vandaan komen.
[00:07:51] Ze komen door de poorten, het is bijna donker, en ze gaan de velden op waar het gerst al volop staat te groeien.
[00:08:02] Zodra het echt donker is geworden, zijn er drie mannen die de eerste gerst gaan afsnijden. Maar ze roepen, is de zon al ondergegaan?
[00:08:10] En iedereen roept, ja!
[00:08:13] Is de zon al ondergegaan?
[00:08:15] Ja!
[00:08:16] En de derde keer, is de zon al ondergegaan? Ja, roepen ze.
[00:08:22] En daarna, zal ik de sikkel in het graan slaan? Zal ik het gerst in de mand doen?
[00:08:28] Zal ik het nu afsnijden?
[00:08:30] En de hele menigte roept, ja, ja, ja.
[00:08:34] Immers, de Sabbat moet voorbij zijn en dan wordt de eerste gerst afgesneden en triomfantelijk meegenomen naar Jeruzalem, weer de poorten binnen.
[00:08:46] Een omergerst.
[00:08:49] een oude Joodse maat, een tiende van een hin.
[00:08:55] Het is precies ook dat wat je nodig hebt, wat gezegd werd, een omer manna, een Porsche manna, genoeg voor een dag om van te eten.
[00:09:04] Die korenschoof staat voor voldoende voedsel voor een dag en wordt binnengedragen voor het omerfeest. Dat kan beginnen.
[00:09:15] De volgende dag, heel vroeg, die eerste dag van de week, en je gaat naar de tempel om te zien wat er gebeurt met die schoof.
[00:09:25] Op die dag zie je dan op dat grote volle tempelplein de priester in het midden staan en de schoof omhoog heven, waarschijnlijk naar alle windrichtingen, een beweegoffer voor de heren.
[00:09:38] De eersteling, de schoof, de Gerstenoogst kan beginnen.
[00:09:45] God mag je danken, God mag je loven, God mag je erkennen dat hij de opbrengst van het land heeft gegeven, de vrucht van de aarde.
[00:09:56] Dit is de eersteling, de rachid, deze schoof.
[00:10:00] Daar zit een belofte in, namelijk dit is de eerste en de hele oogst zal nog volgen en komen.
[00:10:08] De feest van de eerste link zou je kunnen zeggen.
[00:10:11] Niet te verwarren met de feest van de eerste lingen. Dat is het wekenfeest, onder andere als ook de tarweoogst wordt binnengehaald. Maar hier gaat het om de eerste oogst van de gerst.
[00:10:21] En vanaf nu moet er dan worden geteld. Als je dan s'avonds weer thuis komt van het Tempelplein, dan ga je het zeggen.
[00:10:29] Dit is de eerste dag van de omer.
[00:10:34] En tellen.
[00:10:36] Zeven sabbaten lang.
[00:10:38] Zeven keer zeven.
[00:10:41] Precies negenenveertig dagen. Tot de vijftigste dag aanbreekt.
[00:10:48] Dat omertellen heeft vorm gekregen tot vandaag de dag toe.
[00:10:54] En in de Joodse gemeenschap wordt in deze periode tussen Pesach en het Wekenfeest omer geteld. Elke dag de weken en de dagen tot 49.
[00:11:08] Geprezen u, eeuwige onze God, wordt er gezegd als een beraga, koning van de wereld, die ons door zijn geboden bijzondere taken heeft opgelegd, immers het was het gebod uit Leviticus, je zult tellen, en ons het omertellen heeft opgedragen.
[00:11:22] Vandaag is het 13 dagen, dat is 1 week en 6 dagen van de omer, bijvoorbeeld.
[00:11:29] Er moet geteld worden.
[00:11:32] De staat moet geteld op het moment dat je in het land bent gekomen.
[00:11:38] Immers, ze zaten nog daar in de woestijn.
[00:11:41] Maar vanaf het moment dat ze in het land zullen komen, dan zal men de Gerstenoogst moeten binnenhalen.
[00:11:47] En dat lezen we ook in Jozwa 5. Ik wil het maar een beetje zo door de schrift meenemen.
[00:11:52] In Jozwa 5 wordt het ook gezegd als ze dan daar komen in het gebied, in Israël, Dan wordt er gezegd, verder zei de heren tegen Jozef, vandaag heb ik de smaad van Egypte van u afgewenteld, daarom gaf men die plaats de naam Gilgal tot op deze dag.
[00:12:11] Gilgal betekent iets van cirkel of van afwentelen, wegwentelen.
[00:12:19] op deze dag. En dan gaan ze het Pesachfeest vieren.
[00:12:22] Zelfs 14 dagen lang. Pesach. Ze aten ze die dag na het paasga van de opbrengst van het land. Die eerste opbrengst van het land.
[00:12:31] En dan staat er het manna hield de volgende dag op.
[00:12:35] Dat is voorbij. Die manna, die omer zeg maar, welke ze nodig hadden. Al die tijd dat ze in het land kanaan. Nu zijn gekomen in de woestijn rondtrokken.
[00:12:47] Vandaag gebeurt het nog steeds, die zeven sabbaten keer zeven dagen en dan breekt het wekenfeest aan, de vijftigste dag.
[00:12:58] Er zijn prachtige mooie kalenders van te vinden.
[00:13:01] Ik heb hier een voorbeeld van een kalender van de dagen die afgeteld kunnen worden.
[00:13:07] Aftellen, zo noemt ook Deutonomium.
[00:13:09] Je zou kunnen zeggen, tellen naar de volheid toe, vanuit de bevrijding tellen naar de volheid toe.
[00:13:17] Wij in de christelijke traditie hebben juist gezegd, voor Pasen tellen wij 40 dagen of we hebben voorbereidingstijd van 7 lijdensomdagen.
[00:13:28] Maar in het gebod staat juist dat je gaat tellen vanaf de bevrijding. Uit de bevrijding vandaan, elke dag bewust, tellen 7 x 7 naar de volheid toe, de 50ste dag.
[00:13:42] En elke dag wordt zo geteld.
[00:13:45] En bij die telling gaat bij heel veel Joodse gemeenschappen het lezen en het bidden van psalm 67 gepaard.
[00:13:54] En daarom deze psalm. Het is ook een psalm van de oogst, de opbrengst van de oogst.
[00:14:00] De aarde heeft haar opbrengst gegeven van zegeningen, van de volheid van die zegen.
[00:14:05] Een gebed van Israël dat de volken ook zullen worden opgeroepen en zullen komen tot de erkenning en de lof aan God.
[00:14:15] Het is een prachtig opgebouwde psalm.
[00:14:17] Dat heb ik al willen laten zien door de zeven versen eigenlijk die de psalm telt.
[00:14:21] En ook nog prachtig opgebouwd in zeven en zeven woorden De eerste en de laatste regel en dan de tweede en de derde en de vijfde, zeg maar de vijfde en de zesde regel is in zes woorden opgebouwd en de middelste elf woorden.
[00:14:41] Dat komt samen, als je dat bij elkaar optelt, op 49 woorden.
[00:14:47] Vandaar deze psalm juist bij uitstek bij deze tijd past.
[00:14:51] Elke dag als ware een woord, voor elke dag een woord. 49 woorden.
[00:14:58] Een prachtig kunstwerk die ook we noemen wel een menorastructuur heeft.
[00:15:03] Immers in het midden staan die elf woorden en daaromheen staan de armen evenwijdig aan elkaar met evenveel woorden.
[00:15:13] Het bidden van psalm 67 elke dag wordt gezegd in de talmoed is alsof je de menorah in de tempel aansteekt, om het licht van zijn aangezicht over je te laten schijnen.
[00:15:30] Trouwens ook in de kloostertraditie van Benedictus wordt aangegeven dat je elke ochtend bij je ochtendsgebed psalm 67 zou kunnen bidden.
[00:15:41] Een psalm die het perspectief opent voor alle volken om God te loven en te danken en te erkennen.
[00:15:49] Ik ben opgegroeid met deze psalm, juist als een zendingspsalm. Als de zendelingen werden uitgezonden, of als het een zondag was waarbij speciaal over de zending werd nagedacht, dan werd deze psalm natuurlijk gezongen.
[00:16:03] En altijd had ik het gevoel van, ja, die blinde heiden, nu van God gescheiden, zal toch ook eens uw heil erkennen.
[00:16:14] Eigenlijk me niet realiserend dat die heiden ik natuurlijk zelf ben, was.
[00:16:21] En dat ik dacht die verre landen tot aan de uiterste einden van de aarde, dat zijn die landen ver bij Nederland vandaan, waar het evangelie dan nog niet is doorgedrongen. Maar de psalm is een lied van Israël en Israël zingt en zong deze psalm al zoveel eeuwen eerder. Voor al die tijd heen.
[00:16:44] Het is het perspectief vanuit Israël dat tot aan de uiterste einde van de aarde volken God zullen erkennen, danken en loven.
[00:16:55] En die uiterste einde van de aarde is dat niet misschien wel juist?
[00:16:59] Ook Nederland.
[00:17:00] En ben ik ook niet daarin bereikt.
[00:17:03] Een van de eerste, zeg maar, die uit de heidevolken toekomt om deze God te loven en te prijzen, de God van Israël, die ook in het land van Israël komt, is Rut.
[00:17:17] Rut zegt immers tegen Naomi, uw volk is mijn volk, uw God is mijn God.
[00:17:23] En samen keren ze terug naar Bethlehem, het broodhuis twee weduwvrouwen.
[00:17:29] De heidense vrouw Rut heeft zich ontfermd over de joodse vrouw Mara, noem mij maar Mara.
[00:17:37] Bitter is haar leven geworden toen ze leefde onder de volken, weg van haar land en haar volk.
[00:17:43] Trouwens, een ervaring van veel Joodse mensen door de eeuwen heen tot vandaag toe.
[00:17:49] Maar Ruth de Moabitische, de heidense vrouw, zij gaat mee. Ze gaat de God van Naomi ook loven en danken.
[00:17:56] Ze leert de weg kennen van deze God, zijn genade.
[00:18:01] Zij gaat het heil erkennen, zijn verlossing en zijn redding.
[00:18:06] Zij gaat hem vrezen, deze God, liefhebben.
[00:18:11] In deze psalm, van psalm 67, is het hart van de psalm vers 5. 5b zou je kunnen zeggen. Juist vers 5 bestaat uit drie vers coupletten.
[00:18:24] God regeert met rechtstaten. God zal de volken rechtvaardig oordelen.
[00:18:32] Trouwens, elke regel bestaat uit twee stukken en zo kun je het als het ware lezen als zeven aan de ene kant en zeven aan de andere kant. God zegent ons en is ons genadig en doet zijn aangezicht over ons lichten.
[00:18:46] Dan zal hem op aarde u wegkennen. Onder alle heide volken u heil. De volken zullen u godloven. De volken zullen u loven, zij allen.
[00:18:53] En de nations zullen zich verblijden en juichen.
[00:18:56] Dan heb je ook weer zeven en zo ook na het midden van het vers weer zeven vers coupletten.
[00:19:03] Het hart is dus omdat u de volken rechtvaardig zult oordelen.
[00:19:09] De psalm gaat over een God die de hele wereld omspant.
[00:19:16] Hij zal oordelen de volken rechtvaardig op een goede wijze. Hij is goed.
[00:19:22] En het gaat erom dat de volken dat gaan erkennen.
[00:19:26] dat God zijn oordelen rechtvaardig zal uitvoeren.
[00:19:30] Misschien ligt daar ook wel de kern, vandaag denk ik, wat er gaande is in deze onzekere wereld, onder de volkere wereld.
[00:19:38] De onwil van de volken juist misschien om God in zijn oordeel te erkennen en te buigen voor zijn leiding.
[00:19:47] In het oordeel God rechtvaardigen, daartoe worden we als volken opgeroepen.
[00:19:54] Dat is ook ten diepste, denk ik, wat we erkennen, juist als we de Messias leren kennen, Jezus, die stier van het kruis, onder het oordeel van God.
[00:20:03] En dat we dat erkennen als rechtvaardig, niet omdat hij zonden had gedaan, maar omdat hij onze zonden op zich nam.
[00:20:15] Zo heeft hij heil en redding teweeg gebracht. Zo kunnen we leven uit zijn genade.
[00:20:22] Dat is de weg die we mogen leren kennen.
[00:20:26] Dat is de vreugde, de blijdschap.
[00:20:29] Dan stellen we ons onder de leiding van God.
[00:20:33] En wie van de volken daar aan voorbij gaat, die valt nog steeds onder dat oordeel. God zal recht doen aan de volken.
[00:20:41] Aan zijn volk.
[00:20:43] Naar hun daden, naar hun geweld zal hij de volken oordelen, onrecht en leugen.
[00:20:49] Daar zal over gejuicht worden door de volken.
[00:20:52] Waarom? Omdat dat oordeel goed is.
[00:20:56] Het kwaad zal niet kunnen zegen vieren. Het hart van deze psalm laat zien dat het kwaad het geweld niet de overhand zal kunnen krijgen.
[00:21:07] God zal de natie op aarde leiden.
[00:21:09] Dan zullen ze zich niet meer verzetten.
[00:21:11] Er zal geen kwaad meer gedaan worden.
[00:21:14] Maar zolang dat nog niet is, zingt Is er al deze psalm? En zingt deze psalm daarover dat, en dat is voor ogen te houden, in alle tijd van verdrukking en van lijden, God zal de aarde rechtvaardig oordelen.
[00:21:30] Het is juist de ome tijd, de tijd tussen Pesach en Pinksteren zeg maar, dat ook het ervaren wordt als de tijd van inkeren, van verdriet en van rouw.
[00:21:42] Na Pasen hebben de Joden ook vaak diep geleden onder de pogroms, de moordpartijen. In deze tijd zijn veel mensen, veel Joodse mensen gedood tijdens de kruistochten.
[00:21:54] Het is een tijd van rouw waarin niet getrouwd wordt, waarin zelfs niet naar de kapper gegaan wordt, de oomentijd.
[00:22:01] In deze tijd wordt de Shoah herdacht.
[00:22:04] En ten midden van deze dagen van rouw en van inkeer, elke dag deze psalm.
[00:22:11] Met dat perspectief dat ook eens, dwars door alles heen, ook de volken zullen juichen en verblijd zijn waarom? Omdat God rechtvaardig zal oordelen en zo leiding zal geven.
[00:22:25] En zo blijft dit volk zingen van zegen, zegen tot drie keer toe, God zegen ons, God onze God zegent ons, God zegent ons. Als een gebed, maar vol vertrouwen.
[00:22:40] dat die zege van God ontvangen mag worden.
[00:22:43] Want in de zege van Israël, daarin zal ook heel de aarde gezegend worden.
[00:22:49] God zei ons genadigd, hij doet zijn aangezicht over ons lichten, dan zal men op aarde u wegkennen, onder alle volken uw heil. In de zege van God ligt de zege voor de wereld.
[00:23:01] En er komen mensen uit de volken schuilen bij de God van Israël.
[00:23:04] Dat was Ruth. Dat is een prachtig voorbeeld. Ruth die kwam naar Bethlehem. Aan het begin staat er van de Gerstenoogst.
[00:23:12] Dus het omertellen is net begonnen. Peesdag is net gevierd.
[00:23:16] Aan het begin van de Gerstenoogst komt zij schuilen onder de vleugels van de Allerhoogsten.
[00:23:23] Op die eerste dag, zeg maar na de Sabbat, is daar in de tabernakel en later in de tempel die eerste gerstenoogst voor God bewogen.
[00:23:33] Op de vijftigste dag wordt de tarweoogst straks binnengehaald, dan met twee broden.
[00:23:39] Maar hier, aan het begin van de gerstenoogst, de eerste schoof voor het aangezicht van God.
[00:23:47] Omdat het heil zou doorbreken en het licht zou doorbreken. Daar wordt van gezongen.
[00:23:53] Daar horen we trouwens ook Simeon van zingen in Lukas 2. Want mijn ogen hebben uw heil gezien die u bereid hebt voor de ogen van alle volken.
[00:24:02] Een licht om de heidenen te verlichten en om uw volk Israël te verheerlijken.
[00:24:11] En na Rut zijn er zoveel mensen uit de volken gekomen om Israël, de God van Israël, te beleiden. Uw God is mijn God.
[00:24:23] Totdat ook die vervulling van het Pinksterfeest ook aanbreekt.
[00:24:29] Na Jezus dood en opstanding zegt, maar hij is die eersteling.
[00:24:33] De dag na de Sabbat, heel vroeg gingen toch die vrouwen naar het graf.
[00:24:38] Maar hij was daar niet.
[00:24:41] De eersteling, hij is opgewaard, terwijl daar in de tempel de eersteling van Gerst werd geheven, was Jezus opgestaan voor de Vader.
[00:24:53] Wordt het feest vervuld, vanaf die dag moet het tellen worden.
[00:24:58] Hij als de eersteling, zo reed ze in 1 Korinther 15, de eersteling uit de doden.
[00:25:04] Omdat hij koning zal worden, omdat hij straks ook het volle volk in deze aarde zal leiden en regeren.
[00:25:12] Hij zal oordelen.
[00:25:13] Hij zal koning zijn.
[00:25:15] Hij zal de laatste vijand zelfs teniedoen, de dood.
[00:25:19] En daarvoor is hij de eersteling, de eerstopgestane uit de doden, 1 Corinthe 15.
[00:25:25] En dan wordt tellen tot de vijftigste dag. Ik denk die disciples zijn ook gaan tellen. Dat zullen ze ongetwijfeld gedaan hebben, dat omertellen.
[00:25:36] tot de vijftigste dag, 49, en dan wordt dag van Pinksteren vervuld.
[00:25:43] Toen ze daar eensgezind bij elkaar waren.
[00:25:46] Als de vijftigste dag aanbreekt, wordt Gods geest uitgestort en gaan de Joodse apostelen de wereld in, de volkerenwereld in. Het vertellen van deze Messias, van genade en van heil en van zegen.
[00:25:59] tot aan de uiterste einde van de aarde. Vanuit Jeruzalem, Judea, Samaria, tot de einde van de aarde. En dat lees je dan ook in zo'n boek Handelingen, dan helemaal aan het eind, hoofdstuk 28.
[00:26:10] Laat het u dan bekend zijn dat het heil van God aan de heidene gezonden is.
[00:26:16] Een volle oogst wordt straks binnengehaald.
[00:26:20] Deze psalm, geschreven, gezongen door de eeuwen heen, Als ik daarover nadenk, denk ik meer dan 2000 jaar voordat ook hier maar iets bekend was van deze God.
[00:26:30] Terwijl onze voorouders nog bezig waren met hun afgoderij van Wodan en anderen, werd er al gezongen met het oog op ons volk. Tot de uiterste einde van de aarde, beginnend vanuit Jeruzalem, tot hier aan de kuststreken.
[00:26:47] En onze voorouders hebben ook die beleidenis overgenomen, zijn die God van Israël gaan loven en danken en gaan erkennen. En elke generatie mag dat weer als het ware opnieuw doen.
[00:26:58] Mag het horen hoe Israël zingt deze psalm en mag daarin gaan meezingen.
[00:27:05] Zo wordt Rut ook verwelkomd op de akker. Mogen de heren uw daad vergelden dat ze zich heeft ontfermd over een Joods mens, wiens leven verbitterd is geraakt onder de volken?
[00:27:17] Boazie zegt het, mogen uw loon volkomen zijn van de Heren, de God van Israël, onder wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen.
[00:27:26] Wie Israël zegent, ontvangt zelf ook zegen en bescherming.
[00:27:32] Op Psalm 61, ik zal mijn toevlucht zoeken in de schuilplaats onder uw vleugels.
[00:27:39] Diep onder de indruk ook van elke keer als een Joodse bidder zijn gebedskleed omslaat, zijn talliet, en zeg maar daar onderschuilt, dan klinken de woorden, hoe grote waarde toch heeft uw liefde God, de mensen vinden beschutting onder de schaduw van uw vleugels.
[00:28:00] Niet voor niets ook het boekje Rut, dat is juist de feestrol zeg maar die gelezen wordt op het wekenfeest, op het Shavuot, het boekje Rut.
[00:28:09] Immens dat boekje staat er zo vol van, die gerste oogst en van zegeningen.
[00:28:14] van dat uit de volken ook toegevoegd worden.
[00:28:19] Rut zit vol zegenwoorden.
[00:28:21] Je zal als het ware door Rut heen, al aren oprapend, al die zegenwoorden bij elkaar kunnen sprokkelen.
[00:28:29] Eén voor één.
[00:28:31] Dat is een mooie opdracht misschien, voor nu, straks nu naar het Pinksterfeest toe.
[00:28:35] Als je dat leest, mogen de heren jullie goede tierenheid bewijzen.
[00:28:41] Zo klinken veel zegenwoorden in het boekje Ruth, tel ze er maar op na.
[00:28:46] Zegen voor elkaar en zegen van God.
[00:28:50] En dan het laatste zegenwoord wat klinkt. Geloof zij de heren die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Zo wordt tegen Naomi gezegd. Mogen zij naam beroemd worden in Israël.
[00:29:04] Als Naomi daar dat kindje van Boaz en Ruth, Obed, in handen heeft.
[00:29:11] de voorvader van koning David, de voorvader van de zoon van David, geboren in Bethlehem, met de naam Yeshua, Jezus, Verlosser, de Grote Losser.
[00:29:26] En door Jezus spreidt als het ware God zijn vleugels over heel deze wereld uit en biedt een schuilplaats onder zijn zegen.
[00:29:36] Wat een mooi psalm.
[00:29:38] Als je die zo leest, in dit licht tussen Pasen en Pinksteren.
[00:29:43] Zo tellend naar de volheid toe.
[00:29:45] 49 dagen, zo bezig zijn deze dagen vanuit die bevrijding naar de volheid.
[00:29:52] Trouwens, het is prachtig hoe Robijn Katsman hier ook vertelde dat je met 49, dat is wat je als mens zeg maar maximaal kunt doen in het tellen.
[00:30:02] De vijfdeste dag komt van God.
[00:30:06] Immes, zo gaat het, uit de bevrijding tel je vijftig dagen komen ze bij de berg Sinai en ontvangt het Joodse volk de Torah.
[00:30:14] Die is van God gegeven.
[00:30:17] Dus ook wij denken dat we niet anders kunnen zeggen dan tot die vijftigste dag, dat is Pinksteren, de geest ons gegeven wordt.
[00:30:25] Wij tellen.
[00:30:26] De volken zullen u, o God, loven, de volken zullen u loven, zij allen.
[00:30:32] Dit is het refrein. Tot twee keer toe komt het voor in deze psalm.
[00:30:36] Er was een vraag van waar is de godsnaam in deze psalm?
[00:30:40] Nou misschien zit hij wel hier verborgen.
[00:30:43] Het zijn precies 26 letters en 26 is de getalswaarde van de godsnaam.
[00:30:50] Heren, de God die erbij is.
[00:30:54] De volken zullen u, o God, loven. De volken zullen u loven, zij allen. Tot twee keer toe komt op deze wijze misschien wel juist die godsnaam naar voren. Loven zullen de volken u.
[00:31:05] Loven, daar staat judoegah, dus van het woord juda, van het woord joden vandaan komt, dat is loven, prijzen.
[00:31:15] Of ook misschien wel eerder nog danken en erkennen.
[00:31:20] Zoals Judah, de vierde zoon van Leah, als hij geboren wordt, Leah voor het eerst God dankt.
[00:31:28] Er wordt gezegd in de Talmud dat Leah die dankt God, is de eerste mens die God zo persoonlijk de dank brengt in de naam Judah.
[00:31:38] Zo worden we opgeroepen, God te danken, te loven en te prijzen.
[00:31:43] Ook dat is wat Paulus doet aan het eind van zijn Romeinenbrief, als hij zeker ook heeft verteld over hoe het zit met Israël en de volkenwereld.
[00:31:53] En dan zegt hij ook, zoals geschreven staat, daarom zal ik u beleiden onder de heidenen en uw naam lofzingen.
[00:32:01] En verder zegt hij, wees vrolijk heidenen met zijn volk Israël.
[00:32:07] En verder looft de Heer alle heidevolken en prijst Hem alle volken.
[00:32:12] En verder zegt Jesaja, de wortel van Isai zal er zijn. En Hij die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen. Op Hem zullen de heidenen hopen.
[00:32:25] Dat is de dankbaarheid, dat is de lof, dat is de aanbidding.
[00:32:29] Dat is wat we mogen delen in de genade en in het heil.
[00:32:33] En zo leren we zijn weg kennen, zijn geboden.
[00:32:37] Zo leren we de zegen kennen, waar Israël om bidt en vraagt, zegen ons, onze God.
[00:32:43] Misschien ook wel juist vandaag, daarin dat we leren om Israël ook te zegenen, als een tegengeluid tegen alle verwerping van de volken, van de veroordelingen, juist te zegenen.
[00:32:59] Zo zien we dat dat ook doorbreekt naar de volken toe. De volken zullen u O God, loven zij allen.
[00:33:08] Tellen naar de volheid toe. God zegent ons. Dat is Israël. En alle volken op aarde zullen dan ook hem vrezen.
[00:33:15] Zo zal het gaan.
[00:33:18] Weet u een gezegend mens?
[00:33:21] Gezegend door de God van Israël.
[00:33:24] En zegen elkaar. En zegen vooral ook Israël.
[00:33:28] God zegent ons in die losser, Jezus.
[00:33:31] Mogen zijn naam beroemd worden in Israël en verder buiten.
[00:33:36] In de landen die zich zullen verblijden en juichen in die naam.
[00:33:41] Dat alle volken u weg gaan leren kennen.
[00:33:46] Deze psalm als je die bij spreken dagelijks leert lezen en tot je neemt als een gebed, biedt zoveel perspectief.
[00:33:55] Het is nu nog niet, maar het zal in Gods belofte, in Gods daad zo zijn.
[00:34:02] Het is een profetie waar Jesaja, denk ik, ons in mee wil nemen.
[00:34:06] Daar wil ik mee afsluiten, met Jesaja 2.
[00:34:08] Het zal zijn in de laatste der dagen, dat de berg van het huis van die heren vast zal staan, als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidevolken er naartoe zullen stromen.
[00:34:23] Vele volken zullen gaan en zeggen kom laten we opgaan naar de berg van de heren, naar het huis van de God van Jacob.
[00:34:32] Dan zal hij ons onderwijzen aan gaande zijn wegen en zullen wij zijn paden bewandelen.
[00:34:40] Want uit Sion zal de Torah uitgaan en het woord van de heren uit Jeruzalem.
[00:34:47] Hij zal oordelen tussen de heidevolken en vele volken vonnissen.
[00:34:54] Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard nog opheffen.
[00:35:03] Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.
[00:35:08] Huis van Jacob, kom, laten wij wandelen in het licht van de Heren.
[00:35:15] Amen.
[00:35:17] Laten we dat ook in gebed brengen. Mag ik met u samen ook bidden.
[00:35:22] Ja trouwe God, God van Abraham en Isaac en Jacob, God van Sarah, Rebecca, Rachel en Leah, wij prijzen uw grote naam. Dan roept u ons ook toe op om u te loven en te danken en te erkennen.
[00:35:40] Wees ons genadig ook en laat uw licht ook zo over ons mogen schijnen.
[00:35:46] Dank dat we daaruit mogen leven en leren leven.
[00:35:50] Zegen zo uw woord. Ga met ons mee als we deze psalm Mogen meenemende dagen die komen, al tellend, naar de volheid toe.
[00:36:01] Heere God, daar waar we naar uitzien.
[00:36:04] Hoe u Israël zult zegenen en dat dat juist dat zegen zal zijn, dat zelfs daardoor ook tot de einde van de aarde alle volken u zullen vrezen en dienen en liefhebben.
[00:36:19] Met dat perspectief mogen we gaan naar het Pinksterfeest toe, vol van uw geest.
[00:36:25] geprezen zij uw grote naam, Heer onze God.
[00:36:30] Amen.
[00:36:31] Ik dank u en ik hoop dat u iets van wijsheid in uw hart mag ontvangen door de dagen van uw leven te tellen en de zegeningen.